Japanse trips is vastgesteld in het Verenigd Koninkrijk. Wayne Brough, Knowledge Exchange Manager Horticulture, vertelt AHDB hoe kennis uit Nederland antwoord kan geven op de vraag hoe deze nieuwe plaag, die vooral siergewassen en kruiden aantast, kan worden bestreden.
De plaag is vooral waargenomen op siergewassen, waaronder sleutelbloem en cyclamen, maar ook op kruidachtige gewassen, waaronder basilicum en rozemarijn. De plaag heeft echter een tal van 'gastheren', waaronder komkommer, sla, paprika, aardbei en tomaat.
De trips, geïdentificeerd als de Japanse bloemtrips (Thrips setosus), is niet inheems in het Verenigd Koninkrijk, maar is momenteel niet geclassificeerd als een quarantaine soort die aangemeld moet worden. De soort komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar is ook waargenomen in een aantal Noord-Europese landen. In Nederland werd hij voor het eerst waargenomen in 2014 op hortensia en in 2016 in het Verenigd Koninkrijk op poinsettia.
Hoe herken je Japanse trips?
Net als sommige andere tripssoorten voedt deze variant zich aan de onderkant van bladeren, waardoor littekens ontstaan, en op bloemen, waarbij de bloemblaadjes worden beschadigd. Naast directe schade aan de plant kan deze trips, net als WFT (Western Flower Thrips), het Tomato spotted wilt virus overbrengen.
Hoe kan ik Japanse trips bestrijden?
Op dit moment blijkt de bestrijding van deze plaag problematisch te zijn met de gebruikelijke biologische gewasbeschermingsmiddelen die commercieel worden toegepast voor de bestrijding van trips. Telers in het Verenigd Koninkrijk stellen vast dat de roofmijt Neoseiulus cucumeris, die gewoonlijk voor de bestrijding van WFT wordt gebruikt, T. setosus niet lijkt te kunnen bestrijden.
In Nederland worden hortensia's veelvuldig bestreden met een andere roofmijt, Transeius montdorensis. Onderzoek wijst uit dat de roofwantsen van de soort Orius ook veelbelovend zijn.