Er zijn in het VK circa 1.500 bedrijven actief die een Nederlandse eigenaar hebben.
Gezamenlijk genereren die circa GBP 40 miljoen aan omzet op jaarbasis. Een veelvoud van dit aantal bedrijven heeft een intensieve handelsrelatie met het VK en staat daarmee bloot aan de grillen van de valutamarkten. De beweeglijkheid raakt echter niet alleen de bedrijven, want ook consumenten – in het VK en in Nederland – hebben hier last van.



Uit de analyse per sector komt naar voren dat de invloed van valuta’s voor bijna alle sectoren groot is. Bij bouw en real estate is de invloed per saldo neutraal, maar bij agrarisch, food en industrie is die beweeglijkheid van wezenlijk belang. Bij leisure en food raakt het vertrouwen van consumenten een gevoelige snaar, terwijl bij real estate vooral de investeringsbereidheid een issue is. De transportsector zal met name hinder ondervinden van handelsbelemmeringen waarbij douaneformaliteiten een vlucht zullen nemen.

De producten en diensten van agrarische bedrijven worden in het VK gewaardeerd en daarom doen bedrijven er goed aan om de bestaande relaties met de Britse partners te verstevigen. Dit geldt ook voor exporterende foodbedrijven. Maar om abrupte vraaguitval voor te zijn, kunnen bedrijven meer aandacht besteden aan scenarioplanning. In de bouwsector is het verschil in bouwregelgeving per land één van de barrières voor internationalisering. Monitoren van de veranderingen hierin bij de aanstaande Brexit is een eerste stap.

Voor industriële ondernemers blijft het creëren van onderscheidend vermogen het belangrijkste wapen. Dit kan door de lock-in van klanten middels servitization
: het aanbieden van slimme diensten. Voor leisure-ondernemers is het hebben van onderscheidend vermogen ook van groot belang. Hierdoor speelt de leisure-ondernemer zich internationaal in de kijker. Mocht onverhoopt blijken dat de Britse consument het laat afweten, dan kan worden onderzocht welke afzetmarkten de vraaguitval kunnen opvangen. In Nederland zijn ook veel retailbedrijven actief met exposure op het VK. Zij kunnen zich beschermen tegen de nadelige gevolgen van de Brexit via een heroriëntatie op het assortiment, de prijsstelling en eventuele uitbreiding naar een nieuwe afzetmarkt. Voor de transportondernemers zal de logistieke werkwijze zeker veranderen de komende tijd. Dit kan leiden tot vertragingen en hogere kosten. Het is dan ook zaak om vroegtijdig en vooral proactief met opdrachtgevers in gesprek te gaan hierover. De dienstensector heeft grote belangen in het VK. Zij laten zich niet belemmeren door Brexit en zetten hun
groeistrategie in het VK door. Wat ook kan helpen bij het inschatten van de mogelijke gevolgen van Brexit is in gesprek gaan met collega-ondernemers en
het uitwisselen van ervaringen met elkaar. Dat maakt de onzekere toekomst door Brexit wellicht iets transparanter.

Per saldo zal Brexit waarschijnlijk een ‘verlies-verlies’ situatie opleveren. Het VK zal economische schade oplopen en binnen de Europese Unie zal het netto-effect ook niet positief uitvallen. Dat is de algemene perceptie. Bedrijven - in welke sector dan ook – kunnen zich echter wel individueel voorbereiden om dit ‘verlies’ zoveel mogelijk te beperken. Daarvoor zijn verschillende strategische opties mogelijk. Vaak wordt bij het nadenken over strategie uitgegaan van voorspelbare toekomstige ontwikkelingen in de omgeving van een bedrijf. Dat maakt het nadenken over de post-Brexit omstandigheden moeilijk. Op basis van beperkte informatie moeten strategische beslissingen genomen worden. Een goede eerste stap is proactief in gesprek te gaan met klanten, leveranciers en ook collega ondernemers. Dat kan vaak verhelderend werken en helpt bij het nadenken over strategische mogelijkheden.

Bloemen
Het VK is, anders dan Nederland, erg afhankelijk van de import van agrarische producten. De zelfvoorzieningsgraad van het VK ligt namelijk met 54% erg laag. Voor de voorziening in voeding is het VK voor 27% afhankelijk van de EU. Nederland is het belangrijkste EU-land als het gaat om de import van voedingsmiddelen van het VK. Met name groente en fruit zijn belangrijke importproducten voor het VK. De zelfvoorzieningsgraad voor vlees, zuivel en eieren ligt een stuk hoger.



Door de daling van het Britse pond vorig jaar werden agrarische producten duurder. Een goed voorbeeld zijn de bloemen. In het VK wordt circa EUR 2 miljard uitgegeven aan bloemen. Het grootste deel (90%) komt uit het buitenland. Nederland is verreweg de belangrijkste toeleverancier. De importwaarde van Nederlandse bloemen is circa EUR 550 miljoen. Bloemen zijn echter prijsgevoelig. Door de lagere koers van het pond worden de bloemen duurder en neemt de vraag af.



Tenslotte is de visserij afhankelijk van de onderhandelingsresultaten tussen het VK en de EU. De Nederlandse vissers vrezen dat zij een belangrijk deel van de visgronden verliezen bij een harde Brexit.

Klik hier voor het sector rapport van de ABN AMRO