Wetsvoorstel minimumprijs CO2 bij elektriciteitsopwekking ingediend

Telers moeten extra gaan betalen bij aanslingeren WKK

Het kabinet wil dat er per 1 januari 2020 een minimumprijs komt voor CO2 die in Nederland wordt uitgestoten met elektriciteitsproductie. Op 4 juni hebben staatssecretaris Snel van Financiën en minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat hierover een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Met deze CO2-minimumprijs wil het kabinet bedrijven prikkelen om te verduurzamen. 

Doordat elektriciteitsproducenten met deze maatregel meerjarige zekerheid krijgen over de kosten die zij ten minste moeten maken, worden bedrijven meer gestimuleerd om bij hun investeringen rekening te houden met de gevolgen van CO2-uitstoot voor mens en milieu, meent Wiebes.

De minimum CO₂-prijs wordt geheven bij inrichtingen die elektriciteit opwekken. Voorwaarde is dat bij opwekking gebruik gemaakt wordt van brandstof of van grondstoffen.

In de afbakening is ervoor gekozen dat de inrichtingen die vallen onder het EU ETS en elektriciteit opwekken tevens op grond van dit wetsvoorstel onder de minimum CO₂-prijs vallen. Naast bedrijven in de energiesector betreft dit bedrijven in andere sectoren zoals de chemie, voedingsmiddelen, papierproductie en glastuinbouw die met warmtekrachtkoppeling installaties ook elektriciteit opwekken voor eigen gebruik of voor teruglevering aan het net.

Op de doelgroep wordt één uitzondering gemaakt. Dat betreffen inrichtingen die uitsluitend in noodsituaties incidenteel een zeer geringe hoeveelheid elektriciteit opwekken via noodstroomaggregaten. De noodstroom wordt dan opgewekt om de bedrijfsvoering voort te zetten of industriële processen gecontroleerd en veilig te stoppen. Deze groep wordt uitgezonderd voor de nieuwe belasting omdat de administratieve lasten die voortvloeien uit de minimum CO₂-prijs niet in verhouding zouden staan tot de geringe omvang van deze emissies.

De uitzondering betreft een grote groep industriële bedrijven in het ETS die noodvoorzieningen hebben geïnstalleerd, en onder normale bedrijfsomstandigheden geen elektriciteit produceren.

EU ETS-prijs
De maatregel hangt samen met de EU ETS-prijs, de prijs voor emissierechten. In het EU ETS worden emissierechten verhandeld, waarbij door deelnemers voor iedere ton CO2 die zij uitstoten één emissierecht moet worden ingeleverd. Vragers en aanbieders handelen in deze rechten en zo komt op de markt een prijs tot stand. Omdat deze prijs sterk fluctueert, kiest dit kabinet voor de invoering van een minimum CO2-prijs, oplopend van 12,30 euro in 2020 tot 31,90 euro in 2030. Wanneer de EU ETS-prijs onder deze minimumprijs uitkomt, wordt deze aangevuld met een nationale CO2-belasting. De verwachting is dat de komende jaren de EU ETS-prijs niet onder de minimumprijs zakt.

De minimumprijs geldt voor alle bedrijven die elektriciteit opwekken en onder het EU ETS vallen. Dit betekent dat naast energiecentrales ook de uitstoot bij elektriciteitsopwekking in de industrie wordt belast zoals bij bedrijven in de chemie, producenten van voedingsmiddelen en papierproductie. De maatregel gaat gelden voor ongeveer 135 bedrijven die (mede) elektriciteit opwekken. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) zal de belasting gaan uitvoeren.

Bron: Rijksoverheid. Bekijk hier ook de toelichting.


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven