Een ode aan de grondleggers van RHP

De afgelopen jaren zijn ons een drietal belangrijke oudgedienden van RHP ontvallen. Alle drie leverden zij een zeer grote bijdrage aan de oprichting en ontwikkeling van RHP. In onderstaande een ode aan Jan de Maa, Ad Hidding en Gerrit Boertje.


Jan de Maa, Ad Hidding en Gerrit Boertje

Jan de Maa
Jan de Maa was één van de potgrondfabrikanten van het eerste uur. Na verschillende functies in de tuinbouw te hebben vervuld, startte hij in de jaren zestig een potgrondbedrijf voor de toenmalige Comtu. Al snel zag Jan dat er het nodige fout ging in de sector, door een tekort aan kennis bij de bereiding en het gebruik van substraten. Hij stapte als één van de eersten het Proefstation binnen om dit probleem onder de aandacht te brengen. Dit deed hij met de wetenschap dat (opkweek-)substraten weleens heel belangrijk zouden kunnen worden in de tuinbouw. In die tijd werd er immers vooral gewerkt met gewone grond, soms met een organische stofbron als toevoeging. Jan werd vanuit de praktijk de man achter veel initiatieven die de sector naar een hoger plan moesten tillen. Door zijn toekomstvisie en doortastende aanpak, lukte dit ook. Hij omarmde het initiatief om een regeling voor potgrondbedrijven op te richten, wat tot doel had kwalitatief goede substraten te produceren en hierop ook controle te laten uitvoeren. Jan leverde hier een grote bijdrage aan en wilde dit initiatief laten slagen. Door zijn inzet werd Jan zeer gewaardeerd door collega’s, mede omdat hij het algemene belang liet prevaleren. Jan had een zeer actieve inbreng bij de oprichting van de VPN en RHP. In beide organisaties vervulde hij ook bestuursfuncties.

Ad Hidding
Ad Hidding stond in de substraatsector vooral bekend om zijn rol als voorzitter van de Technische Commissie van RHP. Ad vervulde deze functie ruim 34 jaar! In 1967 werd hij gevraagd als voorzitter van de Technische Commissie. Hij werkte op dat moment bij de overheid als consulent voor Bodemaangelegenheden in de tuinbouw, en later als directeur van het IKC (Kenniscentrum voor de land en tuinbouw). De Technische Commissie stelde toen de richtlijnen op voor potgrondbedrijven. Hidding stond bekend om zijn brede kennis en inzicht. Resultaten uit onderzoek van de proefstations werden door hem en andere commissieleden vertaald in richtlijnen en later RHP-normen. Deze aanpak vormt nog altijd de basis van RHP. Hij combineerde zijn werk met de praktijk, waar hij graag kwam en daarmee het kantoorwerk in Wageningen af en toe kon ontvluchten. Potgrondbedrijven keken uit naar het jaarlijkse bezoek dat Hidding in zijn functie van voorzitter van de TC bracht. Hij werd gezien als autoriteit, maar had zelf weinig op met deze status. Zijn contacten op hoog niveau binnen de overheid zorgden ervoor dat de potgrondsector daar niet onbekend was. De potgrondsector werd in die kringen ook wel ‘de hobby van Hidding’ genoemd. Van 1980 tot 1992 bekleedde Hidding het voorzitterschap van de Working Group Substrates van de International Society for Horticultural Science. Hidding was daarnaast een begenadigd spreker en wist serieuze onderwerpen met zijn humor te vermengen.

Gerrit Boertje
Gerrit Boertje begon zijn loopbaan in 1958 bij het Proefstation in Naaldwijk als onderzoeker. In 1961 werd Gerrit belast met het onderzoek naar opkweeksubstraten. Dit was in een periode dat de praktijk kennis ontbeerde en hierom vroeg. Gerrit voerde vele gewasproeven uit om grip te krijgen op, vooral, chemische aspecten. In de beginjaren was dit echt pionierswerk. Veel van de toen opgebouwde kennis vormt nog altijd een deel van de huidige basis. Jaren later kregen ook de fysische aspecten aandacht. Gerrit ontwikkelde zich als de veen- en potgronddeskundige en verwierf in binnen- en buitenland veel aanzien. Van zijn kennis werd gretig gebruik gemaakt in de Regeling HandelsPotgronden, die mede door het Proefstation Naaldwijk werd opgezet en de voorloper was van het huidige RHP.  In 1975 werd Gerrit belast met het secretariaat van de Technische Commissie van deze regeling.

In de periode van 1975 tot 1986 werd Gerrit met een collega verantwoordelijk voor de controle op de regeling. Hiervoor bezocht hij de potgrondbedrijven in Nederland met grote regelmaat, maar ook de grondstoflocaties in het buitenland. In 1987 werd Gerrit technisch directeur bij een Nederlands potgrondbedrijf. Naast zijn rol als TC-lid bekleedde Gerrit diverse andere bestuursfuncties in de sector. Gerrit was zeer serieus en een voorbeeld van een zeer integer persoon. Tot lang na zijn pensionering bleef Gerrit interesse houden in de sector. Hij wist de nieuwe ontwikkelingen goed te beoordelen en stelde altijd nog de juiste vragen.

Bronnen: Marco Zevenhoven en 'Kroniek van 50 jaar Potgrond'

Bron: RHP


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss

© BPnieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven