Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven

Telers aan de slag met BeterOrganischBemesten (BOB)

In de bollenstreek van Zuid-Holland gaan bollen- en vaste plantentelers in samenwerking met leveranciers, onderzoek en overheden aan de slag om in de teelt de emissies van met name fosfaat structureel te voorkomen. De telers hopen hiermee bij te dragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit en ecologie in poldersloten. Zij willen dit bereiken door het toepassen van een aantal innovatieve maatregelen.

De problemen met bodemvruchtbaarheid zijn in de Bollenstreek erg groot vanwege de grondsoort (duinzand). De afbraaksnelheid van organische stof is met meer dan 6% per jaar, hoger dan op andere grondsoorten. Daarnaast is ook het bindend vermogen voor mineralen en voedingsstoffen zeer laag door het ontbreken van kleideeltjes. Met de huidige wetgeving kan onvoldoende organische stof worden aangevoerd om de bodemvruchtbaarheid in stand te houden. Verder lekt het teeltsysteem nog teveel fosfaten (P) naar het oppervlakte- en grondwater. De telers willen dit verbeteren door een aantal innovatieve maatregelen te gaan toepassen zoals een hogere aanvoer van effectieve organische stof (EOS) in diverse vormen, het nemen van teeltmaatregelen om de afbraak van organische stof te voorkomen en het toepassen van precisiebemesting.


Met sorghum kan tot 10 x zoveel droge stof worden aangevoerd dan met andere groenbemesters

Organische materialen uit eigen regio
Om het organische stofgehalte te verhogen, wordt vooral gekeken welke organische reststromen uit de regio kunnen worden gebruikt. De kwaliteit daarvan wordt bepaald door een laag P-gehalte per kg effectieve organische stof (EOS). Zo heeft Meerlanden uit Rijsenhout een compostsoort ontwikkeld met lagere P-gehalten. Topsurf Nederland BV werkt met reststromen uit de natuur en watergangen en verrijkt deze met dikke fractie rundveemest waarin de fosfaten worden geïmmobiliseerd. Een ander veelbelovend product is P-arme champost, waaruit de fosfaten en overige zouten grotendeels zijn verwijderd. Champost is een gewaardeerde bodemverbeteraar vanwege het hoge gehalte aan gips en een hoog gehalte aan stabiele organische stof. Eerste proeven met dit product, uitgevoerd door de WUR, lieten in hyacint betere bolopbrengsten zien ten opzichte van andere bodemverbeteraars. Nog een ander materiaal is biochar dat alleen uit koolstof bestaat. Met dit materiaal, geproduceerd door NettEnergy BV, willen we het bindend vermogen van de bodem verhogen.

Ook gaan de telers zelf verder aan de slag door groenbemesters in het bouwplan op te nemen die een hogere bijdrage leveren aan de EOS, zoals sorghum. In vergelijking met bijvoorbeeld Japanse haver levert sorghum 10x meer droge stof. Ook bewerkte dikke fractie rundveemest zou een goede organische stofbron kunnen zijn. Momenteel wordt nauwelijks meer vaste mest toegepast in de bollenteelt vanwege overschrijding van de fosfaatnorm. Telers willen best meer betalen voor dierlijke mest, mits er voldoende organisch materiaal per ha kan worden aangevoerd binnen de wettelijke aanvoernormen.

Op naar een hoger promillage
Telers zelf zitten nu aan het stuur om te komen tot een structurele verhoging van het organisch stofgehalte op hun bedrijf. Elke tiende procent telt voor verbetering van de bodemvruchtbaarheid in duinzandgrond. Bovendien draagt het bij aan de vastlegging van koolstof in het kader van de klimaatproblematiek. Zo zou een jaarlijkse verhoging met 4 promille aan organische stof op alle landbouwgronden kunnen leiden tot het halen van de Klimaatdoelstellingen in Europa. Door telers direct te betrekken bij het onderzoek, zullen de resultaten sneller in de praktijk worden geïmplementeerd. Het project wordt mede mogelijk door bijdragen van de Europese Unie, de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland in het kader van POP3. Het project wordt begeleid door de KAVB als onderdeel van een breder activiteitenprogramma dat leidt tot een betere omgevingskwaliteit van teeltbedrijven. Dit project loopt tot eind 2019.

Voor meer informatie:
Delphy
[email protected]
www.delphy.nl
Publicatiedatum: