Verbeterde positie uitzendkrachten in nieuwe cao

Na ruim een jaar is er een cao-akkoord bereikt tussen de vakbonden FNV, CNV Vakmensen, De Unie en de ABU. Inmiddels hebben de drie bonden ook een akkoord met de NBBU. Voor uitzendkrachten betekenen deze afspraken meer werk- en inkomenszekerheid. Tevens zijn er afspraken gemaakt om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren, zo deelt de Algemene Bond Uitzendondernemingen in een uitgebreid bericht. 

Belangrijke afspraken op vier thema’s
De cao-afspraken zijn voor uitzendkrachten een aanzienlijke verbetering, stelt Mark Poort, voorzitter van de ABU-onderhandelings-delegatie. “Op vier belangrijke thema’s zijn afspraken gemaakt. Allereerst verbetert de rechtspositie van uitzendkrachten, stelt hij. “De duur van het uitzendbeding wordt bekort van 78 naar maximaal 52 weken. Verder wordt de periode korter dat iemand een contract voor bepaalde tijd mag krijgen: die termijn gaat van vier naar drie jaar.”

Daarnaast wordt de inlenersbeloning uitgebreid. “Dat is een eerste stap om in de komende jaren de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten gelijkwaardig te laten worden aan die van hun collega’s in vaste dienst.”

Ook kunnen volgens Poort uitzendkrachten eerder pensioen gaan opbouwen. “En de pensioengrondslag wordt verbreed, waardoor er pensioen opgebouwd wordt over een groter deel van het inkomen.”

Tot slot is er gekeken naar de positie van arbeidsmigranten. Poort: “Er komt een inkomensgarantie ter hoogte van het wettelijk minimumloon voor de eerste twee maanden bij de uitzendwerkgever. Verder is afgesproken dat arbeidsmigranten nog vier weken na het einde van de uitzendovereenkomst in de huisvesting kunnen blijven.”

Verbeterde positie uitzendkrachten
Heynsdijk denkt dat er goede afspraken zijn gemaakt over de verbetering van de rechtspositie van uitzendkrachten, maar zal deze kritisch blijven volgen. “Ik hoop dat dit daadwerkelijk leidt tot meer doorstroom naar fase B. Het moet niet zo zijn dat werkgevers uitzendkrachten na 52 in plaats van 78 weken zullen gaan wegsturen.”

Positief is ze bovendien over de verbeterde positie van arbeidsmigranten. “Daarmee komt een einde aan een situatie waarbij arbeidsmigranten op onduidelijke voorwaarden naar Nederland komen, vervolgens weinig uren kunnen werken en wel veel geld voor huisvesting moeten betalen. En ook het recht om na einde contract langer in de huisvesting te kunnen blijven, is een groot winstpunt.”

Maar bovenal is het voor de bonden wezenlijk dat uitzendkrachten met deze nieuwe cao er in inkomen op vooruit gaan, aldus CNV-onderhandelaar Marten Jukema. “Dat betreft bijvoorbeeld de afspraken over de inlenersbeloning, dat merken uitzendkrachten direct in hun portemonnee. Verder ben ik heel blij dat de pensioenregeling substantieel verbeterd wordt, al zullen er nog veel meer verbeteringen nodig zijn om echt aansluiting te vinden met pensioenregelingen in andere branches.” 

Tevens wordt met de thuiswerkvergoeding volgens Heynsdijk een belangrijk signaal afgegeven. “Veel uitzendkrachten zijn door corona gedwongen om thuis te werken. Het stak hen dat zij eigen kosten moesten maken om hun werk te kunnen doen, terwijl collega’s in dienst bij de inlener wél een vergoeding kregen. Dat hebben we nu dus rechtgetrokken.” Victor Kloos van vakbond De Unie is blij dat er in 2023 een eindejaarsuitkering voor uitzendkrachten komt. “Daarmee laat je zien dat uitzendkrachten – net als anderen die in dienst zijn bij de inlener – gewoon recht hebben op dit extraatje.”

WW-reparatie
Daarnaast vindt Jukema het zeer positief dat er afspraken over de SPAWW zijn gemaakt. “Ik heb daar jaren voor geknokt. Bij een overstap van een andere branche naar een uitzendbaan behouden werknemers nu hun opgebouwde (extra) WW-rechten En niet de uitzendkracht, maar de uitzendwerkgever gaat de premie betalen. Die reparatie van de WW is goed voor het aanzien van de branche en zorgt er tevens voor dat de uitzendbranche aantrekkelijker wordt voor mensen die van baan willen veranderen.”

Naast al deze afspraken was het voor de ABU essentieel dat ook de vakbonden een waterbedeffect op de arbeidsmarkt willen voorkomen. “Want als je uitzendwerk duurder maakt, moet er niet een vlucht naar ongereguleerde flex ontstaan,” benadrukt Leonie Belonje van ABU. “Het is noodzakelijk om een gelijk speelveld te creëren om concurrentie op arbeidsvoorwaarden en prijs tegen te gaan.”

FNV-onderhandelaar Karin Heynsdijk sluit zich daarbij aan: “Het is belangrijk dat het nieuwe kabinet andere flexconstructies reguleert, zodat uitzenden in een betere positie komt, maar wel met goede arbeidsvoorwaarden.”

Ondanks het feit dat het bereiken van dit cao-akkoord een ‘hobbelige weg’ was, zijn de verhoudingen tussen de partijen tijdens het proces verbeterd, constateert Belonje. “Laat deze goede verstandhouding de basis zijn om gezamenlijk de toekomst in te gaan en het verleden achter ons te laten. Want net als de bonden wil de ABU uitzenden een goede plek op de arbeidsmarkt geven. Waarbij niet de prijsprikkel bepalend moet zijn, maar uitzendorganisaties ook voor uitzendkrachten een meerwaarde bieden en hen daardoor een stabiele basis geven.” Daarbij vult Poort aan: “We kunnen als uitzendsector mensen in hun werkzame leven helpen mee te bewegen met alle veranderingen op de arbeidsmarkt.”

“Mark Poort en Leonie Belonje hebben vanuit de ABU geïnvesteerd in de onderlinge relaties, waardoor dit akkoord mogelijk is geworden,” besluit Kloos. “De onderhandelingen zullen de komende jaren zeker niet altijd makkelijk worden, maar door deze nieuwe wijze van met elkaar omgaan, verwacht ik dat de onderhandelingen makkelijker zullen zijn dan in het afgelopen jaar. Ik zie dit akkoord dan ook als een goede investering in de toekomst.”

Bron: ABU


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven