Anthuriumkwekerij de Groene Tint over biologisch telen

Stefan Groenewegen en Richard van der Salm leerden elkaar kennen op de middelbare school en werken nu al zo’n 20 jaar samen aan teeltoplossingen voor hun anthuriums. Hun bedrijf Groene Tint bestaat sinds 2007, maar de basis legde de opa van Stefan al in 1936 in Naaldwijk. Inmiddels staan de kassen van Groene Tint in Tinte en zijn Stefan en Richard samen eigenaar van het bedrijf. Stefan richt zich vooral op de teelt en het onderhoud, Richard houdt zich meer bezig met de verkoop en de gewasbescherming. In januari is het bedrijf begonnen met het maximaal biologisch telen van de anthuriums. Chemie wordt pas als laatste optie ingezet om te corrigeren.

Nood voor biologie
Net als alle tuinbedrijven merkten ze dat er steeds minder middelen beschikbaar zijn en dat dit in de toekomst ook alleen nog maar minder zal worden. Door het gebruik van andere, minder sterke middelen, liep de tripsdruk van pepertrips sneller op en was het nodig om vaker te spuiten. Ze merkten dat ze het ook zelf niet prettig vonden om zo vaak met chemie aan de slag te gaan. Richard: “Als je twee keer in de week moet gaan spuiten in de zomer is dat best een hele puzzel. Pas als de temperatuur is gedaald kun je beginnen, en met de warme zomers die we achter de rug hebben betekent  dat dat je pas laat klaar bent.  Als dat dan een aantal maanden zo door gaat wordt je daar niet vrolijk van.”

Samen met Richard van Spronsen van Van Iperen hebben ze veel naar de schema’s gekeken. “Vorig jaar in de zomer, toen de tripsdruk erg hoog was, ben ik hier vaak geweest om samen met Richard van der Salm spuitschema’s op te stellen en te bespreken welke middelen goed werkten en welke wat minder.” Toen kwam ook de optie om biologie in te zetten ter sprake. “Het was duidelijk dat we een andere kant op moesten en met biologie heeft Van Iperen inmiddels al de nodige ervaring.”

Dat is waar Marjolein van der Knaap om de hoek komt kijken. Marjolein, werkzaam bij Koppert, hield zich rond die tijd bezig met onderzoek naar de inzet van biologie tegen pepertrips. Dit was ook het soort trips waar Richard en Stefan last van hadden in hun teelt. Deze pepertrips vormen een grote bedreiging voor het gewas. Naast dat ze zich verstoppen en dus moeilijk te vinden zijn voor roofmijten richten ze in kleine aantallen al grote schade aan. In eerste instantie was er maar weinig bekend over deze exotische trips, vandaar dat Koppert in samenwerking met een aantal partners proeven heeft opgezet om de beste biologische bestrijder te vinden. En met resultaat. Marjolein zegt hierover “Het is nog steeds een zoektocht, maar ik durf wel te stellen dat roofmijten een hele goede basis zijn tegen onder andere de pepertrips.”

Toepassing
Het toepassen van de roofmijten gebeurt vooral preventief legt Marjolein uit: “Je kan maar een kleine hoeveelheid pepertrips tolereren, daarom is het belangrijk om constant een hoge roofmijtbezetting te hebben.” Het inzetten van die roofmijten gebeurt in verschillende fasen van de teelt op verschillende manieren. Om te beginnen worden er bodemroofmijten ingezet op het moment dat de stekken van de anthuriums binnenkomen. Mochten er op dat moment al poppen van trips aanwezig zijn, richten de Macro-Mite bodemroofmijten zich meteen op de poppen. Vervolgens wordt de Swirski-Mite uitgezet met de Airobug verblazer tegen de tripslarven in de plant. In de laatste fase van de teelt worden voornamelijk zakjes met de Swirski-Mite LD gebruikt. Dit vermijdt residu wanneer de planten naar de afnemer gaan. In het gehele proces worden de roofmijten bijgevoerd met een combinatie van Nutari voedermijten en Artefeed.

Ontwikkeling blijft nodig
Richard van der Salm:  “Over het algemeen zijn we tevreden met hoe het loopt. Zeker de eerste helft van het jaar ging het zeer goed. Daarna kregen we, mede door de aanhoudende extreme warmte, meer last van tripsdruk.” De oplossing tegen trips is dus nog zeker niet in beton gegoten. Zo zijn sommige rassen van de anthuriums bijvoorbeeld gevoeliger voor de pepertrips dan anderen of laten sneller schade zien. Op sommige rassen was de tripsdruk zelfs zo hoog dat Richard en Stefan hebben besloten te stoppen met het telen van die rassen. Ook is er nog een zoektocht naar een manier om de trips tegen te gaan als ze eenmaal volwassen zijn. Marjolein: “We onderzoeken nu ook welke rol vangkaarten en lokstoffen kunnen spelen in de bestrijding van volwassen trips.”

Overigens zijn de natuurlijke vijanden niet alleen tegen de trips ingezet. Tegen bladluizen werden afgelopen jaar sluipwespen (Aphidius Colemani) en galmuggen (Aphidoletus Aphidimyza) ingezet. Met succes: in de anthuriums van Stefan en Richard zijn amper luizen gesignaleerd.

Ondanks dat er nog genoeg onderzoeken lopen, is Richard van der Salm enthousiast over de biologische strategie: “Gezien de toekomst is het belangrijk om ook als kweker met dit soort zaken bezig te blijven.”

Voor meer informatie:
Van Iperen
www.iperen.com
info@vaniperen.com


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven