Johan Cruijff van de bloemenhandel met pensioen

Leen Overbeek, door zijn naaste collega’s onomwonden de “Johan Cruijff van de bloemenhandel” genoemd, is met pensioen gegaan. Of met pensioen gestuurd, dat houden we in het midden, want Leen stuur je niet weg, maar met 74 lentes op de teller mag het een keer genoeg zijn. Een leuk afscheidsfeestje en een emotionele verhuizing verder – na 49 jaar werd het eigen huis ingeruild voor een comfortabel appartement, wat vooral bij vrouwlief voor de nodige tranen zorgde – is nu een mooi moment gekomen eens terug te blikken op ruim een halve eeuw bloemenhandel.


Leen Overbeek, geflankeerd door Dennis Smit (links) en Jeffry Boon

Leen, geboren en getogen Hoofddorper en oudste van acht kinderen, leerde na school voor timmerman. Dat hield hij een half jaar vol, waarop hij, 14 jaar oud, begon in de bloemenkraam van Ome Piet. ‘In de avonduren heb ik nog wel mijn timmermansleraarakte gehaald, toen was ik 19, maar daarna heb ik nooit meer een spijker geslagen. Niet hout maar bloemen, dat zou mijn passie worden voor het leven. En dat begon met Ome Piet, die op het dorp een begrip was. Hij had een bloemenstalletje en de eigenaardige kwaliteit arme mensen als ze geen geld hadden, gratis bloemen mee te geven. Geld verdiende hij wel bij de burgemeester, die trok hij een poot uit als het moest. Rond de Kerst liet hij trailers vol kerstbomen aanrukken, het hele erf stond vol, die gingen we met de bakfiets overal bezorgen.

Dat was een prachtige tijd, maar op goed moment ging ik voor mezelf beginnen. Ik kwam terecht in de bloemenwinkel van Tijsterman in Uithoorn. Daar heb ik een jaar gewerkt, totdat zijn dochter, die een bloemenwinkel had in Hoofddorp, haar zaak verkocht. Ik heb die toen kunnen overnemen, ik was 19 en had verkering met mijn vrouw. Samen hebben we die zaak twee jaar gerund. En, wat zal ik zeggen, we zijn niet failliet gegaan, maar ook ik had de neiging alles weg te geven. We deden de zaak weer van de hand, ik solliciteerde bij Baardse en daar is mijn avontuur in de bloemenexport  begonnen.

In deze periode heb ik tussendoor ook veel groot arrangeerwerk gedaan. Zo maakte ik grote versieringen voor een bekende behangfabriek en werkte mee aan het bloemencorso van Aalsmeer. Op de postzegelbeurs heb ik mijn grootste bloemenarrangement ooit gemaakt, een gevaarte van 20 meter breed en 5 meter hoog inclusief waterval, ananassen, bananen en heel veel exotische bloemen.’

Leergeld
‘De bloemenhandel is dynamisch, vertrouwen is bij uitstek van belang. Dat geldt voor leveranciers en klanten, en ook voor je eigen medewerkers’, vervolgt Leen. ‘Recht is recht en krom is krom, dat heb ik daar geleerd. Baardse had onder andere bedrijf en München en Hannover. Ik ging vaak naar München, op goed moment kwam ik er achter dat er met open kassa werd gewerkt. Ik zag met eigen ogen dat het niet in de haak was en ik belde naar de zaak, maar ze geloofden mij niet. Toen werd ik witheet. Ik wist wat ik zag, maar ze wilden niet naar mij luisteren. Ik ben toen in een streep teruggereden naar Aalsmeer. Ik nam ontslag en heb daar in het bijzijn van verschillende collega’s de boel een beetje verbouwd.

Dat was mijn eerste aanvaring in de bloemenexport en daar heb ik best spijt van gehad. Het was niet goed wat ik deed, dat weet ik, maar ik kon het gewoon niet accepteren. Later heb ik wel gehoord dat er begrip was voor mijn kant van het verhaal. Ik kon zelfs terugkomen, maar het leven gaat verder. Uiteindelijk heb ik er ongeveer twee jaar gewerkt en er het exportvak geleerd.

Focus op specialiteiten
Henk Baltus was een autohandelaar die een tulp niet van roos kon onderscheiden. Ik kwam bij hem werken en samen bouwden we het bedrijf Baltus Bloemen Export op. Een bedrijf waar ik trots op was. Nu bestaat het niet meer, maar het is decennialang een speler van formaat geweest in de bloemenexport. Hij was de eigenaar, hij had bovendien twee zoons die later ook in het bedrijf zouden komen, maar we deden het samen en ik kon mijn gang gaan. Ik wist immers van bloemen en zo hebben we het ook altijd verdeeld; hij het geld tellen en de zaak bij elkaar houden, ik de bloemen en de inkoop, we legden elkaar nooit iets in de weg.

Het is nu zo’n 50 jaar geleden – Leen en Henk zouden 38 jaar lang samenwerken – dat we een ruimte huurden bij CAV, een van de twee bloemenveilingen in de omgeving (de ander was Bloemenlust) die later zouden fuseren tot de huidige veiling Aalsmeer. Aanvankelijk werden er veel zaken gedaan in het Ruhrgebied, waar ik vaak te vinden was, en stap voor stap breidde de zaak uit. Met nieuwe klanten volgde ook meer personeel, terwijl we tegelijkertijd warme banden opbouwden met onze leveranciers en zelfs veredelaars. Bloemen zijn altijd een hobby van me geweest, en ik vond het altijd leuk om over de schouder van de kweker en veredelaar mee te kijken. Bovendien is het in mijn optiek iets wat je samen moet doen, een bloem moet goed te telen én te verkopen zijn. Zodoende was ik was klant bij mannen als Kooij (anjers), Preesman (rozen), Bos (freesia), Kolster (hortensia), etc. Later, toen we steeds verder groeiden, nam ik ook mijn rozeninkoper mee, of mijn freesia-inkoper, om hen ook die productkennis mee te geven.

Daarmee ontstond iets bijzonders, zo je wilt, een strategie die van te voren niet zo duidelijk gearticuleerd was maar wel in praktijk gebracht werd. We gingen ons focussen op specialiteiten, op een manier die een bedrijf als Hoven & De Mooij vandaag de dag meer geperfectioneerd heeft. Daarnaast moesten we de grote bedrijven als Zurel, Manen en Mantel en anderen pareren – de oudere generatie herinnert zich het A-team, een DFG-achtige constructie waarin een achttal handelaren waaronder Baltus zich verenigden, en dat later ook weer geklapt is. Ik geloof niet zo in groot, in ieder geval niet in de bloemen. Het is mensenwerk, je moet het product en je klant persoonlijk kennen en anders raak je de connectie kwijt. Je moet weten wat er in de koeling staat en laat je het 1 of 2 weken staan, dan belazer je je klanten. Houdbaarheid is alles, ik las een aantal jaar geleden een onderzoek dat 15% van alle bloemen vanaf het snij/oogst moment niet bij de juffrouw aankomt, daar zakt toch je broek van af. Ook kun je wel de wereld willen veroveren, maar dat is helemaal zo makkelijk niet. Bij Baltus hebben we de VS geprobeerd, dat is niet gelukt, we hebben Japan geprobeerd, maar dat is ook niet gelukt. We zijn op allerlei plaatsen geweest, maar lang niet alles wat we probeerden ging ook altijd goed. Dat is niet erg, je spits jezelf toe op specifieke markten en specifieke segmenten. We waren sterk op met name Duitsland en we hadden ook best wat klanten in andere landen, maar het moet beheersbaar blijven. Op ons hoogtepunt hadden we misschien wel 60 man lopen, later slonk dat ook wel weer naar de helft.

Bij Baltus deden we op ons hoogtepunt ook heel veel groen. Ik heb een keer alle salal van een groenimporteur gekocht, 44.000,- gulden handel. Henk belde me of ik er ook klanten voor had, in die tijd verkocht ik een 50-tal dozen per week aan onze eigen klanten. Of ik gek geworden was. Maar vier weken later had ik de hele veiling van ervan voorzien en deels ook met winst terug verkocht aan de betreffende groenimporteur. Dat was echt topsport, prachtig! In onze handel moet je eigenlijk gisteren oplossen wat vandaag fout gaat. Bloemen zijn geen postzegels, maar verse daghandel. Oplossen en over je eerste verlies heen stappen, dat kun je niet leren. Ik heb hier nooit een seconde wakker van gelegen. Een nieuwe dag geeft nieuwe kansen. Als je terugkijkt om te leren van je fouten, kijk je toch vooruit.

Een man een man, een woord een woord
Dat er, ook nu met al die schaalvergroting, desondanks veel goed gaat, daar neem ik mij petje voor af. Dat is alleen maar zo omdat er nog steeds iconen rondlopen, mensen met een hart voor bloemen die het geheel dragen en waarvan ik hoop dat ze hun kennis op tijd overdragen. En je moet woord houden, natuurlijk, anders is het snel afgelopen. Ik heb hier een mooi voorbeeld van. We hadden een keer een actie geregeld met een Russische klant. Van week 16 tot week 32 zou hij een grote hoeveelheid witte chrysantjes afnemen, deze moesten geverfd worden. Een kweker in het Westland zette ze op en op het moment dat we de eerste lading wilden sturen ging de grens voor geverfde bloemen dicht. De orde kon niet doorgaan en toen dat de beste man ter ore kwam, werd hij laaiend. Hij dacht dat we hem zouden laten zitten, hij dreigde zijn hond op me af te sturen, ik zou het moeten wagen zijn erf op te komen. Dus ik er naartoe, ik ben goed met honden maar natuurlijk was ik nerveus. Voor de zekerheid had ik een stuk hout meegenomen om hem op z’n neus te tikken. Om een lang verhaal kort te maken, de ontvangst was inderdaad vijandig maar we kwamen aan de keukentafel te zitten en toen zei ik hem het volgende. Jij gaat elke dag je bloemen op de klok zetten. Kom je netto lager uit als de prijs die we hebben afgesproken, dan betalen wij het verschil. Kom je hoger uit, dan delen we de winst. Dat hebben we 16 weken met elkaar gedaan, hij heeft het elke dag allemaal super verzorgd voor de klok gezet en uiteindelijk bleek het een win-win, we hebben er allebei extra aan verdiend.

Maar zo gaat het niet altijd natuurlijk. Met alle onbetaalde facturen kun je heel Duitsland behangen, zeg ik wel eens. Maar als handelaar kun je ook de sigaar zijn. Daar heb ik ook nog een mooi verhaal over, van een incident met onze partner in Litouwen. De beste man daar had er een handje van onze bloemen te verkopen, maar ze als weggegooid in de boeken te zetten. Dat liep hoog op, de man had bovendien louche connecties met de maffia. We besloten daarom onze spullen en machines terug te halen en daar hadden we een krabbeltje voor nodig. Als eigenaar kon Henk er zelf niet meer heen, dat was te gevaarlijk. Dus ging ik, wederom met het klamme zweet in de handjes, er heen. En hij wilde niet tekenen. Frans, zo heette hij, wilde wel gaan eten en naar de opera en zijn wasserette-in-aanbouw, die hij tussen twee haakjes van onze centen liet bouwen, laten zien, maar de papieren tekenen wilde hij niet. Dus ik toch maar met hem mee op toer, totdat we daar op dat dak van die wasserette stonden. Het gebouw was vier verdiepingen hoog en had geen lift, je had boven een mooi uitzicht en ik zeg tegen hem: ‘Frans, kun jij vliegen?’ ‘Nee, jij?’ ‘Nee, ik ook niet. Maar een van ons gaat vliegen, en ik neem de gok dat jij dat bent en niet ik. Dus als jij hier nu even een krabbeltje zet, dan gaan we dan weer naar beneden en lekker eten en naar de opera.’ En wat denk je, hij heeft hem getekend hoor. En toen we weer beneden op de stoep stonden begon hij te lachten. ‘Je hebt gewonnen Leen’, zegt hij, ‘we gaan lekker eten en naar de opera.’ En dat hebben we gedaan.’

Eerste pensioen
Er volgen nog vele jaren en verhalen, interessante ontmoetingen en mooie reizen passeren de revue. ‘Natuurlijk was vroeger niet alles beter, maar een bepaalde romantiek bestaat gewoon niet meer. Op een ochtend bij een bakkie hadden we het over Colombia. Dat je daar mooie rozen kon kopen, dat hadden we wel gehoord maar dat deed nog bijna niemand. We besloten dat we eens moesten gaan kijken, ik belde mijn vrouw om 11.00 uur en half 4 ’s middags zaten we in het vliegtuig. Op naar Colombia, 14 dagen lang, en tussendoor ook nog even naar Ecuador. Daar kwam je niet zomaar de kwekerij op, ze stonden met geweren aan de poort, alles werd gecontroleerd voor je binnen kwam. We hebben er jaren heel veel anjers en rozen weggehaald. Veel ging onderhands, Henk bemoeide zich er nooit mee, je regelde het gewoon. Vaak maakte ik met een inkoper op eigen houtje staffels met kwekers om problemen op te lossen, net zoals met die chrysantenkweker, zonder dat daar ook maar ene Baltus weet van had. Wat ik al zei, het voelde als mijn eigen bedrijf. De handel was mijn verantwoording. We hadden een blind vertrouwen in elkaar. En in problemen oplossen met de kweker ging ik tot het gaatje, samen uit samen thuis, we hebben elkaar, toen en ook nu nog, gewoon heel hard nodig.

Maar aan alles komt een eind. De lange dagen, het harde werken en die specifieke stress die de handel nu eenmaal eigen is zijn me niet in de koude kleren gaan zitten. Ik kreeg een paar gezondheidsklappen, in 2007 een bypass operatie en toen moest ik verplicht rustig aan gaan doen. Van mijn dokter mocht ik alleen nog werken van 8 tot 12. Maar dat kan ik natuurlijk niet, dus ik was na mijn revalidatie, therapeutisch, gewoon weer om half 6 op de veiling. Dit heb ik tot mijn pensioen in 2011 volgehouden. Altijd is het werk met mijn jongens, de inkopers en verkopers mijn hobby geweest. Mijn afscheid was niet zo mooi. Op mijn laatste werkdag kwam de vraag of ik na mijn pensioen nog door zou gaan. Ik wilde wel, maar zogezegd niet voor spek en bonen. Dit liep uit op een conflict, en na haast 40 jaar heb ik de autosleutels op het bureau laten vallen, mijn vrouw gebeld om me op te halen en zonder om te kijken het bedrijf, dat mijn leven en hobby was, achter me gelaten. Mijn inkopers en verkopers, de mannen waar ik altijd trots op ben geweest, hebben me een maand later echter wel een geweldig en onvergetelijk afscheid gegeven.

Toch was ik nog niet klaar voor mijn pensioen. Ik zat een paar jaar thuis, toen Jeffrey en Dennis belden. Of ik zin had samen met deze twee mannen nog wat beet te pakken? Die jongens waren voor zichzelf begonnen en waren bezig met In Bloom een mooi bedrijf op te bouwen. Dit zijn “mijn” jongens, ze kwamen werken bij Baltus en als het nodig was hield ik ze er zo’n beetje, als mijn eigen kinderen, de handen boven het hoofd. Ik ben apetrots op ze. Maar ik had eerst wel mijn bedenkingen. Mijn gezondheid, natuurlijk, maar ook wilde ik ze absoluut niet in de weg lopen. Dus ik zei, laat mij maar eerst onbetaald een paar maandjes aanrommelen, dan gaan we kijken hoe het verder gaat. En van lieverlee rolde ik er weer helemaal in, ik kwam weer op de loonlijst en begon weer echt te werken. Deze periode heb ik als mijn mooiste tijd in de bloemen ervaren, dit had ik nodig om naar een echt, definitief afscheid van mijn meer dan 50-jarige bloemenleven toe te werken.

‘Pa, waag het niet!’
Totdat het een jaar geleden weer fout ging. Een lichte TIA, ik kon geen hele zinnen meer maken – kun je je dat voorstellen, ik die dag en nacht kan praten, mijn moeder zei altijd dat ik pratend ben geboren – maar het was foute boel. En voordat ik het in mijn hoofd haalde er ‘s ochtends vroeg om een uurtje of 5 weer op uit te gaan naar mijn mannen – ik had natuurlijk weer gewoon de wekker gezet – belde mijn dochter. Die voelde het aankomen, die was erop gaan liggen en wist wat ik van plan was. ‘Pa’, zegt zij, ‘ je waagt het niet!’ En toen begon het me eindelijk te dagen dat het misschien wel echt mooi geweest was. Ik heb toen de dokter gebeld, een paar uur later lag ik in het ziekenhuis.

En ik heb natuurlijk de jongens gebeld, dat was heftig, ik zal ze enorm gaan missen. Een paar weken geleden kwamen ze hier, met een grote taart waar op stond ‘Leen bedankt’. Mijn zoon en schoondochter, mijn dochter en mijn twee kleinkinderen waren er ook, en een half uur later kwam die grote Hummer voor de deur. Ik heb wederom een geweldig afscheid van mijn mannen gekregen. ‘Leen, je begrijpt toch wel dat dit je echte afscheid is, hè’, zeiden ze, ha ha. Maar dat is het, je moet niet in de weg gaan lopen, het is mooi geweest.

Bloemen waren en zijn nog steeds mijn grote hobby. Ik heb altijd om kwart over 3 de wekker gehad en me nooit verslapen, terwijl ik toch vaak tot ’s avonds 23.00 uur met onze klanten zat te bellen. Je moet geen kermisklant zijn om dit bloemenleven vol te houden, maar ik heb er nooit moeite mee gehad. Ik werkte 70, 80 uur in de week en tot ver in mijn 40ste deed ik er allerlei avondcursussen bij. Dat kan misschien niet iedereen, en je moet een vrouw hebben die daarmee kan dealen, maar hoe dan ook zijn er vandaag de dag zijn nog maar weinigen bereid zo te werken. We moeten echt naar een andere starttijd, ze houden maar vast aan die zes uur en dat is zonde, een categorie talent schakel je daarmee uit. Überhaupt moeten we ons bezinnen op de toekomst van onze sector, veel kennis loopt weg en er komt naar mijn idee weinig aanwas voor terug. Er moet veel meer specifiek voor onze sector opgeleid worden, de Wellens colleges hebben veel te weinig leerlingen, we moeten de jeugd inspireren om in de bloemenexport te gaan werken. De jeugd is onze toekomst. Ik heb me in mijn werk altijd hard gemaakt voor de jongelui, ik heb veel stagiaires gehad. Met veel van hen heb ik nog altijd contact, als ze in Nederland zijn komen ze langs of ze bellen me. Dat is mijn rijkdom, de jeugd het vak leren, niet bang zijn voor je positie, kennis overdragen, en zo maakt je juist ook je eigen positie sterker. Dat was het belangrijkste doel in mijn lange exportcarrière. Als ik de kans zou krijgen zou ik het allemaal zo weer over doen.'

Reageren? Stuur Leen vooral een een mailtje


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven