"Nederlandse glastuinbouw als proeftuin van de wereld voor duurzame innovaties en kennis"

De Nederlandse glastuinbouw is een wereldleider als het gaat om innoverend vermogen en duurzaamheid, maar ‘de uitdagingen met betrekking tot energie, water, milieu en biodiversiteit zijn groot’, aldus Peter van Bodegom van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability in een interview dit voorjaar in het magazine van Leiden-Delft-Erasmus Universities. 'Omdat wij goed zijn in het verbinden van wereldwijde ontwikkelingen met regionale belangen, kunnen we tuinbouwers in Nederland helpen met de transitie naar een nog duurzamere glastuinbouwindustrie.’

De afgelopen maanden zijn glastuinbouwers – hoewel niet als enige – opnieuw met de neus op de feiten gedrukt. Als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen is de prijs van aardgas verviervoudigd. Dat onderstreepte nog eens dat de glastuinbouw op zoek moet naar andere energiebronnen. Verschillende bedrijven zijn al overgestapt op geothermische energie (warmte van diep ondergronds), terwijl andere experimenteren met de tijdelijke opslag van (zonne-)warmte.

Aanhoudende droogte
‘Een tweede uitdaging is de verhoogde kans op aanhoudende droogte als gevolg van klimaatverandering’, vertelt Van Bodegom, als hoogleraar Milieubiologie verbonden aan het Centrum voor Milieuwetenschappen in Leiden. ‘Hoe garandeer je de beschikbaarheid van voldoende zoet water tijdens zulke periodes? Daarnaast moet de sector het probleem van het weglekken van pesticiden in het grond- en oppervlaktewater aanpakken. De druk op het milieu die hierdoor wordt veroorzaakt vraagt om duurzamere bescherming van gewassen, bijvoorbeeld door nog meer gebruik te maken van biologische beheersing.’

Dat laatste sluit goed aan op een andere uitdaging: het vergroten van de biodiversiteit binnen de glastuinbouw. Veel tuinbouwers geven de voorkeur aan een strak gemaaide groenstrook rondom hun kassen, omdat zij bang zijn dat dichtere begroeiing tot meer schadelijke insecten in de kas zal leiden. Van Bodegom: ‘Momenteel werken we samen met een ‘community of practice’ bestaande uit glastuinbouwers aan de ontwikkeling van een alternatief voor het kort gemaaide gras. Met welke gewassen kunnen we functionele biodiversiteit bevorderen, met soorten die bestrijders aantrekken? Dat is bijzonder interessant. De tuinbouwers experimenteren – dat wil zeggen, doen echt veldonderzoek – en onze studenten zullen de impact daarvan evalueren.’

Export van innovaties
De onderliggende vraag is welke richting we op willen met de Nederlandse glastuinbouw. Van Bodegom: ‘De sector is momenteel leverancier van bulkgewassen, zoals tomaten, komkommers en paprika’s, hoofdzakelijk voor de export. Maar de sector exporteert ook innovaties, zoals nieuwe soorten en slimme technische systemen. De vraag is of deze beide rollen kan blijven vervullen. Ik kan me voorstellen dat de sector ervoor kiest om de proeftuin van de wereld te worden door zich te richten op het ontwikkelen en exporteren van duurzame innovaties en kennis, terwijl de bulkteelt elders plaatsvindt.’

Wanneer we hem vragen hoe de glastuinbouw in Nederland er over tien jaar uit zal zien, antwoordt Van Bodegom dat hij zich niet wil vastpinnen op één scenario. ‘Er zijn verschillende steeds terugkerende thema’s. Energie, water, het milieu en biodiversiteit heb ik al genoemd, maar er is ook nog de vraag hoe we nog gezondere producten kunnen telen, met een hoge voedingswaarde, die ook nog eens lekker zijn.’

Verticale landbouw
Er zijn meerdere antwoorden op die vraag mogelijk. ‘Een interessante ontwikkeling is de verticale landbouw,’ vertelt Van Bodegom, ‘een volledig gesloten teeltsysteem onder kunstlicht, waarbij water en meststoffen worden hergebruikt en er geen tot zeer weinig pesticiden worden ingezet. De productiviteit is heel hoog, doordat je in verschillende lagen kunt telen en meerdere keren per jaar kunt oogsten. De vraag is hoe dergelijke gesloten bedrijven goed in de regio zijn onder te brengen.’

Een andere mogelijkheid is de open duurzame kas, die optimaal is geïntegreerd in de ecologische en maatschappelijke omgeving. ‘De biologische beheersing in de kas wordt ondersteund door de functionele biodiversiteit daarbuiten. Het waterverbruik wordt afgestemd op de omgeving, bijvoorbeeld door piekafvoer op te vangen om later voor irrigatie te gebruiken. Zonnepanelen boven op de kas leveren elektriciteit aan de omringende omgeving en overtollige warmte wordt gebruikt voor woningen en gebouwen in de buurt.’

Netwerk
De activiteiten van het Centre for Sustainability zijn niet beperkt tot filosoferen over de toekomst van de glastuinbouw. Het Centre maakt deel uit van een aantal netwerken, of liever gezegd: één groot netwerk met verschillende knooppunten. Een van die knooppunten is het programma ACCEZ, wat staat voor ‘Accelerating Circular Economy Zuid-Holland’. Dit samenwerkingsverband tussen de provincie Zuid-Holland, de alliantie LDE, Wageningen University & Research en de werkgeversorganisatie VNO-NCW richt zich op de ontwikkeling van kennis als basis voor beleid om de circulaire economie in Zuid-Holland te versnellen.

Een ander knooppunt is het World Horti Center (WHC) in Naaldwijk, een belangrijk ontmoetingspunt voor het bedrijfsleven en daardoor een bron van onderzoeks- en voorlichtingsvragen. Van Bodegom: ‘We hebben samen met Hogeschool Inholland en het ‘groene’ Lentiz-mbo een leercommunity opgezet. Daardoor komen studenten in contact met bedrijven om die te helpen bij het oplossen van problemen waar ze tegenaan lopen. De combinatie van studenten van verschillende opleidingen maakt de integratie mogelijk van meer praktisch gerichte en meer conceptuele kennis, waardoor de kans op praktische oplossingen die ook op lange termijn duurzaam zijn groter wordt.’

Zonder poespas
Die combinatie van conceptueel en praktijkgericht denken is kenmerkend voor de rol die het Centre for Sustainability wil spelen. Van Bodegom: ‘Aan de ene kant willen we een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een integrale visie op de toekomst van de gehele toeleveringsketen, van leverancier tot consument. Tegelijkertijd willen we zonder poespas concrete antwoorden geven op de vragen waar partijen binnen de keten mee zitten.’

Een groot voordeel is dat de expertises die aanwezig zijn in Leiden, Delft en Erasmus goed op elkaar zijn afgestemd. Van Bodegom: ‘In Leiden benadrukken we de gevolgen van de gehele keten voor het milieu en de biodiversiteit. In Delft ligt de nadruk op het ‘vertalen’ van die systeembenadering in technische systemen, terwijl Erasmus zich met name richt op de zakelijke perspectieven. Zo kunnen we een solide bijdrage leveren aan een veerkrachtige glastuinbouwsector in Zuid-Holland, die is voorbereid op een onzekere toekomst.’

Bron: Leiden-Delft-Erasmus Universities


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven