Schouten houdt vast aan besluit geen steun te verstrekken aan rozentelers met bruinrot

Negen snijrozentelers en vermeerderaars van teeltmateriaal hebben in de periode 2016-2017 een verzoek tot nadeelcompensatie ingediend bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in verband met Ralstonia in de snijrozenteelt. De schade die zij claimen bedraagt ruim 13 miljoen euro. Minister Schouten blijft echter bij haar standpunt om geen financiële steun te verlenen. Ze is wel bereid de plantaardige sector waar mogelijk te faciliteren in een door de sector zelf in te richten en te financieren fonds of andere vorm van risicoafdekking. Het is aan de plantaardige sector te bepalen hoe de risicoafdekking daarbij vorm krijgt. Vanuit het ministerie wordt er geen financiering voor beschikbaar gesteld. Dat meldt de minister in een reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

beeld: NVWA

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde in door telers aangespannen zaken naar aanleiding van de afwijzing van nadeelcompensatie dat een mogelijke besmetting van snijrozen met Ralstonia voor hen als voorzienbaar kan worden beschouwd. Die uitspraak staat niet in de weg dat de overheid kan beslissen financiële steun te verlenen, aldus Schouten. Er zijn op basis van Europese afspraken wel voorwaarden aan deze steun verbonden. Steun kan alleen worden toegekend voor plantenziekten waarvoor wettelijke, bestuursrechtelijke of administratief vastgestelde uniale of nationale voorschriften gelden en de steun moet onderdeel zijn van een uniaal, nationaal of regionaal openbaar programma voor preventie, beheersing of uitroeiing van de betrokken plantenziekte.

Schouten stelt wel dat het de professionele verantwoordelijkheid en de wettelijke plicht van een
ondernemer in de plantaardige sector is om melding te maken van een besmetting met Ralstonia. Deze meldplicht is verankerd in de Regeling bestrijding schadelijke organismen en is gebaseerd op Europese regelgeving. Bij een uitbraak van Ralstonia solanacearum in snijrozen wordt bij iedere nieuwe besmetting een traceringsonderzoek uitgevoerd om de herkomst van rozenplanten vast te stellen om op die manier te onderzoeken wat de bron van de aangetroffen besmetting kan zijn geweest. Ook bij de meest recente besmettingen is dat onderzocht. Het traceringsonderzoek heeft de bron van de besmettingen niet kunnen achterhalen.

bron: Ministerie van LNV, 06/11/18


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven