Er is bij 16% blauw licht in freesiateelt een trend naar een hogere productie dan de referentie, maar deze verschillen waren niet statistisch aantoonbaar. De bloemtakken blijven gemiddeld echter wel iets korter, wat voor de freesia teelt meestal niet gewenst is. Dat blijkt uit het onderzoek waarin is onderzocht welke belichtingsstrategie freesiatelers het beste kunnen hanteren om LED-belichting het meest effectief te benutten.

In het experiment is bepaald hoe lichtspectrum, lichtintensiteit en
daglengte de bladstrekking, takstrekking, productie en kwaliteit van de bloemtakken en knolgroei van Freesia beïnvloedt. Dit onderzoek is uitgevoerd met de cultivars Corvette en Soleil in een traditionele teelt en met voorbehandelde knollen van de cultivars Alice en Valerie in een nieuwe teeltwijze voor eenmalige oogst. Het onderzoek is uitgevoerd in het IDC LED en is onderdeel van het onderzoeksproject ‘LED licht met de zon mee’, gefinancierd door het programma Kas als Energiebron om de implementatie van LED belichting te stimuleren.

Positief effect van korte daglengte
Vanuit het oogpunt van investeringskosten en benutting van lampwarmte voor fossielvrije verwarming van een kas heeft een lange dag met lage lichtintensiteit de voorkeur boven een kortere daglengte met hoge intensiteit. Bij de cultivar Soleil blijkt een lange dag echter nadelig voor de productie. Bij een gelijke lichtsom van 8,6 mol/m2 /dag gaf 16 uur lage intensiteit (150 µmol/m2 /s) een lagere productie dan 12 uur hoge intensiteit (200 µmol/m2 /s). Bij Corvette was er geen betrouwbaar verschil in productie. Bovendien bleek dat 16 uur belichten met 200 µmol/m2 /s geen meerwaarde had ten opzichte van 12 uur belichten met 200 µmol/m2 /s.

Dit betekent een aanzienlijke besparing van energie. Het aantal bloemstelen was bij 16 uur 200 µmol/m2 /s nagenoeg gelijk (Corvette) of zelfs lager (Soleil) dan bij 12 uur. Bij Corvette was er wel een trend dat het totaal geoogst vers- en drooggewicht bij 12 uur wat achter bleef, maar dit was niet significant verschillend. Bij Soleil waren de totale geoogste vers- en drooggewichten nagenoeg gelijk. De hoge productie van de behandelingen met lagere lichtsom is (mede) een gevolg van een lagere hoogte van de haken op de hoofdtak. Hierdoor zijn minder haken mee geoogst met de hoofdtak en konden deze haken later als aparte bloemtak geoogst worden. Bij een lage lichtsom werd wel minder droge stof geïnvesteerd in ondergrondse groei (nieuwe knol en kralen).

Een lager aandeel blauw licht (4% blauw) liet ook een positieve trend zien, maar in meeste gevallen was er geen statistisch aantoonbaar verschil met de referentie. Bij Corvette gaf laag blauw een hoger totaal geproduceerd drooggewicht aan bloemtakken dan de referentie, maar er was geen betrouwbaar verschil in aantal bloemtakken en totaal versgewicht. Bij Soleil waren er geen aantoonbare verschillen in aantal bloemstelen en totaal vers- en drooggewicht tussen de laag blauw en referentie.

Kortere bloemtakken onder verrood licht
Toevoeging van verrood licht aan het spectrum gaf een ander effect dan verwacht. De verwachting was dat verrood licht een positief effect op de strekking van de haken zou kunnen geven, maar dat bleek niet het geval. De hoofdtakken en haken waren bij de behandelingen met verrood licht gemiddeld korter dan bij de referentie. Dit was zowel bij start van de verrode belichting vanaf het planten als vanaf begin van takstrekking zichtbaar. Het heeft dus ook geen meerwaarde om pas vanaf de takstrekking verrood mee te geven. Bij de toevoeging van verrood licht stonden de haken hoger op de hoofdtak, waardoor de haken korter waren en meer haken werden mee geoogst met de hoofdtak dan bij de referentie. Dit is ongewenst omdat deze haken later niet meer als aparte bloemtak geoogst kunnen worden.

Het spectrum met 5% verrood gaf bij Corvette een significant hoger aantal stelen en hoger totaal vers- en drooggewicht aan geoogste bloemen dan de referentie. Bij Soleil was er echter geen significant verschil in productie en was de trend eerder andersom met een lager aantal stelen en lager totaal versgewicht. Een spectrum met 10% verrood had bij beide cultivars geen meerwaarde voor de bloemproductie. Toevoeging van verrood gaf wel een vroegere bloei. Bij de lichtspectra met verrood begon de oogst circa 2 tot 4 dagen eerder dan bij de behandelingen zonder verrood.

Voor eenmalige oogst van freesia cultivars Alice en Valerie heeft een spectrum met 10% verrood geen meerwaarde omdat er dan in verhouding meer assimilaten naar de nieuwe knol gaan. Dit is niet gunstig omdat voor een eenmalige oogst de knollen doorgaans niet worden hergebruikt. Verder blijkt dat het toevoegen van verrood licht een verhoogde gevoeligheid geven voor Botrytis. In de biotoetsen lieten planten geteeld onder lichtspectra met verrood licht grotere Botrytis laesies op het blad zien en meer pokken in de bloemen dan spectra zonder verrood. Alleen bij cultivar Alice was er een tegengesteld effect met minder pokken in de bloemen dan bij hoog verrood.

Bron: Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research