U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN

Geldt de PV-verplichting ook voor glastuinbouwbedrijven?

In 2023 werd de PV-verplichting voor gebouwen met een jaarlijkse elektriciteitsafname hoger dan 1 GWh voor het eerst ingeschreven in het energiedecreet. Deze verplichting houdt in dat wanneer de afnamedrempel van 1 GWh, vanaf 2021, overschreden wordt, een minimumvermogen aan PV-panelen geplaatst moet worden op of verbonden aan de gebouwen of een alternatieve maatregel uitgevoerd moet worden. Ook de gebouwen van een glastuinbouwbedrijf vallen onder deze verplichting als ze de afnamedrempel overschrijden, deelt Carla Siongers van Thomas More.

De informatie in dit artikel is gebaseerd op de stand van zaken op vrijdag 20 maart 2026. Deze wetgeving is aan (frequente) wijzigingen onderhevig. De steeds actuele informatie kan opgevolgd worden op deze site.

Wat is de timing van deze verplichting?
Werd de drempel van 1 GWh per jaar reeds in 2021 of 2022 overschreden en er is geen afwijking of uitzondering mogelijk, dan voorziet de basisverplichting dat de PV-installatie of het alternatief uiterlijk tegen 1 april 2026 in dienst genomen zou moeten zijn. Wordt de drempel later overschreden, dan valt de deadline uiterlijk op 1 januari van het vierde kalenderjaar na de overschrijding.

Overschrijding drempel
Om te vermijden dat een eenmalige overschrijding van de drempel van 1 GWh onmiddellijk leidt tot deze verplichting, zijn er 2 uitzonderingen mogelijk.

1. Wanneer het gemiddelde verbruik tijdens de drie jaren voorafgaand aan de overschrijding minstens 10% onder de afnamedrempel ligt (<900 MWh), is de verplichting nog niet van toepassing. Deze afwijking is enkel mogelijk als op hetzelfde EAN-afnamepunt gedurende elk van die drie voorafgaande jaren verbruik geregistreerd wordt.

2. Wanneer de verplichting dan toch van toepassing wordt, omdat het gemiddelde van de voorgaande 3 jaren groter of gelijk is aan 900 MWh, maar in een van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin de investering ten laatste in gebruik genomen moet worden, zakt de afname onder 90% van de afnamedrempel (dus onder 900 MWh), dan vervalt de verplichting. (wanneer er later weer > 1 GWh afname is, begint deze cyclus opnieuw)

Wanneer het verbruik in de drie jaren voor de deadline altijd groter is dan 900 MWh, gaat de verplichting definitief in. Als het verbruik na de deadline tot in gebruik nemen van de installatie (PV of alternatief) nog daalt onder 900 MWh, dan blijft de verplichting alsnog geldig.

Momenteel zullen weinig of geen glastuinbouwbedrijven de drempelwaarde van 1 GWh elektriciteitsafname overschrijden. Door elektrificatie van de sector, zoals het gebruik van e-boilers, zal het gebruik van elektriciteit op een glastuinbouwbedrijf toenemen, waardoor deze verplichting mogelijks wel van toepassing wordt.

Naast de bovenstaand reeds aangehaalde afwijkingen zijn er nog een aantal situaties waarin uitstel of uitzondering mogelijk is. Deze opties, die verband houden met werken aan het gebouw, overdracht van het gebouw, faillissement en vergunningsprocedures, zijn samen met de voorwaarden terug te vinden op de eerder vermelde website van de Vlaamse overheid.

Hoeveel zonnepanelen?
Het aantal te installeren zonnepanelen of meer concreet het in dienst te nemen piekvermogen aan PV (of equivalent door een alternatief) wordt bepaald in functie van het aantal m² horizontaal dakoppervlak. Dit horizontale dakoppervlak is de oppervlakte zoals weergegeven in planzicht of bovenaanzicht. Alle gebouwen met hetzelfde EAN-afnamepunt tellen hierbij mee. Dakoppervlakte die niet bruikbaar of geschikt is, wordt niet in mindering gebracht. Bijkomende dakoppervlakte op dezelfde aansluiting zorgt voor uitbreiding van de verplichting (bijkomende PV). Voor een glastuinbouwbedrijf is het zo dat niet enkel de dakoppervlakte van een loods meetelt, maar eveneens die van de serre. Tevens is een verstrengingspad voorzien. In een eerste fase moeten minimaal 12,5 Wp/m² zonnepanelen in dienst genomen worden. Vanaf 2030 wordt dit 18,75 Wp/m² en tenslotte 25 Wp/m² vanaf 2035.

De zonnepanelen moeten geïnstalleerd worden op daken of gevels van gebouwen verbonden met dezelfde EAN. Ze kunnen verspreid worden over meerdere gebouwen, maar bijvoorbeeld ook op carports, fietsenstallingen en waterpartijen (drijvende PV) ingericht worden. Ook op de corridor van de serre waar ze geen nadelig gevolg hebben voor de teelt zou een optie kunnen zijn.

Aftopping
Om extreem grote piekvermogens en oppervlakte te installeren zonnepanelen te vermijden, werd ook een aftopping voorzien op 35% van de elektriciteitsafname (jaar van ingaan verplichting). De omrekening van elektriciteitsafname naar piekvermogen gebeurt op basis van 900 vollasturen. Deze aftopping wordt automatisch berekend en het afgetopte vermogen blijft gelden.

Stel dat het bedrijf van 85.000 m² in 2025 een afname van 1,1 GWh realiseert, dan zal het maximaal te installeren vermogen afgetopt worden op 0,35 * 1,1 GWh/900h= 428 kWp. De te installeren oppervlakte met panelen van 465 Wp per paneel en een afmeting van 1800mm op 1134 mm wordt dan maximaal 1880 m² en deze blijft ook behouden in 2030 en 2035 (zie tabel 3)

Een tweede mogelijkheid tot aftopping van de verplichting is op basis van een netstudie die het maximaal nog aansluitbare vermogen aantoont. Deze netstudie moet via een daarvoor bestemd webformulier bij VEKA aangemeld worden en moet bij elke wijziging van de netsituatie geëvalueerd worden mits een nieuwe actuele studie.

Bestaande PV-installaties kunnen ook in aanmerking komen om te voldoen aan de verplichting, mits ze aan enkele, hier niet verder genoemde, voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn terug te vinden in de handleiding op https://www.vlaanderen.be/zonnepanelen/pv-verplichting

Alternatieven
Wat als je niet voldoende oppervlakte ter beschikking hebt om voldoende zonnepanelen te kunnen plaatsen? Dan zijn enkele alternatieve pistes mogelijk. Deze alternatieven bestaan uit een equivalente productie uit windenergie, warmtekrachtkoppeling op biomassa of biogas (dat geen biomethaan is), fotovoltaïsch-thermische installatie of geconcentreerde zonnethermie-installatie. Ook het plaatsen van een warmtepomp komt in aanmerking, op voorwaarde dat deze een equivalente hoeveelheid hernieuwbare energie uit de omgeving onttrekt. De indienstname van deze equivalente productie moet na 1 januari 2023 gebeuren. Als alternatieve piste komt ook participatie in hernieuwbare projecten in aanmerking.

Conclusie
Vraag je je af of deze verplichting voor jou van toepassing is, omdat je minstens één keer de drempelwaarde overschreed? Dan kan je dit op basis van de jaarverbruiken van elektriciteit van 2018 tot 2025 laten nakijken. Neem hiervoor contact op via [email protected]

Kom je tot de conclusie dat deze verplichting effectief voor jouw bedrijf geldt, kijk dan eerst alle randvoorwaarden na die gelden voor de locatie van de pv-panelen of alternatieve techniek, het bepalen van het vermogen, etc.

Bron: Enerpedia

Gerelateerde artikelen → Zie meer