De bloembollensector staat voor grote uitdagingen, met toenemende druk om minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. De huidige teeltsystemen (cyclisch telen) dragen bij aan ziekteoverdracht, wat leidt tot verhoogd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In dit vierjarige onderzoeksproject (2020-2024) was de aandacht gevestigd op het doorbreken van deze cyclus, voor tulp, zantedeschia, narcis en amaryllis. Het doel was de ontwikkeling van een 'eenrichtingsteelt', beginnend met schoon uitgangsmateriaal dat onder optimale en schone omstandigheden versneld wordt geteeld en buiten wordt afgeteeld. De onderzochte punten waren bemesting, licht & fotosynthese, kasklimaat, bewaring en vermeerdering.
Dit project is onderverdeeld in 4 bloembolgewassen: tulp, Zantedeschia, narcis en amaryllis. Dit rapport gaat over Zantedeschia en de werkpakketten WP1: vermeerdering; WP2: fysiologie en teelt; en WP4: economisch onderzoek (dit gewas had geen WP3). De resultaten legden de basis voor een beter begrip van de plantreacties onder verschillende teelt- en vermeerderingsomstandigheden.
WP1: Productie van Schone P1-Knollen uit Weefselkweek
Het is mogelijk gebleken om binnen 12 maanden schone (virus- en ziektevrije) P1-knollen van de maten 4-6, 6-8 en 8-10 te telen vanaf de start met weefselkweekplantjes. In tegenstelling tot de meeste bolgewassen ondergaat Zantedeschia geen diepe rustperiode, en is er geen koude periode vereist om de groei te hervatten. Hierdoor kan de bewaarperiode worden verkort, wat een voordeel biedt ten opzichte van andere gewassen. Hierdoor is het mogelijk om twee teelten in één jaar uit te voeren. De eerste teelt wordt uitgevoerd van november tot maart, deze knollen worden geparteerd. In de tweede teelt van mei tot november worden deze partjes geteeld tot P1-knollen.
WP2: Klimaatinstellingen en lichtrecept
De juiste klimaatinstellingen en het juiste lichtrecept tijdens de winterteelt zijn cruciaal voor het bevorderen van maximale knolgroei en het aantal ogen. De optimalisatie van deze parameters kan leiden tot een verhoogde productiviteit en kwaliteit van de knollen. Teeltinstellingen uit dit project zijn: 17/12°C dag/nacht, LED-bijbelichting tot 13,5 mol PAR Som per dag (200µmol/m²/sec, 77% rood, 23% blauw) bij 700 ppm CO₂ en een relatieve luchtvochtigheid van 65%. In de eerste fase na het planten kan 100 µmol gegeven worden om uitval te voorkomen. In de zomerteelt is een temperatuur van 22/17°C aangehouden.
WP2: Verhoging van het Aantal Ogen
Het aantal ogen op de knollen kan worden verhoogd tijdens de T1-teelt door het strategisch toepassen van groeiregulatoren op het juiste moment van ontwikkeling. Deze toepassing speelt een belangrijke rol in het bevorderen van de oogvorming en daarmee de algehele opbrengst van het gewas. Indien 4-5 bladeren volledig open zijn, bevordert het bespuiten met cytokinine de nieuwe bladaanleg.
WP4: Economische Haalbaarheid
Voor de economische haalbaarheid van deze teeltmethode is het noodzakelijk om de hoeveelheid substraat drastisch te verminderen. Bovendien moet de energieprijs stabiel blijven om de kosten beheersbaar te houden. Deze factoren zijn essentieel voor het succesvol en rendabel produceren van Zantedeschia-knollen in de systeemsprong.
Lees hier het onderzoeksrapport