De Europese Commissie stelt voor om bepaalde nieuwe genetische technieken eenvoudiger toe te laten. Het kwekersbedrijfsleven ziet dit als een doorbraak. Het kan een versnelling in het veredelingsproces opleveren. Naktuinbouw schrijft erover in hun halfjaarlijkse uitgave "Buitenstebinnen."


Robert Graveland: “Het wordt mogelijk genen harder of zachter te zetten en soorteigen genen toe te voegen.”

Het Europese voorstel voor ‘nieuwe genomische technieken’ (ofwel ‘New Breeding Techniques’, NBT) is best ingewikkeld. Het onderscheidt verschillende categorieën. Rassen die men nu ook met conventionele en toegelaten technieken ontwikkelt, vallen in categorie NBT 1. Voor veredelaars is dit de meest werkbare categorie. Onder categorie NBT 2 vallen rassen waarvan de kans klein is dat veredelaars ze met de nieuwe toegestane technieken ontwikkelen. Deze planten blijven onder de bestaande wetgeving voor genetische modificatie vallen en hiervoor blijft de huidige strenge GMO-wetgeving bestaan.



“Dit lijkt erg op de Engelse aanpak. Na de Brexit stelden zij de Precision Breeding Act op (die inmiddels door de Britse Tweede Kamer is goedgekeurd, red.). Europa is best laat hiermee. De hele wereld past de nieuwe technieken al toe, behalve Europa. Hier gaan we nog uit van de wetgeving op de situatie van vóór 2000”, vertelt Robert Graveland, directeur R&D van aardappelveredelaar HZPC. De bekendste van de nieuwe technieken heet Crispr-Cas, maar er zijn nu meer technieken (zie hieronder). Ze doen allemaal wat in het Engels ‘gene editing’ heet. Dat betekent: heel gericht op een bepaalde plek een gen uitschakelen, regelen of inbrengen. Dit gaat veel preciezer dan met de oudere genetische technieken. En het is net zo veilig als standaard veredeling.

Crispr-Cas9
De bekendste nieuwe genetische techniek heet Crispr-Cas9. Dat is een complex enzym dat bestaat uit twee delen. Het Crispr-deel herkent de plek in het DNA waar een ingreep moet komen. Het Cas-gedeelte werkt als een schaartje. Het knipt het DNA heel precies op de aangewezen plek. Door gericht knippen is het bijvoorbeeld mogelijk een gen stil te leggen. Met deze techniek is ook toevoegen van genetisch materiaal mogelijk. Er komen meer technieken bij, die op eenzelfde manier werken, zoals Talen en MAD7.

Meer mogelijkheden
Aardappel is een ingewikkeld gewas om te veredelen, omdat het vier genensets heeft. Aardappel is tetraploïd. Daarnaast is het aantal genen erg groot; zo’n 50.000. Graveland ziet met de nieuwe technieken duidelijke voordelen: “Je kunt er een paar basenparen van het DNA uithalen. Dan leg je een gen stil. Of je kunt een heel klein stukje toevoegen waardoor een ‘slapend’ resistentiegen wakker wordt. Ook wordt het mogelijk genen harder of zachter te zetten en soorteigen genen toe te voegen.” De EU stelde vijf criteria aan categorie NBT 1: Een toevoeging mag niet groter zijn dan twintig basenparen. Maar als je een stuk eruit wil halen, is de grootte eigen keuze. Je kunt een bestaand gen ontwijken door deze bijvoorbeeld uit te schakelen. En je kunt ook een stukje van het DNA omdraaien waardoor het niet meer werkt. Als laatste criterium is invoegen van een gen mogelijk, zolang het in de bestaande genenpool voorkomt. Dit zijn allemaal overigens veranderingen die ook in de natuur voorkomen.



Labeling
HZPC is er voor om rassen uit categorie NBT 1 bij registratie herkenbaar te maken. Labeling is niet nodig en verwarrend voor export buiten de EU, denkt Graveland. In de praktijk willen weinig veredelaars verder gaan dan categorie 1. Dat komt omdat een ras in categorie 2 de status ‘genetisch gemodificeerd’ krijgt. “En er komen producten van buiten de EU op de internationale markt die onder hun lokale wetgeving nu al gewoon en ongelabeld zijn. Als wij zulke producten voor onze export moeten labelen, lijkt het alsof het iets anders is. Dat moeten we voorkomen.”

“De nieuwe technieken gaan concurreren met ons lopende veredelingsprogramma. Denk daarbij aan de onderdelen: resistenties, opbrengst, kwaliteit en droogtetolerantie. We krijgen er mogelijkheden bij. Je kunt op een andere manier gaan denken. Bijvoorbeeld eerst de focus op opbrengst, robuustheid en kwaliteit. Dit zijn allemaal ingewikkelde eigenschappen die gebaseerd zijn op veel genen. Op het laatst activeer je dan een paar resistentiegenen. Dan hoef je de resistentie niet vanaf het begin mee te nemen. Dat maakt het selectieproces iets minder ingewikkeld.” Omdat de regelgeving de nieuwe technieken uitsluit voor de biologische sector, moeten de nieuwe rassen als categorie 1 herkenbaar zijn. Dit kan bij de rassenregistratie. De keuze voor gebruik ligt dan net als bij de huidige rassen bij de biologische sector zelf. Daarbij kan de biologische sector zich met eigen marketing in de markt onderscheiden. Dit zet de biologische sector niet op slot voor de toekomst als ‘categorie 1 rassen’ goed kunnen bijdragen aan duurzaamheid.

Sierteelt
Voor de sierteelt zijn de voorstellen heel interessant, geeft directeur Mark van de Knaap van Anthura aan. “Je doet iets wat met klassieke veredeling ook kan, maar dan sneller. Ik zie vooral voordelen voor resistenties. Nu doe je twintig jaar over het hele veredelingsproces tot aan marktintroductie. Met de nieuwe technieken kun je alvast bestaande rassen nieuwe resistenties geven. Dan heb je maar drie jaar nodig.” Het is geen wondermiddel, maar een extra hulpmiddel erbij is heel erg welkom, zegt hij. “Het voordeel is dat je niet iets helemaal nieuws erin zet. Je voelt je er prettig bij. Het kan ook best op de klassieke manier. Maar dit gaat wel wat sneller”, vertelt hij.

Dat is zeker een voordeel als er bijvoorbeeld een nieuw groot ziekteprobleem opduikt in de gewassen van Anthura: orchidee en Anthurium. “Dan heb je een noodscenario achter de hand. Maar dat zijn de uitzonderingen. Het grootste voordeel van het voorstel is duidelijkheid. Je kunt gerichter investeren. Dat is nodig want het gaat om grote investeringen. Het tweede voordeel is een gelijk speelveld met concurrenten op de wereldmarkt.” Er is vaker gezegd dat de EU door de stop op genetische modificatie achter gaat lopen op de rest van de wereld. “De besluitvorming in Europa is erg traag. En we waren in de sierteelt zeker verder geweest als we eerder konden inhaken. Maar we zijn zeker nog niet te laat”, denkt Van der Knaap.


Mark van der Knaap: “Met de nieuwe technieken kun je bestaande rassen binnen drie jaar nieuwe resistenties geven.”

Gelijk speelveld
Ook Laurens Kroon, hoofd onderzoek bij Bejo, vindt het gelijke speelveld een grote vooruitgang bij aanname van het EU-voorstel. “We concurreren wereldwijd, maar we zitten vast aan Europese regelgeving, terwijl concurrenten in andere werelddelen dat niet hebben. Toch kun je niet zeggen dat we al een grote achterstand hebben. Wel moeten we mogelijk nog een aantal jaren wachten voordat ‘Europa’ het voorstel aanneemt. Voordat de eerste hybriderassen met de nieuwe technieken dan op de markt komen, ben je nog een aantal jaar verder.”

Een nadeel vindt hij de onduidelijkheid voor de biologische tuinbouw. Bejo heeft een sterke positie in die sector. “Alle toepassingen van nieuwe gen-technieken sluit men uit voor de biologische sector. Maar het gaat binnen deze sector om een heel diverse groep bedrijven. Als je zo strikt blijft, sluit je mogelijkheden zoals nieuwe resistenties uit”, zegt hij. Inzet van de nieuwe technieken kan leiden tot snellere vooruitgang op robuustheid, lagere inzet van gewasbescherming en meststoffen. De eerste toepassingen liggen mogelijk bij duurzame resistenties. “We toonden in het lab al aan dat het mogelijk is om bepaalde genen te reguleren om dat verschil in resistentie te krijgen. Onze inschatting van het huidige voorstel: gematigd positief, het is werkbaar”, concludeert Kroon.

Bron: Naktuinbouw