Tholen - Kwekerij De Hessenhof gaat deze zomer een ingrijpende stap zetten in de bedrijfsvoering: een zomersluiting van juni tot begin augustus. Niet alleen de verkoop ligt dan stil, ook het bezoek aan de moederbedden wordt in die periode stilgelegd. De opkweek gaat juist wél door, zodat daar alle aandacht naartoe kan. De biologische vasteplantenkwekerij op de Veluwe kiest daarmee bewust voor een seizoensritme waarin productie, sortimentsopbouw en werkdruk worden losgekoppeld.
© De Hessenhof
"Dat heeft best wel wat voeten in aarde gehad," zegt Hans Kramer, oprichter van de kwekerij. "We hebben er jaren over gepraat. Maar uiteindelijk kwamen we steeds op hetzelfde uit: zo kunnen we geen goede planten blijven maken."
De kwekerij, die jaarlijks duizenden vaste planten in eigen beheer opkweekt, merkt dat het traditionele groeiseizoen steeds minder voorspelbaar wordt. "De extremen komen steeds vaker," zegt Hans. "We zitten hier op zandgrond, dus die droogte voel je direct. Dat maakt het steeds lastiger om alles tegelijk draaiende te houden. Vorig jaar hadden we in juni drie maanden geen regen en temperaturen tot 38 graden. Dan moet je tegelijk vermeerderen, water geven, beschermen én klanten helpen. Dat is gewoon te veel."
Soorten vallen weg door klimaatverandering
De klimaatverandering heeft volgens Hans directe gevolgen voor het sortiment. Sommige soorten vallen simpelweg af. "Meconopsis, de blauwe papaver, konden we vroeger met gemak kweken. Nu lukt dat niet meer," zegt hij. "Voor Anemonopsis, schijnanemoon, geldt hetzelfde. En dat zijn niet zomaar planten, dat zijn juist soorten waar je als kweker trots op bent."
Die verschuiving raakt de kern van het bedrijf, waar sortimentsbehoud net zo belangrijk is als productie. "Als iets niet meer gekweekt wordt, dan verdwijnt het," zegt Hans. "Dan is het gewoon weg, definitief."
Dat maakt de rol van gespecialiseerde kwekerijen zoals de zijne nu nog urgenter dan ooit, vindt hij. "Wij hebben hier meer dan 7.000 soorten in het moederbestand. Dan gaat het niet alleen om handel, maar om soortbehoud."
Drukte en veranderend klantgedrag
Naast het klimaat speelt ook de markt een rol in de beslissing om in de zomer te sluiten. "Het wordt steeds drukker, en dat blijft ook de hele zomer zo," zegt Hans. "Vroeger had je een piek in voor- en najaar, nu loopt het door."
Dat zorgt voor een lastig spanningsveld. "Juist wanneer de bedden met moederplanten op hun mooist staan, is de productie het kwetsbaarst. In juni en juli is het groeiseizoen net begonnen, terwijl klanten in die periode natuurlijk wél gewoon planten willen," legt hij uit. "Veel planten zijn dan nog maar net gestekt of nog niet eens opgepot. Dan moet je nee verkopen, terwijl de moederbedden er juist op dat moment prachtig uitzien."
Dat leidt soms tot onbegrip. "Mensen zeggen dan: hoe kan dat nou, alles staat er prachtig bij en toch heb je niks wat ik wil," zegt hij. "Het kost simpelweg te veel tijd om dat telkens opnieuw uit te leggen."
© De Hessenhof
Zijn oplossing is simpel in theorie, maar ingrijpend in praktijk. "Door in de zomer dicht te gaan, kunnen we in augustus weer starten met goed doorwortelde planten. Dan klopt het assortiment ook weer."
Lagere kosten door eigen vermeerdering
De Hessenhof werkt al decennia volledig biologisch en met eigen vermeerdering. Volgens Hans is dat economisch geen nadeel, zolang het systeem consequent wordt doorgevoerd. "Als je alles zelf kweekt, heb je geen ontheffingen, geen inkoop van jong plantmateriaal," zegt hij. "Dat is gewoon goedkoper."
"En je hebt minder ziektes en minder gedoe," vervolgt hij. "Je maakt je eigen potgrond, je hebt geen dure bestrijdingsmiddelen nodig. Dan hoeft biologisch niet duurder te zijn dan gangbaar."
De kwekerij gebruikt bladaarde in plaats van turf, iets wat volgens Hans nog altijd uitzonderlijk is in de sector. "We doen dat al 40 jaar," zegt hij. "Turf is eigenlijk niet toekomstbestendig. Turfvrij telen zou eigenlijk allang de standaard moeten zijn."
Plasticgebruik blijft knelpunt in de sector
Hoewel de sector vaak focust op turfvrije teelt, ziet Hans een minstens zo grote uitdaging ergens anders. "Plastic is echt het grootste probleem," zegt hij. "Daar praten we te weinig over."
"Die afbreekbare potjes werken niet goed," legt hij uit. "Soms vallen ze na acht weken al uit elkaar, of pas na twee jaar. Dat is allebei niet handig."
De kwekerij laat klanten potten terugbrengen en hergebruikt een deel zelf. "Maar een écht goede oplossing is er nog niet," zegt hij. "Plastic is gewoon niet weg te denken uit de tuinbouw, en dat vind ik eerlijk gezegd wel een zorgpunt."
Sortimentsbehoud als kern van het werk
Wat de Hessenhof onderscheidt, is de nadruk op diversiteit in plaats van standaardisatie. "We kijken niet alleen naar wat verkoopt, maar vooral naar wat dreigt te verdwijnen," zegt Hans. "Dat maakt ons geen handelsbedrijf in de klassieke zin, maar eerder een soort buffer tegen het verdwijnen van biodiversiteit in sierplanten."
"Als iets niet meer gekweekt wordt, verdwijnt het gewoon," herhaalt hij. "Daarom moet je het blijven doen. Niet één kwekerij, maar meerdere. Anders is het voortbestaan van de soort te kwetsbaar."
Die filosofie leidt tot een breed en soms onvoorspelbaar assortiment. "Soms proberen we iets wat niemand kent," zegt hij. "Dan kijken we hoe het groeit, zetten het goed in beeld en dan zie je vanzelf of het blijft."
Inheemse planten trekken de aandacht
De markt verschuift volgens Hans duidelijk richting ecologie en biodiversiteit. "De sterk gecultiveerde soorten raken uit de mode," zegt hij. "Mensen zijn nu vooral op zoek naar inheemse planten en naar planten die insecten trekken."
© De Hessenhof
Dat sluit aan bij bredere ontwikkelingen in de sector. "Iedereen is daar nu mee bezig," zegt hij. "Dat is ook goed, want dat helpt de biodiversiteit."
Opleiding sluit onvoldoende aan op praktijk
Opvallend kritisch is Hans over de instroom van nieuwe vakmensen. "Er is geen school waar je dit echt leert," zegt hij. "Je moet het in de praktijk oppikken."
Volgens hem is dat een risico voor de toekomst van de sector. "We hebben jonge mensen nodig, maar ze komen nauwelijks via het MBO binnen," zegt hij. "Dat is eigenlijk best zorgelijk."
Toch ziet hij ook lichtpunten. "We hebben stagiairs uit heel Europa gehad," zegt hij. "Van Korea tot Canada. En sommigen van hen beginnen later wel hun eigen kwekerij." Dat stemt hem hoopvol, maar hij blijft realistisch. "Van de vijftig stagiairs worden er misschien maar vijf echt kweker," zegt hij.
Vraag neemt toe bij jonge mensen
Ondanks de uitdagingen blijft Hans positief over de toekomst van de biologische sierteelt. "Ik geloof daar heilig in," zegt hij. "Er komt steeds meer vraag, vooral van jonge mensen."
Hij wil zijn kwekerij ook niet te veel laten groeien. Voor Hans ligt de kracht juist in kleinschaligheid en vakmanschap. "Het wordt hier geen McDonald's-model voor planten," benadrukt hij. "Je hebt juist kleine vakkundige kwekerijen zoals de onze nodig om het sortiment in stand te houden."
Twijfel over opvolging, niet over koers
Over de toekomst van de kwekerij zelf is Hans minder zeker. "De opvolging is nog onzeker," zegt hij. "We hebben drie kinderen, maar of het doorgaat, dat weet ik niet." Toch is er geen twijfel over de richting. "Ik heb nooit getwijfeld aan hoe we werken," zegt hij. "Biologisch, zelf vermeerderen, sortiment behouden. Dat is altijd gebleven."
Terugkijkend ziet Hans vooral één verschuiving. "Vroeger dachten we: we zijn gewoon met planten bezig," zegt hij. "Nu zie ik veel sterker dat we iets in stand houden wat anders verdwijnt. Toen ik hiermee begon, waren er nog tientallen kleine kwekerijen. Daar is nu nog weinig van over. Misschien is dat de essentie: iets doorgeven aan de volgende generatie dat anders zou verdwijnen."
Voor meer informatie:
Hans Kramer
De Hessenhof
Hessenweg 41
6718 TC Ede
Tel: +31(0)318 617334
[email protected]
hessenhof.nl