Rechtbank oordeelt mensenhandel

"Bulgaren uitgebuit in komkommerkassen"

Tholen - Vier Bulgaren die eind 2015 naar Nederland vertrokken in de hoop op een betere financiële toekomst, kwamen van de regen in de drup, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

Tussen 1 januari 2016 tot en met 2 maart 2016 werden zij overdag aan het werk gezet in een Almeerse komkommerkas en ’s nachts sliepen zij, samen met een groep landgenoten, in een woonhuis op matrasjes op de grond. De zaak kwam aan het licht toen de politie melding kreeg op het adres van het woonhuis, waar vier Bulgaren verklaarden op straat te zijn gezet. In de woning trof de politie nog 19 personen aan, die allemaal een Bulgaars identiteitsbewijs toonden. De rechtbank spreekt van mensenhandel.

Het gezin, bestaande uit man, vrouw, zoon en dochter werden door een familielid van een van de verdachten met een busje naar Nederland gebracht, nadat de man de verdachte gesmeekt had om werk. Het gezin had geldproblemen in Bulgarije.

De rechtbank richt zich in de zaak tot de eigenaren van de komkommerkassen, de eigenaar van het uitzendbureautje dat de werknemers aan het werk zette en de ‘voorman’ die de familie uit Bulgarije had gehaald en iedereen én op het werk én in de woning in de gaten hield.

Loon niet uitbetaald
Eenmaal aangekomen in Nederland bleek behalve de sfeer op de werkvloer – naar de wc of iets drinken mocht alleen in de pauze, er werd geschreeuwd dat er doorgewerkt moest worden en gedreigd met terugsturen naar Bulgarije - het ook financieel een hard gelag. Het beloofde uurloon werd niet uitbetaald, en ook de beloofde arbeidscontracten, sofinummers en bankpasje met de rekening waar het loon op zou worden gestort bleven achterwege. Wel kregen de slachtoffers zoals de rechtbank het viertal noemt voorschotten om eten, drinken en sigaretten te kopen. Bovendien werd €130 per persoon ingehouden om de reis naar Nederland te vergoeden en van het dagloon wilde de voorman het loon voor één gewerkt uur per dag inhouden als compensatie voor het feit dat hij hen aan werk geholpen had.

Minderjarig
De 14-jarige dochter was op het laatste moment meegegaan naar Nederland en ook zij werd in de kas aan het werk gezet. Maar, zo verklaren de slachtoffers, als er controle zou komen moesten zij zeggen dat het meisje alleen op visite was en niet werkte.

Celstraf en schadevergoeding
De rechtbank acht de verdachten, ondanks verzoek tot vrijspraak van hun advocaat, schuldig aan mensenhandel en veroordeelt de voorman tot een celstraf van 260 dagen waarvan 90 voorwaardelijk, en de eigenaar van het uitzendbureau krijgt een gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd, waarvan 2 maanden voorwaardelijk. Daarnaast moet aan de slachtoffers een bedrag van totaal € 5.945 aan materiële en immateriële schadevergoeding worden betaald, vermenigvuldigd met een rente totdat alles is betaald.

Lees de uitspraken hier en hier.


Publicatiedatum :
Auteur:
©


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven