Inagro geeft tips bij het investeren in een biogasinstallatie

Welk vergistingsproces is optimaal?

Het produceren van energie uit biogas wordt nu al enkele jaren toegepast. Maar nog niet iedereen is vertrouwd met het concept. Vooraleer te investeren, is het belangrijk om je goed te informeren. Daarom gaan we in een reeks nieuwsberichten wat dieper in op een aantal zaken omtrent biogas. Deze week: natte versus droge vergisting en de verschillende temperaturen.

Er is niet zomaar één standaard type biogasinstallatie. Afhankelijk van de biomassa en het gewenste resultaat kan er voor verschillende vergistingsprocessen worden gekozen. Vergisting van mest of preiresten zal eerder via natte vergisting gebeuren in plaats van droge vergisting. Zijn pathogenen ongewenst, dan kan er voor een hoge temperatuur gekozen worden.

Nat versus droog
Het onderscheid tussen natte en droge vergisting wordt niet gemaakt op basis van de aanwezigheid van vloeistof. Het verschil zit hem in het drogestofgehalte dat aan de biogasinstallatie wordt gevoed. Als er meerdere biomassastromen worden gevoed, dan moet er worden gekeken naar het drogestofgehalte van het mengsel, niet naar dat van de afzonderlijke biomassastromen.

De meest toegepaste techniek in de landbouw is natte vergisting, waarbij de gevoede biomassastromen een drogestofgehalte hebben van maximum 15%. Hierbinnen vallen de meeste gewassen en de vergisting van mest. Droge vergisting daarentegen gaat over een drogestofgehalte van 20 tot 40%. Dit wordt voornamelijk toegepast bij GFT-vergisters.

Temperatuurgebied

Het is belangrijk om de temperatuur van een biogasinstallatie op te volgen en bij te sturen waar nodig. De aanwezige micro-organismen hebben immers een optimaal temperatuurgebied. Als hier te veel van wordt afgeweken, kan dit nadelige gevolgen hebben voor de organismen en zo dus ook voor de biogasproductie. Verschillende groepen micro-organismen hebben elk hun eigen optimaal temperatuurgebied. Deze groepen kunnen opgedeeld worden in drie categorieën van micro-organismen. In het algemeen geldt hoe hoger de omgevingstemperatuur, hoe sneller de vergisting zal doorgaan, maar ook hoe hoger de energiebehoefte en hoe gevoeliger de stabiliteit van de installatie is.
  • In het laagste temperatuurgebied (psychrofiel) ligt de optimale temperatuur onder de 25°C. Er is met andere woorden geen verwarmingselement nodig voor de biogasinstallatie. Er moet enkel een reactor met een groot genoeg volume worden voorzien waarin er gas kan worden geproduceerd. Er is dus minder energie nodig, maar de gasproductie zal echter aan de lage kant zijn.
  • De optimale temperatuur van de meeste micro-organismen ligt binnen het mesofiele temperatuurgebied, 37-42°C. Dit is op heden de meest toegepaste temperatuur, omdat de gasproductie hoog is en de micro-organismen minder gevoelig zijn dan in het thermofiele temperatuurgebied.
  • Thermofiele vergisting op temperaturen tussen 50 en 60°C kan echter een meerwaarde betekenen, omdat deze hoge temperatuur schadelijke pathogenen en dergelijke zal afdoden. Hou er wel rekening mee dat door de hogere gevoeligheid, de installatieparameters zo stabiel mogelijk gehouden moeten worden.
Er kan in principe wel overgegaan worden van het ene temperatuurgebied naar het andere, op voorwaarde dat dit op een zeer gestage manier gebeurt, zonder al te drastische temperatuursverschillen. Echter hoe stabieler de temperatuur is, hoe stabieler ook de biogasproductie zal zijn.

Vragen of benieuwd of een investering interessant kan zijn voor uw bedrijf? Klik hier voor meer informatie (Inagro.be).

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven