2 van de 5 Europese referentielaboratoria zitten in Nederland: 'een voordeel'

"Overal hetzelfde toetsen versterkt de handelspositie"

Een nieuwe ziekte of plaag kan overal in de EU opduiken. Een uniforme aanpak is heel belangrijk. Stap één daarbij is dezelfde manier van toetsen in het laboratorium. Vijf referentielaboratoria moeten daarvoor zorgen. De Nederlandse tuinbouwsector profiteert van de nieuwe aanpak, zo vertellen diverse specialisten in Buitenstebinnen.

De toenemende internationale handel in tuinbouwproducten geeft meer risico’s op insleep van ziekten. De Europese brede zorg daarover leidde tot twee nieuwe verordeningen. Die zijn sinds eind 2019 van kracht. Een kernwoord daarin is: harmonisatie. Iedereen moet snel hetzelfde doen bij een vondst of uitbraak van een quarantaineziekte om deze uit te roeien of te beheersen. Zo beperk je de schade zo veel mogelijk.

Belangrijk daarbij is om te achterhalen om welke ziekte of plaag het gaat. In de loop van de jaren ontwikkelde elk land daarvoor zijn eigen methoden. Nu is het zaak om die toetsmethoden gelijk te schakelen. Dat is de belangrijkste taak van de referentielaboratoria. Er zijn in de EU vijf Europese Referentielaboratoria (EURL). Twee daarvan coördineert Nederland.

“In het verleden waren er grote verschillen tussen de toetsmethoden. Die waren niet allemaal even betrouwbaar. Voor de belangrijkste organismen stellen we nu toetsprotocollen op die voor de hele EU gelden”, vertelt Maria Bergsma-Vlami, directeur van het Europese Referentie-laboratorium voor bacteriën.

Verschillen
Voor dit jaar zijn er vijf bacterieziekten geselecteerd: Xylella, Ralstonia, Clavibacter sepedonicus (ringrot) en twee citrus-ziekten. Niet toevallig allemaal uit de top tien van grootste bedreigingen. Het EURL brengt in kaart welke toetsmethoden men in de praktijk gebruikt en bepaalt of die geschikt zijn. Bijvoorbeeld voor detectie in een plant. Of als bevestiging dat het echt om het betreffende organisme gaat.

“Bij Xylella blijken de verschillen in de gebruikte toetsmethoden erg mee te vallen. Dat is goed nieuws. Dat beeld geldt eigenlijk ook voor de andere bacteriën. Bij de citrusbacteriën zie je wel een duidelijke scheiding tussen Noord- en Zuid-Europa. Dit komt omdat er in het noorden geen citrusteelt is. Hierdoor is de ervaring met toetsen ook minder en de variatie in de toetsen groter”, vertelt ze.

Het andere EURL in Nederland staat onder leiding van Annelien Roenhorst. Deze richt zich op virussen. “Vorig jaar richtten we ons op een ziekteverwekker in druif. Dit jaar staat het Tomato brown rugose fruitvirus op het programma”, vertelt ze.

Het Nationaal Referentie Centrum Fytosanitair (NRC-fyto) van de NVWA coördineert beide laboratoria. Dat is niet toevallig. “De eis van de EU is dat de EURL langdurige ervaringen hebben met toetsen. Dan kom je automatisch uit bij nationale referentielaboratoria”, vertelt projectleider Saskia Bosman.

Behalve de gelijkschakeling van toetsen hebben de EURL ondersteuningstaken. “We organiseren jaarlijkse workshops voor alle Nationale Referentielaboratoria van de EU”, vertelt Bosman. “En als er opeens een nieuwe uitbraak in een land plaatsvindt, bieden we advies en toetsing aan. Je moet dan immers snel handelen”, vult Bergsma-Vlami aan.

Betrouwbare handel
Jacq de Koning, is hoofd Laboratoria van Naktuinbouw. Hij is blij dat twee van de vijf EURL-laboratoria in Nederland liggen. “Voor de tuinbouwsector is dat gunstig. Het gaat om twee categorieën ziekten die erg samenhangen met de hoogwaardige teelt die we in Nederland hebben. Ook bij de export naar landen buiten de EU zijn deze erg belangrijk. Dat deze laboratoria in Wageningen liggen, is ook goed voor de kennisverspreiding. En het biedt voordelen bij de uitvoering”, zegt hij.

De Koning verwacht dat standaardisatie de betrouwbaarheid van de handel vergroot. Dat is voor Nederland als spil in de agrarische handel erg belangrijk. “Als je betere waarborgen kunt geven, zorgt dat voor meer markttoegang”, zegt hij.

De tuinbouwsector merkt in de dagelijkse praktijk weinig van veranderde methoden of werkwijzen. Dit is typisch een operatie waarbij we het systeem achter de schermen verbeteren. “De inspecties in het veld blijven hetzelfde. Maar we gebruiken in het laboratorium af en toe een iets andere toets. Hopelijk krijgt de sector hierdoor meer het gevoel dat de maatregelen in de verschillende EU-landen gelijk uitgevoerd worden.”

Beter onder controle
Maria Bergsma-Vlami wijst nog op een speciaal aandachtspunt: de stand van de techniek en kennis. Deze is niet in alle landen hetzelfde, terwijl sommige toetsmethoden geavanceerde en dure apparatuur vergt. “Daar moeten we rekening mee houden. We bevelen meerdere betrouwbare methoden aan. Zo kunnen alle Nationale Referentielaboratoria van de EU toetsen. Verder kunnen nationale laboratoria voor specifieke ziekten toetsen uitbesteden aan een officieel laboratorium in een ander land.”

Het was de bedoeling dat de eerste toetsprotocollen eind dit jaar af zouden zijn. Door de coronacrisis is dat vertraagd, maar Bergsma-Vlami verwacht niet veel uitstel. “De EU wil meer preventief en risicogericht werken. Door de ontwikkeling van betrouwbare toetsen en uniformering gaan we naar een hoger niveau. Daardoor houd je zaken beter onder controle. We leerden van de ervaringen met Xylella. Daarom zetten we alles op alles om de twee gevreesde citrus-ziekten buiten te houden. Dat idee leeft ook sterk in Zuid-Europa. Betrouwbaar toetsen is daarbij cruciaal.”

Voor meer informatie:
Naktuinbouw
www.naktuinbouw.nl 
info@naktuinbouw.nl 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven