Het probleem met trips in chrysant neemt nog steeds toe en de chemische correctie lukt maar ten dele. Het is zaak een goed geïntegreerd systeem op te bouwen om de zaak in de hand te houden. De vernieuwde Certirol met kweekzakjes voor roofmijten is een essentieel element in het pakket middelen dat een kweker ter beschikking staat, aldus Certis in diens maandelijkse nieuwsbrief Glashelder.

Sommige gewassen vormen een echte uitdaging bij de opbouw van een biologisch systeem. Kwekerij Kees de Jongh in het Gelderse Tuil teelt 2,5 ha Madiba’s, een kleinbloemige santini. Het is een open gewas met heel veel kleine bloemetjes, dat pas na 4 weken sluit. Vervolgens is de teeltduur in de zomer slechts 7-8 weken. “Je hebt dus extreem weinig tijd om de biologie op te bouwen. Pas als de takken elkaar raken kunnen de beestjes van de ene naar de andere plant overlopen, dat is na een maand. Daarna heb je nog maar een maand over. We hebben dus sterke behoefte aan een product dat heel snel resultaat geeft. De nieuwe kweekzakjes voldoen daaraan”, vertelt Erwin van Valburg, verantwoordelijk voor de gewasbescherming bij de chrysantenteler.


Erwin van Valburg (rechts) tegen Jan Sonneveld en Dennis Eekhoff (links): “We hebben extreem weinig tijd om de biologie op te bouwen en dus sterke behoefte aan een product dat heel snel resultaat geeft. De Certirol voldoet daaraan.”

Vermeerdering in het zakje
Certirol bestaat uit lange plastic linten waaronder een kweekzakje hangt. Daarin ‘woont’ de roofmijt Amblyseius cucumeris. De mijt vermeerdert niet in het gewas zelf en daarom vinden ze in het zakje de juiste omstandigheden om eieren te leggen.

Bij de eerste versie van het product konden de zakjes te vochtig worden, vertelt Dennis Eekhoff van Certis. Dat probleem is opgelost. “We hebben alle elementen verder doorontwikkeld en opnieuw uitgebreid praktijkproeven gedaan. De plastic linten blijven strak, zodat de zakjes onder de linten altijd in de schaduw hangen waardoor de temperatuur in de zakjes nooit te hoog oploopt. Bovendien zijn de zakjes beschermd tegen water van de beregening.”

Geïntegreerd systeem opbouwen
In samenspraak met Jan Sonneveld van Alliance heeft Van Valburg een geïntegreerd gewasbeschermingssysteem opgebouwd. “De eerste twee weken wordt er gespoten met integreerbare middelen, die vriendelijk zijn voor de biologie”, vertelt Sonneveld. “Na de tweede week trek je de linten in het gewas. Dan raken de takken elkaar nog niet en kunnen de mijten nog niet overlopen, maar als je later begint, loop je achter de plaag aan.”


De zakjes onder de plastic linten blijven altijd in de schaduw en zijn beschermd tegen water.

“Het gat tussen week 2 en week 4, als de planten elkaar raken, overbruggen we door extra cucumeris te verblazen”, gaat Van Valburg verder. “De rest van de periode brengen we één keer per week parasitaire aaltjes in als correctie en in de winter ook BotaniGard, een schimmel die insecten parasiteert. Verder gebruiken we blauwe vangplaten om trips weg te vangen. Soms moeten we chemisch ingrijpen tegen luis en dit jaar hadden we verder veel last van slakken.”

Schone start
Het is een vrijwel sluitend systeem, maar het komt heel precies, benadrukt Sonneveld. Als één element niet helemaal uit de verf komt, ontstaat er al schade. Het grote probleem is het wegvallen van echte correctiemiddelen. “Als je geen schone start hebt, wordt het heel lastig gedurende de rest van de teelt”, beaamt de gewasbeschermingsverantwoordelijke van het bedrijf. “Normaal stomen we één ronde licht en één ronde zwaar om de poppen van de trips in de grond kwijt te raken, maar we denken over vaker stomen om een schone start te maken.”

Bij het oogsten wordt het betreffende vak met schermdoeken en padwanden afgeschermd om overvliegen naar de jonge aanplant te voorkomen. Bij de transportband is daarom ook een extra wand van blauwe vangplaten opgesteld.

Roofmijten verschijnen meteen
Eigenaar Kees de Jongh geeft aan dat hij tevreden is over de linten. Ze zijn een welkome aanvulling in het geïntegreerde systeem. De gewenste snelheid komt in de praktijk ook daadwerkelijk uit. “De mijten komen meteen uit het zakje”, ziet Van Valburg. “Vervolgens is het kasklimaat bepalend hoe ze zich verder ontwikkelen. Tussen 20ºC en 26ºC doen ze ’t het best. Als het te koud is, komt de kweek niet op gang. Als het te warm is, verschuilen ze zich onder in het gewas. Bij de klimaatbeheersing houden we daar rekening mee bij het schermen, luchten en broezen. We proberen het de biologie naar de zin te maken."

Ook de hittewerende coating ReduHeat helpt daarbij. Die is gekozen om de bloemkleur in de zomer op peil te houden, maar werkt ook positief uit voor het welbevinden van de roofmijten.

Voor meer informatie:
Certis Europe
Postbus 1180 3600 BD Maarssen
Safariweg 55 3605 MA Maarssen
T +31(0)346 29 06 00
F +31(0)346 29 06 01
E info@certiseurope.nl
www.certiseurope.nl