De overstap van gangbare chemische gewasbescherming naar biologische of gecombineerde systemen wint terrein in de glastuinbouw. Maar die overgang gaat niet vanzelf. Heidi Doering, nationaal specialist sierteelt bij Koppert in de VS, legt uit dat "de leercurve als een flinke drempel kan voelen", zeker als telers kennismaken met nieuwe biologische bestrijders en onbekende werkwijzen.
Sommige bestaande middelen passen wel in een gecombineerd programma, maar de vermeende complexiteit zorgt er vaak voor dat telers de stap uitstellen. "Het lijkt soms te groot om aan te beginnen, totdat er iets als resistentie tegen gewasbeschermingsmiddelen ontstaat", zegt ze. Technische kennis speelt daarbij een doorslaggevende rol. "Een biologische IPM-adviseur is als een gids die telers en hun medewerkers begeleidt en de kennis aanreikt die nodig is om de overstap te maken zonder verspilling van middelen en geld."
Ook de combinatie van chemische en biologische middelen vraagt aandacht. "Het is essentieel om te weten welke gewasbeschermingsmiddelen samengaan met nuttige insecten", benadrukt ze. Goede technische begeleiding helpt telers die weinig tijd hebben om snel de juiste keuzes te maken.
© Koppert
Van ingrijpen achteraf naar voorkomen vooraf
Een belangrijk kenmerk van biologische gewasbescherming is de andere manier van denken: niet reageren als er al schade is, maar problemen voorkomen. "Het doel is te voorkomen dat plagen en ziekten zich ontwikkelen, in plaats van pas in actie te komen als de schade al zichtbaar is."
Dat vraagt om regelmatige scouting, het bijhouden van gegevens en gerichte inzet van biologische bestrijders op basis van de plaagdruk en de locatie in de kas. Wekelijkse controles zijn de basis van een goed programma. Zo kunnen telers probleemplekken vroeg opsporen en ingrijpen voordat een plaag zich uitbreidt.
Doering wijst ook op het loslaten van brede, allesomvattende aanpakken. "Er bestaat geen biologisch middel dat alles in één keer aanpakt", zegt ze. "Maar dat is juist goed voor het milieu en de natuur", omdat nuttige organismen zo gespaard blijven in plaats van te worden uitgeschakeld.
Van gewasbescherming naar plantgezondheid
De ontwikkeling naar geïntegreerde plantgezondheid gaat verder dan alleen plaagbestrijding. Het draait om de algehele weerbaarheid van de plant. "We kijken niet meer alleen naar plagen als iets wat je moet uitschakelen. We kijken naar hoe we planten steviger kunnen maken en minder aantrekkelijk voor plagen."
Dat betekent ook dat planten beter bestand moeten zijn tegen omgevingsstress, zoals schommelingen in temperatuur, licht en vocht, en tegen ziekten. De aanpak is proactief: de plant versterken zodat ze minder kwetsbaar is, in plaats van alleen te reageren als er al een plaag is.
Doering benadrukt dat de overgang niet van de ene op de andere dag hoeft te gebeuren. Telers kunnen beginnen met een gecombineerd systeem en het aandeel biologische middelen geleidelijk uitbreiden.
© Koppert
Duurzaamheid en rendement op de lange termijn
Biologische bestrijding speelt een steeds grotere rol in duurzame glastuinbouw. Er komen minder nieuwe werkzame stoffen op de markt en resistentie tegen gewasbeschermingsmiddelen tast de werking van bestaande middelen aan. Telers moeten daarom hun aanpak verbreden. "Biologische en microbiologische middelen zullen steeds meer werk moeten verzetten", stelt ze.
Tegelijk bieden innovaties op het gebied van weerbare teelt kansen om kosten te besparen. Een betere plantgezondheid kan het gebruik van meststoffen en chemische middelen verminderen, terwijl de kwaliteit van het gewas tijdens de teelt en in de retail op peil blijft.
© Koppert
Misverstanden en drempels
Kosten en complexiteit zijn veelgehoorde bezwaren. Maar Doering waarschuwt dat je een biologisch programma niet alleen moet beoordelen op de aanschafkosten. "Het lijkt misschien goedkoper om het zelf uit te proberen bij de overstap naar biologische middelen", zegt ze, "maar vallen en opstaan kan over meerdere teeltseizoenen erg duur uitpakken."
Een gestructureerde aanpak met begeleiding van technische adviseurs vermindert het risico en leidt tot betere resultaten. "Deskundige adviseurs kunnen aanbevelingen doen die mislukking beperken, zeker als er onverwachte problemen opduiken", legt ze uit.
Een ander misverstand is dat biologische oplossingen altijd duurder zijn. In de praktijk moet je de totale kosten afwegen tegen gewasverliezen, resistentieproblemen en de stabiliteit van het systeem op de lange termijn.
Spintvlieg en resistentie bij chrysanten
Een praktijkvoorbeeld laat zien hoe effectief een proactieve biologische aanpak kan zijn. Een teler van tuinchrysanten had ernstige problemen met de bonenspintmijt en merkte dat de gebruikelijke middelen steeds minder werkten. Na flinke gewasverliezen vroeg hij om technische hulp.
"Er was resistentie ontstaan, en breedwerkende insecticiden maakten het probleem juist erger", legt Doering uit. Bij het begin van het volgende teeltseizoen werd een biologisch programma ingevoerd, met roofmijten om te voorkomen dat de plaag zich kon vestigen.
"Het jaar daarop was spint geen probleem meer." De kosten werden beheersbaar gehouden door chemische middelen alleen in te zetten op plekken waar bladluizen lokaal de kop opstaken. Tijdens vervolgbezoeken bleek er nog een bijkomend voordeel: "We zagen dat er van nature aanwezige sluipwespen en roofinsecten terugkwamen in de kas, nu die niet langer giftig voor ze was."
© Koppert
Microbiële innovatie en weerbare teelt
Doering ziet geïntegreerde plantgezondheid en microbiële innovatie als belangrijke drijfveren voor de ontwikkeling van de sector. "Door synthetische microbiële gemeenschappen samen te stellen, kunnen we synergie-effecten bereiken waarbij het gecombineerde resultaat meer is dan de som der delen."
De wisselwerking tussen micro-organismen, voedingsstoffen en organische stoffen kan de groei en weerbaarheid van planten verbeteren, ook in teeltsystemen zonder bodem. Het nabootsen van de complexiteit van natuurlijke bodems biedt grote kansen voor betere gewasprestaties in de glastuinbouw.
Voor meer informatie:
Heidi Doering
Koppert
[email protected]
[email protected]
www.koppert.com