Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven

Universiteiten en tuinbouw zoeken samenwerking in Greenport Hub

De Greenport Hub, een samenwerking tussen Universiteit Leiden, TU Delft en Erasmus Universiteit, is van start gegaan. Doel van deze samenwerking is het verzorgen van een match tussen de tuinbouw en academische kennis en inzichten. De kick-off bij Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs telde zestig bezoekers, waaronder veel studenten, academici en ondernemers.



De bijeenkomst was een samenwerking tussen het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability en Greenport Westland-Oostland. Het Centre for Sustainability (CfS) is een samenwerkingscentrum tussen de drie Zuid-Hollandse universiteiten en focust zich op de transitie naar een circulaire economie. Doel is academische kennis inzetten voor het helpen oplossen van de complexe maatschappelijke vraagstukken van deze transitie. Om dit doel te bereiken, heeft het CfS drie hubs opgericht: Resilient City, Happy City en de Greenport.

Greenport Westland-Oostland is het regionale samenwerkingsverband tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en kennisinstellingen. Samen werken zij aan een vitale en duurzame toekomst voor het regionale tuinbouwcluster.

Idealistische doelen

Doel van de kickoff, die ruim 60 deelnemers uit de tuinbouw en de academische wereld trok, was het schetsen van de contouren van de onderzoeksagenda van de Greenport Hub: waarmee zou de Hub zich als eerste moeten bezighouden? Deze contouren werden door een serie sprekers belicht.

Wat duidelijk werd is dat er voor de tuinbouwsector enorme kansen liggen. De biobased economy vraagt om nieuwe technologische en digitale innovaties, net als de groeiende bevolking en uitdijende steden. Hoe kunnen we deze groeiende bevolking voorzien van de juiste voedingstoffen? Duidelijk werd dat naast de technologische innovaties, ook sociale en idealistische doelen een grote rol spelen. Dagvoorzitter Dick Veerman: “We hebben een narratief nodig waar we ons gezamenlijk voor in kunnen zetten."



Ondervoede baby’s
Voor Peter Jens, directeur Strategische Allianties bij Koppert Biological Systems, is het een schande dat honderdduizend kinderen ondervoed zijn en niet de nutriënten in hun lichamen en hersenen krijgen die ze nodig hebben. Hij pleit dan ook voor onderzoek naar duurzame oplossingen in voeding.

Ook kinderarts-intensivist Koen Joosten van Erasmus MC ging in op voeding bij kinderen. “We hebben een enorm gezondheidsprobleem in Nederland. Dat komt voor een groot deel door voeding. Zo heeft 10 tot 20 % van de pasgeborenen overgewicht en 25 tot 40 % eet- en voedingsproblemen.” Volgens Joosten kan de tuinbouw bijdragen aan een betere gezondheid door producten aantrekkelijker te maken voor ouders én kinderen.

Alternatieve materialen in de biobased economy
Duurzaamheid was een belangrijk thema van de kickoff. Zo vertelde Herman de Boon, voorzitter van Biobased Delta, dat de tuinbouw een gouden toekomst heeft door samen te werken met andere sectoren, zoals de chemische, die behoefte hebben aan alternatieve materialen. De overheid heeft daarin een rol, aldus De Boon. “De overheid zou moeten starten met het inkopen van meer circulaire producten.”

Ook uitvinder en wetenschappelijk directeur van de Botanische Tuin, TU Delft, Bob Ursem ging in op biobased toepassingen. Zo werkt hij op basis van plantinhoudsstoffen aan zelfhelend beton en coatings om zonnepanelen 20 % effectiever te maken. De zaal ging rechtop zitten toen hij vertelde over een alternatieve vorm van ziektebestrijding in de kas, namelijk door met positief en negatief geladen luchtdeeltjes sporen en schimmels weg te blazen.

Andrea Ramirez Ramirez, hoogleraar Low carbon systems and technologies aan de TU Delft ging in op kansen én hobbels voor biobased oplossingen. Zo is een biobased raffinaderij ongelooflijk complex vergeleken met een raffinaderij voor fossiele brandstoffen. Maar, zo besloot ze: “Alles wat goed is in het leven, is een uitdaging.”

Digitalisering
Harrij Schmeitz, managing director van het Fresh Informationmanagement Center, stelde dat de tuinbouw snel meer moet investeren in het zinnig gebruiken van data. Zo niet, dan doet een bedrijf als Amazon dat wel. Frances Brazier, hoogleraar Engineering Systems Foundations aan de TU Delft en betrokken bij SamenMarkt, sloot daarop aan: de keten moet opnieuw worden ingericht met gebruik van onder meer data. Daarmee kan een nieuwe verbinding tussen producenten en consumenten worden gecreëerd

Maren Schoormans, General Manager EMEA bij Priva, keek naar kansen in met name het buitenland. “De grachtengordel in Nederland is lyrisch over biologisch. Maar China wil producten die clean zijn, met gezonde stoffen.” Volgens hem wordt digitaal telen de toekomst.

Bioloog en Space Systems Researcher Angelo Vermeulen, TU Delft, keek nóg verder met zijn onderwerp ‘Space Farming’. De Vlaming deed mee aan een Mars-expeditie op Hawaï en presenteerde vernieuwende technieken voor het telen van gewassen in de ruimte met behulp van nieuwe grondstoffen.

Van kennis naar succes
Sprekers en aanwezigen hadden tal van mogelijke onderzoeksvragen, daarbij meesterlijk aangevoerd door dagvoorzitter Dick Veerman, filosoof en oprichter van Foodlog.nl. Maar die vragen zijn van geen betekenis als er geen gezamenlijke visie op de toekomst is. Zoals Peter Jens het formuleerde: “De tuinbouw heeft geen ‘Big Hairy Audacious Goal’, geen stip aan de horizon. Het lijkt soms of we die niet willen, of we geen succes willen!”

Dick Veerman sloot zich daarbij aan: de tuinbouw moet vanuit gedeelde principes werken aan een toekomst. Waarheen die leidt, is nog onduidelijk. Maar dat er iets moet gebeuren wél. “Nederlanders kunnen veel ontwikkelen, maar we zijn slechte door-ontwikkelaars. Als de iPhone in Nederland was uitgevonden, dan was-ie geëindigd als Video2000.”

Coen Hubers, onderzoeker aan de TU Delft en coördinator van de hub was blij met de uitkomsten van de kick-off. “De contouren zijn gezet, nu moeten we verder concrete vraagstellingen formuleren”. Jolanda Heistek, programmamanager van de Greenport: “Kern van de Greenport Hub is de weg naar de toekomst. En die weg bewandelen we graag met Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability.”

Lucas Meijs, bestuurder van Centre for Sustainability, gaf aan ook zeer enthousiast te zijn over de samenwerking. Want door onder meer de Greenport Hub zet ook de academische wereld de stap naar buiten. “Uw ambitie is een duurzame Greenport. Daarop tekenen we graag in. En daarvoor moeten we allemaal de brug over.”

bron: Greenport Westland Oostland
Publicatiedatum: