Brexit: nieuwe tests voor exporteurs op 1 april en 1 juli

Tot nu toe zijn grote problemen met Brexit uitgebleven. Exporteurs worden geconfronteerd met formaliteiten, keuringen, papierwerk en langere wachttijden, maar tot dusver ging de handel op Groot-Brittannië grotendeels door. Dat is dankzij het feit dat de Britten meer tijd nemen om hun systemen op orde te krijgen, zo meldt LTO. Aan de Europese zijde gold vanaf 1 januari meteen het volledige regime van controles, met als gevolg flinke problemen voor Britse exporteurs van vooral vlees- en visproducten, en levend vee. Er zijn sommige transporten met vlees- en visproducten vernietigd.

Geschat wordt dat de EU-export nog voor 80% in de benen gebleven is. Dat is mogelijk omdat er eind 2020 voorraden zijn aangelegd en omdat bedrijven nog de kat uit de boom kijken. De Britse export naar de EU is zeker gehalveerd, tot groot ongenoegen van de regering in Londen. Er zijn ook de nodige problemen met de bevoorrading van winkels in Noord-Ierland. Veel export naar de Ierse Republiek en Noord-Ierland gaat nu direct via ferry’s die vertrekken vanuit Duinkerken, Cherbourg, Saint-Malo en Roscoff. Er is de nodige politieke spanning tussen Brussel en Londen over het zogenaamde protocol voor Noord-Ierland.

Problemen met doorvoer
Er zijn wel problemen met doorvoer van producten die afkomstig zijn uit andere landen. Zo komen er plantaardige producten uit andere EU-lidstaten die hier verder worden verwerkt of opgekweekt, alvorens naar Groot-Brittannië geëxporteerd te worden. Om dat mogelijk te maken, moet bij het materiaal dat binnenkomt, een ‘pre-export certificaat’ (PEC) zitten. In veel gevallen is dat nog niet zo. De NVWA heeft intussen met Belgische en Deense instanties hierover afspraken gemaakt. LTO dringt er op aan dat met andere lidstaten ook dergelijk afspraken komen. Een centrale database waaruit onmiddellijk blijkt voor welke producten/ziekten geen verklaring nodig is, zou het leven aanzienlijk makkelijker maken. Dit is in Brussel aangekaart. De Europese Commissie verwijst vooral door naar de lidstaten.

Bij doorvoer van producten afkomstig uit landen buiten de EU zijn ‘rules of origin’ ook van belang voor vrijstelling van importtarieven.

1 april en 1 juli: dagen van de waarheid
Vanaf 1 april moeten alle dierlijke en plantaardige producten vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat. De producten moeten vanaf dan ook vooraf aangemeld worden. Tot nu toe gold dat alleen voor levend vee en plantmateriaal zoals bomen en vaste planten. Exporteurs wordt dringend aangeraden om het niet op 1 april te laten aankomen, maar al snel de juiste documenten aan te vragen. Daarvoor moet je de juiste e-erkenning hebben, bekend zijn bij NVWA en keuringsdienst en geregistreerd staan bij e-certNL. Ga tijdig hiermee aan de slag! Lees hier meer erover.

Groupage, het samenbrengen van kleinere eenheden in grote zendingen, vraagt in het bijzonder aandacht. De NVWA wil graag op pallet-niveau certificeren. Hiervoor moeten bedrijven wel nette (certificeerde) locaties voorstellen. Bedrijven moeten ook nadenken hoe ze netjes kunnen verpakken, zodat de zendingen verzegeld kunnen worden. Vanaf 1 juli start het VK ook met steekproefsgewijs controleren in de aankomsthavens. Tot dan wordt er gecontroleerd op de afleverlocaties.

Nederland overlegt met de Britten over het koppelen van ICT. Kennelijk is de Europese Commissie ook betrokken. In de EU hebben we hiervoor Traces, het VK richt een eigen systeem in (“IPAFFS”) maar de vraag is of dat er straks klaar voor is. Denk bijvoorbeeld aan het gebruiken van QR-codes. Zie onderstaande tabel voor de planning van de export van planten en plantaardige materiaal.

Zie hieronder voor de situatie voor dierlijke producten.
(“POAO” = Products of Animal Origin. “ABP” = “Animal By Products”, BCP = “Border Control Points”).

Diverse problemen als gevolg van “Britse keuzes”
Het VK accepteert het Europese plantenpaspoort niet. Je hebt dus een Britse plantenpaspoort nodig als producten na de aankomst verder gedistribueerd worden. De Europese Commissie zegt op vragen hierover dat ze hier niets aan kunnen doen. Het is het gevolg van de Britse keuzes.

Op dit moment kan Groot-Brittannië geen pootgoed naar de EU exporteren, terwijl de EU die wel in GB kan afzetten. Deze situatie is van kracht tot 1 juli. COPA-COGECA heeft mede namens LTO gevraagd om ‘equivalentie’ maatregelen. De Europese Commissie houdt de boot af: eerst moeten de Britten een toezegging doen dat ze zich gaan houden aan EU-wetgeving (“dynamic allignment”). Dit ligt natuurlijk gevoelig bij de Brexiteers. Ondertussen zitten pootgoedtelers met hun teeltplan voor 2021. Poters zijn besteld of staan klaar, en gaan binnenkort gepoot worden.

De Britse landbouworganisaties klagen dat er geen mogelijkheid is levend vee (runderen, schapen, paarden) via Frankrijk, België of Nederland naar de Europese markt te krijgen. Er zijn geen “Border Control Points”. In Rotterdam heeft Stena Line wel een BCP gevestigd voor paarden, maar kennelijk is de Europese vergunning nog niet rond. Hier komen wel eendagskuikens en broedeieren binnen. Verder zegt de Europese Commissie: het is aan de lidstaten om het te regelen. Dus als er behoefte is aan een BCP in Calais, dan ligt dat op het bordje van Frankrijk.

Er is veel onduidelijkheid over de export van samengestelde producten uit de EU naar GB. Voorbeeld: bakkerijproducten, ijs, snoepjes en chocolade. De Britse autoriteiten geven aan nog met richtlijnen te komen. Vraag is ook of bijvoorbeeld voor de export van ingeblikt varkensvlees de herkomst van alle slachterijen aangegeven moet worden op het certificaat. Dit is iets dat zelfs andere derde landen niet vragen.

De Europese Commissie is in de gesprekken over Brexit duidelijk: de problemen zijn het gevolg van Britse keuzes:  “zij willen vrijheid om hun eigen standaarden vast te stellen, nou, dan is dit het gevolg.” En: “wij onderhandelen niet meer, dit is het protocol ”. Kortom, we zijn er nog lang niet met de Brexit, ook al spreekt minister Blok in een kamerbrief over “aanpassingsfrictie” die nog “enkele maanden duurt”.

Brexitfonds op agenda Europees Parlement
Eind 2020 stelde de Europese Commissie een Brexit Adjustment Reserve voor. Deze “BAR” gaat de komende weken in het Europees Parlement en door de lidstaten besproken worden. Van de eerste vier miljard euro, krijgt Nederland 714 miljoen (18%, na Ierland het grootste bedrag), waarvan 583 miljoen euro gekoppeld aan het handelsbelang en 131 euro voor visserij.

Bedrijven en sectoren melden aanzienlijke kostenstijgingen bij de export naar GB. Er zijn schattingen van 8-10% extra kosten, of 400-500 euro per vrachtwagen groenten en fruit. Doorlooptijden zijn toegenomen van één dag naar 4-5 dagen. Daarnaast is retourvracht problematisch, veel auto’s komen leeg terug.

LTO inventariseert de kosten en problemen bij ondernemers in de diverse sectoren. Ondernemers moeten toegang krijgen tot het nieuwe fonds. Bedrijven hebben zich vanaf 2017, toen de Brexit werd getriggerd (“artikel 50”) voorbereid, maar deadlines werden niet gehaald en de onduidelijkheid duurde jaren. De BAR moet straks voor hen ook open staan.

Bron: LTO Klaas Johan Osinga, kjosinga@lto.nl 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven