De uit de hand gelopen hobby van Seerp Wigboldus

Op de campus van Wageningen UR treft men een vijftal perkjes met bloeiende daglelies. De Hemerocallis, zoals het geslacht wetenschappelijk heet, zijn allemaal uniek. Letterlijk, want het zijn de producten van kruisingsexperimenten van Seerp Wigboldus. Het is zijn hobbyproject dat ‘een beetje uit de hand is gelopen’. In Resource, het magazine van Wageningen UR, vertelt hij er meer over.



Wigboldus is helemaal geen plantenwetenschapper. Hij studeerde in Wageningen Rurale Sociologie (‘met veel vakken uit de hoek van de tropische plantenteelt’) en kwam na NGO-banen in Nepal en Tibet zo’n vijftien jaar geleden terug naar Wageningen. Daar werkt hij bij het CDI, het Centre for Development Innovation. En houdt er dus een grote hobby op na: het kweken van daglelies.

Die liefde voor de daglelie begon al in zijn jeugd, legt hij uit. ‘Toen ik die plant voor het eerst zag, in een tuincentrum geloof ik, vond ik hem meteen fascinerend. Een grote pol waar dan zo’n mooie grote mooie bloem uit komt. Dat verwacht je helemaal niet.’ Via een vriend die bezig was met daglelies raakte hij ook verslingerd aan de plant.

En hij is niet de enige. Wereldwijd zijn er veel mensen die daglelies kweken. ‘Vooral Amerikanen zijn dol op die planten. Daar betalen ze zo een paar honderd dollar voor een nieuwe cultivar.’ Ook ons land kent kwekers die hun hart aan de daglelie hebben verpand. ‘Maar over het algemeen zijn de bloemen volgens Wigboldus een beetje te opvallend voor de Nederlandse smaak. ‘Ze zijn een beetje overdadig.’



Exhibitionisme
Daar is niks te veel mee gezegd. De daglelies van Wigboldus zijn groot en bijna obsceen in hun exhibitionisme. Joekels van bloemen in vlammende kleuren. Die van vandaag tenminste, morgen kan het weer anders zijn. Want daarom heten daglelies daglelies: elke bloem bloeit precies één dag. Wigboldus is daarom in deze periode dagelijks te vinden op The Field om zijn experimenten te volgen. Te kijken wat er nou weer aan vorm en kleur te voorschijn komt.

Natuurlijk heeft Wigboldus een verwachtingspatroon. ‘Je kiest nauwkeurig uit wat je met elkaar wilt kruisen. In principe kun je allerlei eigenschappen met elkaar combineren. The sky is the limit. Het genetisch potentieel is groot. Maar voor een goed resultaat moet je wel de juiste lijnen uitzoeken. Kennis van kwekers helpt ook; die weten vaak welke kenmerken goed worden doorgegeven. ‘Maar er zitten ook planten tussen waarbij ik van tevoren echt niet weet wat eruit gaat komen.’

Dat kruisen gaat met de hand. Een kind kan de was doen. De daglelie is volgens Wigboldus een makkelijke plant. ‘Je hebt er geen specifieke vaardigheden voor nodig. De galmuggen aan het begin van het seizoen zijn het grootste probleem. Geïnfecteerde knoppen moet je weghalen, anders breiden de galmuggen zich elk jaar verder uit.’ O ja, en nog een probleem: waar laat hij al die daglelies? Het spul groeit letterlijk de perken te buiten.

Wageningen Centennial

Wigboldus kweekt voor zijn plezier. Het eeuwfeest van WUR zette hem aan het denken of hij daar niet iets mee kon doen. Het opgeworpen balletje viel bij Louise Fresco in goede aarde. Zij komt binnenkort kijken waar de bloem bloeit die als de Wageningen Centennial (werktitel) de boeken in zal gaan. Dat betekent: officieel zal worden geregistreerd bij de American Hemerocallis Society als de bloem van de 100-jarige universiteit.

Het zou leuk zijn als de bloem dan ook op die dag bloeit, maar dat weet je met daglelies nooit zeker. Wigboldus gaat het toeval sowieso een handje helpen. ‘Ik maak een voorselectie van verschillende bloemen met verschillende kenmerken en kleuren.’ Zijn eerste officieel geregistreerde cultivar moet per slot van rekening wel een beetje een bijzondere zijn om de herinnering aan het eeuwfeest kleurig te houden.

bron: Resource Wageningen UR (tekst: Roelof Kleis; foto: Guy Ackermans)

Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2018