Op het gebied van emissiebeperking van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater is de glastuinbouw op dit moment zeer actief. Er wordt nu volop geïnvesteerd in de zuivering van restwaterstromen. Maar er zijn meer aspecten die aandacht behoeven. Zo is de teeltwisseling een kritisch moment als het gaat om mogelijke emissie.

Voor de Nederlandse glastuinbouw
geldt met ingang van 1 januari 2018 een verplichte zuivering van restwaterstromen. “Dat is een grote stap, maar daarmee zijn nog niet alle emissies naar het oppervlaktewater aangepakt”, zegt Margreet Schoenmakers van LTO Glaskracht Nederland. “Zo is er nog winst te behalen tijdens de teeltwisselingen. We proberen telers hier bewust van te maken. Uiteraard reiken we hen ook oplossingen aan.”
We praten met Margreet Schoenmakers, programmamanager water bij LTO Glaskracht Nederland, en Erik Groen, handhaver bij Hoogheemraadschap van Delfland. Het gebied van dit Zuid-­Hollandse waterschap kent een hoge concentratie glastuinbouw. “Als waterschap kiezen we voor samenwerking met de sector, omdat dit de beste resultaten oplevert”, aldus Erik Groen. Margreet Schoenmakers sluit zich hierbij aan. “Waterbeheerder en sector hebben beide belang bij schoon oppervlaktewater. Het waterschap stuurt er op aan dat het water aan de normen voldoet. Voor de sector geldt dat zij haar verantwoordelijkheid voor de omgeving serieus neemt en haar middelenpakket wil behouden. Terugkerende normoverschrijdingen kunnen leiden tot het uiteindelijk wegvallen van toelatingen. Een smal middelenpakket maakt het moeilijk om Integrated Pest Management te realiseren.”



Teeltwisseling
De teeltwisseling kent twee fasen: de afronding van de oude teelt en de start van de nieuwe teelt. Beide fasen hebben hun eigen risico’s met betrekking tot emissie.
Wat kan er zoal misgaan tijdens een teeltwisseling en hoe is dit te voorkomen? “De beëindiging van een teelt is voor de teler een grote schoonmaak. Om zo de nieuwe teelt schoon te beginnen”, legt Erik Groen uit. “Het oude gewas wordt verwijderd. Alles wordt schoongemaakt. Deze grote schoonmaak gaat met veel water gepaard. Water om de binnenkant van de kassen en de vuilwatersilo’s schoon te maken. Maar ook uitlekwater van substraatmatten en percolaatwater. Dat is water dat vrijkomt bij de vertering van het oude gewas. Al dit water bevat restanten van gewasbeschermingsmiddelen en mag dus niet in het oppervlaktewater terechtkomen.”
De praktijk is dat dit laatste nog wel eens gebeurt. “Met zorgvuldig handelen is dit te voorkomen”, aldus Margreet Schoenmakers. “Het levert veel op als een teler zich voorbereidt op de teeltwisseling. Bij teelt op substraat is het raadzaam tijdig te stoppen met de watergift, zodat de substraatmatten zoveel mogelijk droog worden getrokken door het gewas en kunnen uitdrogen. Het water dat er dan na de teelt nog in zit, moet worden geloosd op het riool. En niet op het oppervlaktewater. Dus niet zomaar op het erf te drogen leggen. Zorg dat je lekwater kunt opvangen en naar het riool kunt afvoeren.

Buffercapaciteit
Vaak wordt bij de teeltwisseling ook de vuilwatersilo geleegd. Dit water kan gewasbeschermingsmiddelen bevatten en mag daarom niet worden geloosd op het oppervlaktewater, wel op de riolering. “Deze grote schoonmaak geeft een piek in de lozing op het riool”, merkt Erik Groen op. “Zeker als ook naburige telers bezig zijn met een teeltwisseling. Daarom moeten telers water kunnen bufferen. Dat is ook wettelijk voorgeschreven. Maar de voorgeschreven buffercapaciteit is veelal niet berekend op de piek tijdens een teeltwisseling. Terwijl dit in feite wel tot de normale bedrijfsvoering behoort. Ik vind dit een punt van aandacht.”
De start van een nieuwe teelt kent zijn eigen risicofactoren. “Ook daar zijn passende maatregelen voor”, aldus Margreet Schoenmakers. “Na het voldruppelen van de nieuwe substraatmatten worden draingaten gemaakt om het overtollige drainwater te verwijderen. Dit water moet worden geloosd op het riool. Van oudsher snijden telers in één keer alle draingaten, waardoor er veel water tegelijk vrijkomt en het risico ontstaat dat de buffercapaciteit te klein is. Dat is eenvoudig op te lossen door gecontroleerd de matten door te steken: eerst kleinere openingen, waardoor het overtollige water minder snel vrijkomt. Verder is het handig dicht bij het drainafvoerpunt te beginnen en niet alle matten op dezelfde dag te draineren.”
Een andere ‘ingebakken’ gewoonte aan het begin van de teelt is het spuien van het eerste drainwater. “Telers denken dat dit eerste drainwater stoffen uit de matten bevat die schadelijk zijn voor het gewas. Echter, uit ervaring is gebleken dat hergebruik van dit eerste drainwater geen extra risico’s oplevert voor het jonge gewas. De laatste jaren is de glastuinbouw het water steeds meer gaan recirculeren. Hier valt dus nog meer winst te behalen.”

Extra onder aandacht
Bovengenoemde adviezen, en ook andere adviezen, zijn al geruime tijd beschikbaar via de website glastuinbouwwaterproof.nl. “Maar we willen de teeltwisseling nu nog eens extra onder de aandacht brengen”, zegt Margreet Schoenmakers. “Dit gebeurt vanuit de deelnemende partijen binnen het Afsprakenkader Emissieloze Kas. Dat zijn zeven gemeenten, twee waterschappen (waaronder Delfland) en de sector. We bieden hierbij een flyer Teeltwisseling, die onder meer gepaard gaat met artikelen en praktische tips op glastuinbouwwaterproof.nl. Wellicht dat ook de zuiveringsplicht stimulerend kan werken. Dit is een aanleiding om alle waterstromen op het bedrijf eens goed in beeld te brengen en emissies zoveel mogelijk te verminderen, om zo de juiste keuze te maken qua zuiveringsmethode. De uiteindelijke hoeveelheid afvalwater is namelijk van invloed op de te kiezen zuiveringsmethode en de vereiste capaciteit. Dus loont het om zuinig en verantwoord om te gaan met water. Juist ook bij de teeltwisseling.”

Het lastige van de teeltwisseling is dat dit een stressvolle periode is voor telers, merkt Margreet Schoenmakers op. “Er moet veel gebeuren in korte tijd. En juist dan is grote zorgvuldigheid vereist om emissies tegen te gaan. Bovendien ervaren veel telers de teeltwisseling niet als onderdeel van hun productieproces. Tijdens het hele groeiseizoen werken ze zorgvuldig ten aanzien van het milieu. Maar bij de teeltwisseling lijken ze dat uit het oog te verliezen.” Erik Groen beaamt dit. “Het zou al winst zijn als telers de teeltwisseling als wezenlijk onderdeel van hun productieproces zouden beschouwen.”

bron: Nefyto bulletin september 2017