“We belichten minder en toch doen de planten het beter”

Als de fotosynthesemeters van Sendot hun waarde ergens hebben bewezen, dan is het wel in de phalaenopsisteelt. Tom Tielemans van Wooning Orchids had er na acht maanden al veel van geleerd. “De metingen hebben echt nieuwe inzichten opgeleverd”, zegt hij. “We gaan bewuster om met belichten en besparen daarmee een berg stroom. Tegelijkertijd ervaren de planten minder stress en groeien ze beter. ”

Wooning Orchids uit Bleiswijk is niet de eerste orchideeënkwekerij die baat heeft bij de fotosynthese­sensoren. Het zal ook zeker de laatste niet zijn, want iedere maand komen er vanuit deze gewasgroep orders en aanvragen binnen. Dat laat zich heel goed verklaren; juist in dit gewas kun je door optimalisatie van de belichting (en schermen) tegelijkertijd geld besparen én groeiwinst realiseren.

Optimaliseren belichting
“We hadden al goede verhalen gehoord van collega’s die met deze sensoren werken”, vertelt Tielemans. “De fotosynthesemeters van Sendot laten heel direct zien hoe de plant omgaat met licht. Dat is van groot belang voor het aansturen van de lichtinstallatie. Teveel licht leidt tot stress en dan presteert de plant minder. Voorheen stuurden we het licht op gevoel. De sensoren maakten snel duidelijk dat het wat op sommige momenten minder kon. We gaan nu bewuster met het belichten om en besparen daarmee een flinke berg stroom. Tegelijkertijd ervaren de planten minder stress en groeien beter. Het is een echte win-winsituatie.” In de winterperiode is er in verband met de energie vaak te weinig licht en dus geen of nauwelijks malaatdip, maar daar kan de sensor gebruikt worden om de teelt onder die omstandigheden te optimaliseren.

CAM-planten
Sensorbouwer Arie Draaijer, die Tielemans begeleidt bij de data-analyse, legt uit waarom zijn geesteskind juist in Phalaenopsis zo goed functioneert. “De meeste planten nemen overdag CO2 op en verwerken dat via de fotosynthese vrijwel direct tot metabolieten. Bij de zogenaamde CAM-planten, waar Phalaenopsis ook toe behoort, werkt het net even anders. Deze nemen ’s nachts CO2 op en slaan dat tijdelijk op in de vorm van malaat. Overdag wordt malaat onder invloed van licht in het fotosyntheseproces afgebroken tot metabolieten.”

Malaatdip
Als de malaatvoorraad opraakt, ziet de sensor dat de fotosynthese-efficiëntie terugloopt. Dat is een belangrijk signaal, omdat de plant dan bij een aanhoudend hoog lichtniveau in een stresssituatie komt. “Dat kan dagenlang na-ijlen in de vorm van lagere fotosynthese-efficiëntie en minder groei”, vervolgt Draaijer.

Het is dus zaak om de lichtintensiteit en de belichtingsduur zo goed mogelijk af te stemmen op de hoeveelheid malaat die de plant tijdens de lichtperiode moet omzetten. Hoe beter dat lukt, des te beter de plant blijft presteren. Idealiter vul je het natuurlijke daglicht precies genoeg aan met groeilicht (liefst LED) om de malaatvoorraad tijdens de lichtperiode volledig op te souperen.

Snel onder de knie
“Dat krijg je vrij snel onder de knie, want de grafieken laten duidelijk zien wanneer de fotosynthese begint af te nemen”, vult Tielemans aan. “Als dat vroeg in de middag gebeurt, weet je dat je te vroeg bent gaan belichten of dat het niveau te hoog was. Dat is zonde natuurlijk, want het natuurlijke daglicht benut je minder goed over de rest van die dag en bij overmaat help je de plant de stress in. De sensordata helpen enorm om de planten de juiste hoeveelheid groeilicht te geven en de natuurlijke instraling maximaal te benutten.”

Van buikgevoel naar zeker weten
Eens per vier of vijf weken bespreken Tielemans en Draaijer de meetresultaten en de genomen teeltmaatregelen, waartoe ook het schermen behoort. Tielemans: “We zijn duidelijk anders gaan telen, met heel goede resultaten. Op onze full LED afdeling zagen we dat de malaatdip veel vroeger optrad dan gedacht, ondanks het feit dat we in het laatste belichtingsuur de intensiteit al halveerden. Nu gaat de helft van de lampen al drie uur voor sluitingstijd uit. Het opschakelen gebeurt ook efficiënter. Afhankelijk van de afdeling en de teeltfase van de planten belichten we nu minder per dag dan voorheen. Dat scheelt echt een berg stroom. En het is ook nog eens beter voor de plant! Die sensoren – we hebben er nu drie in bedrijf, maar het worden er meer – verdien je snel terug."

Groot marktpotentieel
Arie Draaijer vult aan: “Inzicht in plantstress helpt telers snel aan betere resultaten, ongeacht de manier waarop de fotosynthese verloopt. Dat geldt vooral voor lichtgevoelige gewassen, waar de meeste groene kamerplanten ook toe behoren. En ook bij gerbera zien we dat inzicht in de fotosynthese-efficiëntie helpt om de plantkwaliteit en groei optimaal te houden. Er ligt voor deze apparatuur nog een grote markt open.”

Plant Lighting
De oprichter en directeur merkt op dat (toenmalig) buurbedrijf Plant Lighting van Sander Hogewoning veel heeft bijgedragen aan het ontwikkelingstraject van de fotosynthesemeter. “Sander is een ervaren plantenfysioloog en weet alles van fotosyntheseprocessen”, licht hij toe. “Hij heeft ons enorm geholpen bij het ontwikkelen en testen van een betaalbare sensor voor telers. Daar zijn we hem dankbaar voor en dat wil ik toch even benoemen.”

Voor meer informatie: 
Sendot
e.grafe@sendot.nl
www.sendot.nl


Wooning Orchids 
info@wooningorchids.com
www.wooningorchids.nl

 

 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven