Hoe kan de wereldwijde meststoffensector duurzamer worden gemaakt?

Tholen - De toekomst is groen en bij Van Iperen International zijn ze daar ook van overtuigd. Daarom maken ze de groene overstap. Deze ontwikkeling is al een tijdje aan de gang, dus laten we even checken hoe het ervoor staat. Wat houdt de groene omschakeling precies in? En wat houdt het in de praktijk in? Marc van Oers, directeur innovaties bij Van Iperen International, vertelt ons meer.

Duurzaamheid
"Met het maken van de groene switch willen we onze bijdrage leveren aan de verduurzaming van de wereldwijde tuinbouw, zowel in de glastuinbouw als de vollegrondsteelt." Het bedrijf is actief in meststofproducten en biostimulanten voor fertigatie en bladtoepassing. Hun producten worden gebruikt op een breed scala van gewassen, van druiven tot aardappelen, meloen, ananas, appel, aardbei, ui, mango, enz.

"We zijn op zoek naar methoden en producten die chemisch identiek zijn aan de producten die momenteel in de hightech land- en tuinbouw worden gebruikt, maar die minder belastend zijn voor het milieu bij de productie ervan."

Maar de groene overstap maken betekent ook zoeken naar nieuwe biostimulanten, vervolgt Marc. "We hebben gezocht naar gewassen die efficiënt zijn in nutriënten- en of watergebruik. We telen ze, extraheren hun actieve stoffen en passen die toe op andere gewassen. Het resultaat is een efficiënter gebruik van voedingsstoffen of water en een betere opbrengst van de gewassen waarop de extracten worden toegepast." De dit jaar gepresenteerde productlijn draagt de naam Plants for Plants.

De ontmoeting van 2 werelden
Van Iperen International heeft een aantal innovatieprojecten die hun groene omschakeling ondersteunen. Marc: "In het verleden hadden we de segmentatie van meststoffen, beginnend bij laagwaardige producten zoals basisproducten en eindigend bij de specialiteiten, wat toen de spoorelementen waren. Tegenwoordig worden de sporenelementen ook gezien als commodities en zijn ze vervangen door biostimulanten."

Daarnaast is de segmentatie van gewasbeschermingsmiddelen in de loop der jaren geëvolueerd, waardoor nieuwe segmenten zijn ontstaan zoals bioprotectie. "Waar de werelden van meststoffen en gewasbescherming vroeger gescheiden werelden waren, is er nu een ontmoetingspunt tussen de biostimulanten uit de wereld van de meststoffen en de bioprotectieproducten uit de wereld van de gewasbescherming."


Figuur: de ontmoeting tussen de werelden van voeding en gewasbescherming

Partners
De ontwikkeling van die nieuwe producten gebeurt bij Van Iperen International, maar ook samen met partners zoals het Italiaanse Landlab, hun partner voor agronomische R&D. "Daarnaast hebben we ook andere partners, vaak ingenieursbureaus. Voorbeelden zijn Pure Green Agriculture uit de Verenigde Staten en Cinis uit Zweden. Zij hebben briljante ingenieurs die in staat zijn om nieuwe technologieën te ontwikkelen om bekende en bestaande meststoffen op een circulaire en veel duurzamere manier te produceren. Zij begrijpen de technologie en wij begrijpen de markt. Samen zijn we in staat om een beweging in gang te zetten naar meer duurzaamheid."

Van Iperen International heeft daar zeker de nodige marktkennis voor in huis. "We leveren aan meer dan 100 landen en hebben, naast ons hoofdkantoor in Nederland, medewerkers in Australië, Thailand, Zuid-Korea, Libanon, Turkije, Servië, Hongarije, Frankrijk, de VS en Costa Rica. We bedienen de lokale markt en in elk van de landen waaraan we leveren hebben we onze eigen distributeurs."

Kaliumsulfaat in Zweden
Marc geeft details over twee voorbeelden van GreenSwitch projecten die lopen bij Van Iperen International. Het eerste is met Cinis in Zweden. "Met hen zijn we nu zo'n vier jaar in gesprek. Zij hadden het idee om kaliumsulfaat op een revolutionaire manier te produceren. Momenteel wordt bijna al het kaliumsulfaat wereldwijd geproduceerd volgens het Mannheim-proces. Dat proces vereist temperaturen van 600-700ºC, wat het een zeer energetisch proces maakt. Het gebruikte zwavelzuur is afkomstig uit de ruwe oliesector en waterstofchloride als nevenproduct van het Mannheim-proces is een hoofdpijn voor deze sector. Er is dus zeker ruimte voor verbetering."

Bij Cinis bedachten ze een ander proces: circulairder en minder energieverbruikend. Ze werken samen met verschillende bedrijven in het noorden van Zweden, waaronder Northvolt, een grote speler in de productie van autoaccu's. "Bij de productie van die accu's wordt veel zwavel geproduceerd, die wij als reststroom kunnen gebruiken. Ook is er een grote papierproductiesector in het noorden van Zweden. Deze sector produceert veel residu dat momenteel in de oceaan wordt geloosd. Maar dat residu bevat veel zwavel, dus is er een methode bedacht om de zwavel uit dat residu te halen, zodat het niet meer in de oceaan terechtkomt." De Zweedse ingenieurs bedachten ook een methode om zwavel om te zetten in kaliumsulfaat bij veel lagere temperaturen, rond de 30ºC. "Dat is dus circulair en kost veel minder energie, wat op zijn beurt weer groene energie is. Samen met Cinis gaan we daar de markt voor ontwikkelen."

Stikstof
Een tweede voorbeeld: Vijf jaar geleden kwam Van Iperen International in contact met het Amerikaans bedrijf Pure Green Agriculture. "Dat bedrijf had het idee om ammonium uit mest te gebruiken voor de productie van nitraatmeststof. Op die manier kun je uit mest kaliumnitraat of salpeterzuur maken."

Dat principe vindt zijn oorsprong in de waterzuiveringssector. Pure Green Agriculture nam dat idee vervolgens over en ontwikkelde het verder. "Daarom zijn we nu in staat om in onze fabriek in Hardenberg in Nederland een heldere oplossing van kaliumnitraat te produceren onder de naam GreenSwitch Original. Het alternatief, een proces dat begin 20e eeuw is uitgevonden door Haber, Bosch en Ostwald, is nog steeds de standaard in de markt. Het vergt veel energie, omdat het in vacuüm bij hoge temperaturen gebeurt. In het nieuwe proces onttrekken we ammonium aan mest in biogasinstallaties en maken daar nitraten van met behulp van groen gas. Met het nieuwe proces dat we gebruiken, gaat de CO2-footprint met 80% omlaag en het verlaagt de kostprijs van de productie van groen gas."

Nog een voordeel: als boeren nu ammonium uit mest op hun land uitrijden, gaat 17% van de totale stikstof die wordt uitgereden verloren als ammoniak, maar dat kan ook anders. "Als je van dat ammonium nitraat maakt, dat niet vluchtig is, en dat gebruikt in de glastuinbouw of bij fertigatie in de vollegrond, verandert die 17% in bijna 0%. Op die manier kunnen we ook een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van het stikstofprobleem."

In Nederland zijn al verschillende potplantentelers gestart, zoals Hoogeveen Plants en Bunnik Plants. "Ook in de plantenkwekerijen en de snijbloemensector hebben we de eerste kwekers die al zijn overgestapt," aldus Marc. Ook is er een toenemende belangstelling voor groentetelers, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Marc ziet eveneens kansen voor vele andere telers over de hele wereld die hun Carbon Footprint willen verkleinen. De eerste gesprekken zijn gestart in Australië en Zuid-Korea. Buiten Europa is hij ook geregistreerd voor biologische landbouw.

Voor meer informatie:
Van Iperen
www.vaniperen.com

 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven