Teeltadviseur Peter van OS:

"Orchideeënkwekers kunnen onderling vaak veel meer data delen"

Het werk van teeltadviseurs of consultants is vaak een onderbelicht onderwerp in de tuinbouw. Vooral nu is deze tak van sport niet te benijden. De gebruikelijke bezoeken aan kassen vinden deels in een andere vorm plaats en naar het buitenland gaan is er op dit moment al helemaal niet bij. Om dieper op de situatie van adviseurs in te gaan, spraken we met Peter van Os. Van Os research wordt binnen zijn kringen beschouwd als de vraagbaak van de Phalaenopsis en verzorgt teeltadvies en onderzoek voor pot-orchideeën.

Synergie met de teler
Over de toegevoegde waarde van consultants is Van Os duidelijk: “Ik kijk toch met andere ogen naar gewassen en teeltprocessen omdat ik bij verschillende bedrijven kom. Het is overigens niet zo dat ik mijn kennis ‘kruis bestuif’. De teler bepaalt altijd wat hij voor zichzelf houdt en deelt. Dat vind ik ook niet meer dan normaal. In dat licht is het 30MHz platform een goed voorbeeld van hoe de controle bij de teler ligt. De ene ondernemer deelt meer dan de ander. Dat zie ik ook bij excursiegroepen. In de snijbloemenbranche wordt bijvoorbeeld meer gedeeld dan tussen kwekers van potplanten.”

“Ik werk samen met Tettie en onze specialiteit is het snel ontdekken hoe de plant erbij staat. We bouwen langdurige relaties op met telers, waarin ik aangeef welke verbeteringen er nodig zijn om de groei en bloei te bevorderen. We bekijken samen de klimaatcomputer gegevens, grafieken met klimaatdata, de mestcijfers en kwaliteitsinfo. En we testen bepaalde instellingen, kijken bijvoorbeeld hoe de koude schade in die ene hoek van de kas heeft kunnen ontstaan. Met de coronasituatie is dit proces lastiger. Ik spreek ook met bedrijven via digitale middelen zoals Skype en WhatsApp, maar ik merk dat ik onder aan de streep wat meer informatie zou willen hebben. Ik kijk wel online mee, maar er zou meer data gedeeld kunnen worden. Ook hier geldt dat de kweker bepaalt wat er beschikbaar is natuurlijk, maar aan sommige oplossingen wordt niet gedacht.”

Betrokkenheid maakt verschil en Van Os gaat procesmatig te werk. “Ik kijk hoe de plant groeit, en bespreek met de teler wat deze anders zou willen met betrekking tot het klimaat en mesttoevoer, hoe het kan dat er teveel 1-takkers ontstaan. Het is vervolgens een kwestie van wegstrepen tot het probleem bekend is: te warm, te licht, etc.” Van Os merkt dat de teler het, corona of niet, sowieso altijd erg druk heeft en daardoor regelmatig over data heen kijkt of het simpelweg niet vastlegt. “Klimaatcomputers leggen steeds meer data vast en worden daardoor langzamer. Een teler denkt dan: dit duurt te lang en heeft minder de neiging om diepere analyses uit te voeren. Ook gebeurt het invoeren van handmatige data niet altijd even nauwkeurig. Denk bijvoorbeeld aan de pH en EC, die niet gemeten of niet opgeschreven worden.”

Internationale verschillen
Er zijn zeker internationale verschillen te merken tussen telers. “Diverse telers vinden het lastig om aan te geven wat goed gaat en niet goed gaat via de online kanalen. Dat zijn ze niet gewend, er is toch een soort digitale drempel. 'Wat wil je verbeteren?' is voor hen een lastige vraag. Maar digitalisatie in het algemeen is een ding hoor. Vooral nu ik niet langs kan bij telers in het buitenland moet ik varen op foto’s en video’s. Foto’s kun je vaak nog wel inzoomen en dan krijg je een aardig beeld van wat voor beestjes er bijvoorbeeld op de planten zitten. Maar eigenlijk wil je al die media op een centrale plek. Naast de klimaatdata, zodat je aan de hand daarvan kunt verklaren wat er speelt. Er liggen allerlei gegevens voor het oprapen maar die moeten nog ‘even’ mooi gevisualiseerd worden. Bij klanten langsgaan zal voor een deel altijd zo blijven, maar ik kan wel efficiënter werken als ik me thuis kan verdiepen in die grote hoeveelheden informatie. Een dataplatform biedt dan de nodige structuur. Dit is een voorbode van hoe het advies over een jaar of vijf à tien zal zijn. Het zal dan echt anders zijn. Consultants adviseren dan waarschijnlijk proactief hoe telers het beste de data kunnen ordenen.

Kansen
Van Os ziet ook kansen voor telers die meerdere locaties in binnen- en of buitenland hebben. “Orchideeënkwekers hebben vaak meerdere locaties, en kunnen onderling veel meer data delen. Dat kan nog meer gebeuren, dat collega’s onderling ook gegevens en inzichten delen. Dat is nu niet het geval omdat er per locatie vaak een teeltmanager is die het graag op zijn eigen manier vormgeeft. Bedrijven worden steeds groter door groei of fusies. Het is dan lastiger te overzien en een uitdaging om alle gegevens handzaam in beeld te brengen voor het management team.

Growing Degree Units
Inhoudelijk kijkt Van OS research veel naar mestgift, diverse klimaatgegevens uit klimaatcomputers en sensoren. Het analyseren hiervan gaat volgens de meest voorkomende tools. “Ik bekijk veelal grafieken en losse aantallen, dus dat is niet zo spannend. Waar ik echt een behoefte in zie, is de temperatuururen of temperatuurdagen. Nu met dit virus is het van belang om de teelt te vertragen, totdat de markt weer aantrekt. Maar economisch gezien is timing altijd al belangrijk geweest. Het gaat erom dat je je handel op het juiste tijdstip verkoopt, zoals bijvoorbeeld met Moederdag en met graaddagen kan dat. Toch zie ik dat het schatten wanneer de planten geschikt zijn om weg te zetten nog vaak nattevingerwerk is. Terwijl het plantje zelf allang is verkocht via vaste afspraken. Dan is het logischer dat je dit niet alleen op basis van eerdere ervaring maar ook op basis van data bijhoudt? Je let dan op bladtemperatuur en lichturen. Op het juiste moment gas erop of remmen.

Voor meer informatie:
30Mhz
www.30mhz.com
contact@30mhz.com 

 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven