"Bedrijven zijn inmiddels mede-eigenaar van onderzoeksagenda topsectoren"

Na ruim 10 jaar stopt Wijnie van Eck met haar werk bij zowel de Topsector Agri & Food als de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Ze blikt terug en vooruit op de belangrijkste resultaten van het topsectorenbeleid.  

Wijnie (61) is al bijna 35 jaar aan het werk voor de land- en tuinbouw. Ze studeerde cultuurtechniek en agrarische bedrijfseconomie aan de Wageningen University en werkte vervolgens in verschillende functies bij het LEI, Alterra, Wageningen Bestuurscentrum en LTO Nederland.

Wijnie wordt per 1 januari opgevolgd door Annemarie Breukers, die aan de slag gaat als adjunct-directeur van het TKI Agri & Food. De taken specifiek voor het TKI Tuinbouw & Uitgangsmaterialen worden overgenomen door het huidige TKI T&U-team.

Nieuw beleid
Toen in 2011 de topsectoren werden opgericht, was Wijnie direct actief bij het opstellen van de agenda’s en het inrichten van de uitvoeringsorganisaties. Met dit nieuwe topsectorenbeleid wilde de overheid onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten en processen in negen groeisectoren van Nederland stimuleren.

“We zaten in Nederland midden in een recessie: de overheid was aan het bezuinigen, bedrijven stelden investeringen uit en innovatie kwam stil te liggen. De topsectoren zijn opgericht om die innovatie en investeringen gezamenlijk in te richten en weer op gang te helpen. Bedrijven, wetenschap en de overheid gingen samenwerken aan ondersteuning van innovatie en het delen van kennis.”

Onderzoek
Wijnie werd vanuit LTO gedetacheerd bij de uitvoeringsorganen van de Topsector Agri & Food (het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Agri & Food, TKI A&F) en van de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (TKI T&U). Daar was zij verantwoordelijk voor de invulling van de kennis- en innovatieagenda’s door onder andere het jaarlijks organiseren van een open oproep voor onderzoeksprojecten. “Als TKI’s organiseren we de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid door het gezamenlijk opstellen van kennis- en innovatieagenda’s en door ieder jaar – via een transparant proces – op te roepen tot nieuwe gezamenlijke onderzoeksprojecten.”

Een aandachtspunt was de vereenvoudiging van procedures en de samenwerking tussen de Topsectoren Agri & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Dat was voor haar een logische combinatie. “Deze sectoren hebben een hoop overeenkomsten: bij het thema gezonde voeding gaat het bijvoorbeeld niet alleen over tomaten en appels (tuinbouw) maar ook over brood, vlees en zuivelproducten (agri & food). Uiteraard zijn er ook verschillen: tuinbouw onderscheidt zich met de glastuinbouw en sierteelt, bij agri & food heb je de levensmiddelenindustrie en de veehouderij. Maar beide sectoren zijn druk bezig met inhoudsstoffen, circulariteit, gezonde en veilige voeding, moderne teelttechnieken etc. De thema’s zijn vergelijkbaar. We zien nu dat veel projecten niet meer toe te schrijven zijn aan een specifieke topsector: er is veel gemeenschappelijk. Er wordt hier en daar zelfs gepleit voor het samenvoegen van de beide topsectoren!”

Vliegende start
Er is vanaf de start van het topsectorenbeleid een hele goede samenwerking geweest met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waar de beide topsectoren inhoudelijk bij horen. “Vanuit het ministerie is vanaf het begin veel onderzoekscapaciteit bij Wageningen vrijgemaakt waardoor we als topsectoren veel meer konden programmeren dan onze collega-topsectoren. Hierdoor hebben we een vliegende start kunnen maken.”

Stem
De belangrijkste verworvenheid van de topsectorenaanpak is volgens Wijnie dat de sector/het bedrijfsleven een stem heeft gekregen in de wereld van onderzoek en innovatie. “Het bedrijfsleven heeft een plek gekregen in de onderzoeksprogrammering. Vóór het topsectorenbeleid was de programmering van onderzoek vooral iets van kennisinstellingen en overheden: ver weg van de ondernemers. Nu zitten de bedrijven zelf aan tafel: zij zijn mede-eigenaar van de onderzoeksagenda èn geven er invulling aan. Dat betekent concreet dat zij bijdragen aan en meedraaien in onderzoeksprojecten. Door deze nauwe samenwerking kunnen ondernemers direct aan de slag met de toepassing van de kennis uit het onderzoek. Juist die publiek-private samenwerking tussen bedrijven, onderzoek en overheid is belangrijk om betekenis te hebben en om met onderzoek ook echt impact te hebben.”

Praktijk
Dat blijkt ook uit het rapport ‘Onderzoek met Impact’ dat onlangs door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (T&U) is gepresenteerd. Sinds de start van het topsectorenbeleid zijn er via de jaarlijkse calls van de Topsector T&U ruim 300 onderzoeksprojecten tot stand gekomen. Van iedere vijf projecten, hebben er drie kennis opgeleverd die direct wordt toegepast in de praktijk. Bij de Topsector Agri & Food zijn volgens Wijnie de getallen vergelijkbaar.

Een andere belangrijke conclusie is dat er door de samenwerking een netwerk is ontstaan dat steeds beter in staat is om innovatie te bevorderen. “Er draaien zoveel mooie projecten onder zowel T&U als A&F: van de ontwikkeling van de klimaatneutrale kas, pionieren met boslandbouw, planten zelf aan het werk zetten tegen ziekten en plagen en het verminderen van de methaanuitstoot van koeien tot kaas op basis van planten en het sluiten van de waterkringloop in de tuinbouw. Dit is slechts een kleine greep uit de meer dan 600 projecten. Daar mogen we echt trots op zijn.”

Agenda
De afgelopen elf jaar zijn er drie nieuwe kennis- en innovatie agenda’s gemaakt die aangaven waar bedrijfsleven, overheid en kennis- en onderzoeksinstellingen met elkaar aan gingen werken. Eerst was het iedere topsector voor zich, maar sinds drie jaar hebben de Topsectoren T&U, A&F en Water & Maritiem de krachten gebundeld en een gezamenlijke agenda gemaakt: de Kennis- en Innovatie Agenda Landbouw, Water en Voedsel. Wijnie: “Door samen op te trekken en te investeren in kennisontwikkeling en innovatie kunnen we een grote bijdrage leveren aan slimme oplossingen van maatschappelijke vraagstukken op het gebied van landbouw, water en voedsel.”

Focus
Maar het gezamenlijk programmeren levert soms wel wat bestuurlijke drukte op. “Er ligt een mooie ambitieuze agenda waar we jaren mee vooruit kunnen. Maar de besluitvorming is best ingewikkeld met drie topsectoren, verschillende TKI’s en topteams: iedereen heeft iets over een stukje te zeggen. Maar als we met elkaar de focus op de inhoud houden, zorgen voor continuïteit en niet verzanden in ingewikkelde procedures, dan komt het helemaal goed.”

Bron: Topsector T&U


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven