Eigendomsstrategie voor het familiebedrijf

Voortzetting van familiebedrijven binnen de families is lang geen vanzelfsprekendheid. Volgens onderzoekscijfers blijft slechts 30% van de familiebedrijven na een generatiewisseling zelfstandig en dus eigendom van de familie. De overige worden naar verwachting verkocht of redden het niet in de markt. Tegelijkertijd zien we dat familiebedrijven continuïteit vaak als hun nummer 1 prioriteit benoemen. Willen en realiseren zijn dan misschien toch twee verschillende dingen? Dit roept keuzes op over hoe families denken over het eigendom van hun bedrijf en hoe ze zich voorbereiden op overdracht. Met name in de agribusiness is dit een actueel thema en zien we dat problemen bij overdracht veel voorkomen. Hieronder behandelt BDO dit thema aan de hand van een zevental vragen om over na te denken.  

1.     Is er interesse om het bedrijf voort te zetten in de familie?
Familiebedrijven bestaan bij de gratie van een familie die zich in wil blijven zetten voor het bedrijf. Dat kan als eigenaar en/of als leiding van het bedrijf. Een inventarisatie van de ambities van eigenaren en van de volgende generatie helpt om hier licht op te werpen. Daarbij spelen verwachtingspatronen en sociale druk soms een belangrijke rol. Het kan dan ook helpen om onafhankelijke externen hierbij te betrekken en zo een wat veiliger omgeving te creëren om familieleden zich uit te laten spreken. Aantrekken van externe bestuurders voor een deel van de werkzaamheden is ook goed mogelijk. Maar hoe dan ook, communicatie en aandacht zijn de belangrijkste voorwaarden.

2.     Zijn wij als familie nog wel de beste eigenaar voor het bedrijf?
Een familie kan op veel manieren iets betekenen voor het familiebedrijf: als geduldige investeerder, als bindende factor voor medewerkers en andere stakeholders, als leverancier van talent en betrokkenheid om maar eens wat te noemen. Maar wat als die bron opdroogt of wat als de markt investeringen of koerswijzigingen vraagt waar die familie niet in kan voorzien of welke zij niet aandurft? De vraag is of het bedrijf voor haar continuïteit dan niet beter af is met een andere eigenaar. De keuze voor voortzetten in de familie zou in deze gevallen ook wel eens de minst goede keuze kunnen zijn.

3.     Is het familiebedrijf voor ons nog steeds de beste investering van ons vermogen?
Vaak zien bedrijfsfamilies het nog niet zo, maar in feite is (een groot deel van) het familievermogen geïnvesteerd in één bedrijf. Een riskante manier van investeren, zouden professionele beleggers zeggen. En één waar je dan ook een hoger rendement van mag verwachten. Zijn die twee niet in verhouding, dan kun je je afvragen of het familievermogen nog wel op een verantwoorde manier geïnvesteerd is in het bedrijf. Wat is de eigenaarsstrategie van de familie en in hoeverre lukt het om deze ten uitvoer te brengen? Of moet het vermogen gespreid worden, dan wel (deels) elders worden geïnvesteerd? Wat wordt ondernomen om middelen buiten de risicosfeer te brengen?

4.     Welke randvoorwaarden volgen er uit de financiële planning?
Bij keuzes rondom eigendomsstrategie is de financiële planning van de eigenaren een onderwerp dat vroegtijdig de aandacht verdient. In welke mate zijn zij voor een goede oude dag afhankelijk van verkoop van het familiebedrijf? Of hebben ze deze reeds veilig gesteld en kunnen zij (deels of geheel) schenken, gebruik makende van de Bedrijfsopvolgingsregeling? Welk vermogen is er eigenlijk en wat hebben de eigenaren nog nodig? Belangrijke puzzelstukken, die eigenaren beter tijdig kunnen gaan leggen. Maar al te vaak zien we dat zij goed voor het bedrijf zorgen, maar minder goed voor zichzelf. Uitstel van het bespreekbaar maken van deze vragen, verhoogt de kans op problemen bij een overdracht en verhoogt het risico voor de opvolgers.

5.     Is het bedrijf wel overdraagbaar in de familie?
Als er opvolging is in de familie, is de vraag of en hoe er overgedragen kan worden. De financiële planning en de waardering van het bedrijf zijn hiervoor belangrijke uitgangspunten. Eventuele lasten voor de opvolgers kunnen volgen uit schenk- of erfbelasting dan wel een te betalen koopsom. Zijn deze wel op te brengen vanuit de exploitatie van het bedrijf? Hoe verhoudt zich dit tot de verdiencapaciteit van de onderneming, de prijs bij een overdracht en kapitaal dat in de onderneming ge(her)ïnvesteerd zou moeten worden? Het maken van een financiële prognose biedt daarin inzicht en maakt het mogelijk om passende afspraken te maken, bijvoorbeeld over timing, financiering door overdragers of extern, aflossingstermijnen etcetera.

6.     Zijn we wel verkoopklaar?
Een belangrijke vraag voor welke overdracht dan ook is of het bedrijf wel klaar is voor overdracht.  Dit heeft betrekking op operationele, financiële en strategische zaken: is het business model niet toekomstbestendig, wat draag je dan over? Is dit financieel gezien het juiste moment voor een verkoop? Is er wel een capabele leiding aanwezig, die het bedrijf voort kan zetten? Is er voldoende geïnvesteerd in productiemiddelen dan wel personeel, of loopt het geheel tegen het einde van zijn levenscyclus? In geval van externe verkoop zijn dit dan prijsdrukkende elementen, in geval van overdracht binnen de familie is dit een erfenis die wel eens een kat in de zak kan blijken te zijn…

7.     Zijn er partners om het bedrijf (samen) mee voort te zetten?
Als de conclusie wordt getrokken dat het familiebedrijf niet geheel zelfstandig voort kan worden gezet, dan is de vervolgvraag wat goede partners of kopers kunnen zijn. Is er management dat wil en kan participeren? Zijn er investeerders of beleggers die interesse kunnen hebben in een gehele of gedeeltelijke overname en daarnaast nog als sparringpartner kunnen dienen voor de opvolgers? Of zijn er strategische partners te vinden die niet alleen participeren maar ook een toegevoegde waarde kunnen hebben voor de concurrentiepositie? Niet alleen financiële overwegingen zouden een rol moeten spelen. Een belangrijk element hierbij zijn de familiewaarden, die vaak een kerncompetentie vormen achter het succes van de onderneming. Worden deze gerespecteerd en doorgegeven?

Voor meer informatie:
Ruud Loos
Bernd Kohlleppel
BDO 
Tel: +31 (0)30 284 99 60
GSM: +31 (0)6 5399 2961
Ruud.Loos@bdo.nl  
www.bdo.nl/flowers-food 

 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven