Met als doel het demonstreren van een "nul-emissie"-teeltconcept in Kas2030 is in het teeltjaar september 2022 tot augustus 2023 voor het vierde jaar potanthurium geteeld, voortbordurend op de ervaringen van de drie jaar ervoor, die onderdeel vormen van een eerder basisrapport. Het betreft een "all-electric" benadering van de teelt voor nul emissie van CO₂ uit fossiele brandstoffen met een hoge mate van kasisolatie, hoge-intensiteit LED-belichting en een warmtepomp voor ontvochtiging in combinatie met in een seizoen warmteopslag. In de demonstratieteelt wordt integraal gekeken naar een reductie van andere emissiebronnen, zoals bemesting en gewasbescherming. Het telen van een goede plant blijft een vereiste.
Nieuwe elementen bij het in dit verslag beschreven vierde teeltjaar waren: 1- een verhoging van het niveau van kasisolatie door een noppenfolie aan de gevel aan te brengen; 2- een test in een kwart van de kas met een nieuw spectrum van de LED-belichting, waarvan verwacht werd dat het een positief effect zou hebben tegen bloemsteelstrekking; 3- een onverwacht nieuw element dat door de energiecrisis van eind 2022 is ingebracht: te weten een aangepaste energetische strategie: minder belichten en een evenredige verlaging van de streeftemperatuur.
Uit de ervaringen, metingen en resultaten blijkt dat de anthuriumteelt in Kas2030 in het teeltjaar 2022–2023 fossielvrij en nagenoeg emissievrij kon plaatsvinden. Dankzij verbeterde kasisolatie, lagere setpoints en maximale warmteoogst in de zomer kon de kas in de winter volledig met de uit de kas geoogste warmte worden verwarmd. Hiervoor moet wel een seizoensopslag beschikbaar zijn. Anders gezegd, met een totale elektriciteitsinput van bijna 100 kWh/m² is de kas geklimatiseerd en belicht, en is er nog een warmteoverschot van 67 kWh/m², een equivalent van 7,6 m³/m² aardgas, ontstaan. Zou er gestuurd zijn op een overschot van 0, dan had nog 16,8 kWh/m² aan stroom voor de wp bespaard kunnen worden en was het totaal elektriciteitsgebruik op ruim 82 kWh/m² uitgekomen. De lampen zijn met 62 kWh/m² de grootste gebruiker. De beperkte CO₂-behoefte (1,9 kg/m²) moet nog wel extern worden aangevuld.
De toegepaste gewasgezondheidsstrategie leidde tot minimaal middelengebruik, met slechts één chemische correctie. Tot dat moment was sinds week 41 van 2021 geen chemie gebruikt. Hoewel de emissie daardoor strikt genomen niet nul is, is deze zeer beperkt gebleven. De afwezigheid in het teeltjaar van exotische plagen droeg hier positief bij aan het succes, maar ze zijn altijd een potentiële risicofactor: het blijft een kwetsbaar evenwicht. Het knelpunt dat de genoemde chemische correctie nodig maakte, was de bladluis, waarvan bekend is dat deze moeilijker te bestrijden is in de winter bij lagere lichtsommen en temperaturen.
Op het gebied van water en meststoffen werd in dit teeltjaar geen drainwater geloosd. Door het substraat gelijkmatiger vochtig te houden (hogere watergeeffrequentie), werd het bovendoor bijbroezen overbodig en de kans op uitspoeling tussen tafels sterk beperkt. In plant-substraatcombinaties waar broezen nodig was, werd schoon water gebruikt, waardoor meststofemissie werd voorkomen.
De teeltresultaten tonen aan dat het teeltconcept in Kas2030 bijdraagt aan versnelde groei (meer bloemen en meer versgewicht van de plant) ten opzichte van conventioneel telen in de praktijk, met een grotendeels vergelijkbare productkwaliteit. Verlaging van licht en temperatuur in de winter bleek mogelijk zonder kwaliteitsverlies, maar leidt wel tot een langere teelt. Een test met een aangepast lichtspectrum (de vervanging van een deel van het rood licht door FR-licht) leverde als gewenst compactere planten (minder bloemsteelstrekking) en enkele cultivarafhankelijke voordelen op, al kan dit bij sommige cultivars gepaard gaan met groeivertraging. De oorzaak moet gezocht worden in de lagere PAR-lichtopbrengst.
Vervolgstappen zijn uitgestippeld voor het teeltjaar 2023-2024, het laatste demonstratiejaar met het gewas potanthurium. De focus zal daar liggen op de mogelijkheden om latente warmteoogst te vergroten door de kasisolatie een laatste slag te geven (kasdek van diffuus glas vervangen door diffuus glas met een lage-emissiecoating (low-ξ glas)), een schaduw-spectrum te gebruiken dat niet ten koste gaat van het PAR-licht, en het aanvullen van de beschikbare natuurlijke vijanden voor het verder verbeteren van de gewasgezondheid, en daarmee de emissies van gewasbeschermingsmiddelen werkelijk naar 0 te reduceren.
Lees hier het onderzoeksrapport