Onderzoek GfK:

"Nederlanders maken zich ernstig zorgen om plastic afval"

Meer dan 53% van Europese consumenten noemt plastic afval als een van hun drie grootste milieuzorgen. Daarmee staat plastic helemaal bovenaan de agenda. Op nummer twee staat klimaatverandering, door 44% in de top 3 geplaatst. Desgevraagd noemt 23% van de Europeanen plastic afval zelfs de allergrootste milieuzorg. Dit aantal ligt fiks hoger dan de 15% van de consumenten wereldwijd die plastic afval op één plaatsen. Nederland is, samen met Slowakije, het land waar consumenten plastic afval het vaakst bovenaan het ‘zorgenlijstje’ plaatsen. Ook in Duitsland zijn de zorgen hierover erg hoog.

Dit zijn een aantal belangrijke bevindingen in een recent onderzoek van GfK, “plastic waste: who cares, who does” , in samenwerking met Europanel en Kantar, in 25 landen wereldwijd.


Zorgen verschillen sterk per land
In Europa zijn de zorgen omtrent plastic afval sterker dan in andere regio’s, maar dit gaat wel hand in hand met het bredere probleem van klimaatverandering. Net zoveel Europeanen (23%) noemen dit laatste namelijk als hun grootste milieuzorg. In Hongarije (31%) en Zweden (29%) is klimaatverandering een veel grotere zorg dan plastic afval. In Rusland, Slowakije en Tsjechië is dit juist andersom. Ter illustratie, in dit laatste land noemt 20% plastic afval als grootste zorg, terwijl slechts 8% klimaatverandering noemt.

Groot gat tussen zeggen en doen
In het onderzoek werden huishoudens gevraagd hun eigen ”plasticvrije” gedrag te beoordelen, aan de hand van 17 mogelijke acties om plastic te vermijden. Kijkend naar twaalf Europese markten, valt op dat consumenten in Oostenrijk, Hongarije en Duitsland het meest actief zijn: zij ondernemen tussen een kwart (Hongarije, Duitsland) en een derde (Oostenrijk) meer maatregelen dan in andere landen. Nederlanders, Polen en met name Russen blijven ver achter in zelf-activatie.

Op basis van dit gedrag, gekoppeld aan de houding ten aanzien van plastic, zijn in het GfK onderzoek vier groepen te onderscheiden. Afhankelijk van hoe belangrijk men het plastic probleem vindt en in welke mate men daadwerkelijk plastic probeert te vermijden, zijn dit "Dismissers" (hechten er weinig belang aan en doen er dus ook weinig aan), "Considerers," "Believers" en "Actives" (maken zich erg veel zorgen over plastic afval en doen ook veel om plastic afval te voorkomen). Ook hier zien we logischerwijs grote verschillen tussen de landen. In Duitsland en Oostenrijk valt meer dan 30% van alle huishoudens als “active” aan te merken. In Rusland is dit slechts 6%.

Nederlanders ondernemen weinig actie om plastic afval te reduceren
Ondanks de grote zorgen doen Nederlandse huishoudens zelf relatief weinig om plastic afval te verminderen. Slechts 15% draagt zeer actief bij aan het verminderen van plastic in het huishouden. Alleen in Rusland wordt nog minder gedaan. Maar liefst 45% valt onder de groep ”dismissers”: zij nemen niet of nauwelijks actie om plastic te vermijden. Zo dreigt er in Nederland een kloof te ontstaan: er zijn grote zorgen, maar er is tot dusver slechts een kleine groep die daadwerkelijk zelf actie onderneemt. En bestaat er eveneens een grote groep die zich er in zijn geheel niet om bekommert.

Desalniettemin is er weldegelijk een massale gedragsverandering te waar te nemen.Zo zegt 91% van de Nederlandse respondenten in het GfK onderzoek (bijna) altijd een eigen boodschappentas mee te nemen naar de supermarkt. En 73% zegt (bijna) altijd gebruik te maken van een hervulbaar (water)flesje voor drinken onderweg. Maar dit geldt echter veel minder voor vergelijkbare maatregelen zoals het meenemen van eigen tasjes/zakjes/netjes voor groente en fruit (41%), het gebruik maken van een hervulbare beker voor warme dranken to go (35%), of het gebruik van klassieke zeep in plaats van douchegel in een fles (19%).

Fabrikanten worden verantwoordelijk gehouden voor het verminderen van plastic afval
De zorgen zijn er dus weldegelijk, maar er bestaat ook een zekere passiviteit ten aanzien van plastic afval. In de ruime meerderheid van de onderzochte landen houden consumenten dan ook vooral fabrikanten verantwoordelijk houden voor het vermijden en/of oplossen van het probleem. In tweede instantie kijken zij naar de overheid. De druk op fabrikanten is het hoogst in Zweden, Tsjechie en Nederland, waar de helft van de consumenten hen als eerste verantwoordelijk maken. Rusland is in deze een apart geval, waar maar liefst 65% de overheid het meest verantwoordelijk houdt. Ook in Polen en Italie wordt er relatief vaak eerst naar de overheid gekeken (respectievelijk door 39 en 30 procent).

In het beste geval vinden consumenten zichzelf deels verantwoordelijk, op gepaste afstand van fabrikanten en overheid. Opmerkelijk is dat in alle landen retailers zonder uitzondering buiten het plastic probleem worden geplaatst. Gemiddeld houdt slechts 7% hen het meest verantwoordelijk.

Acties van A-merken tegen plastic afval worden nauwelijks (h)erkend
Het is daarom des te opvallender dat merkfabrikanten veel minder erkenning krijgen dan retailers in de strijd tegen plastic afval. Desgevraagd kon gemiddeld slechts 1 op de 10 respondenten spontaan een merk noemen, dat in hun optiek al veel doet om plastic afval te verminderen. En zelfs dan is de helft van de genoemde merken eigenlijk een huismerk van een supermarkt. Retailers bevinden zich dan ook in een strategisch interessante positie, waar er niet veel van hen wordt verwacht, maar erkenning wel makkelijk wordt verdiend.

Lenneke Schils en Martin Schlottman, beiden GfK experts voor Fast Moving Consumer Goods (FMCG), hebben het onderzoek begeleid. Lenneke Schils legt uit: “Plastic afval is zonder twijfel een extreem grote zorg onder Europese consumenten. Vaak vinden zij echter dat ze zelf al veel doen om het gebruik van plastic te verminderen. Aangezien er vooral naar fabrikanten gekeken wordt om het probleem aan te pakken, is het een duidelijke kans om merkloyaliteit te vergroten wanneer er actief aan een oplossing wordt bijgedragen. De grote lokale verschillen vragen om een gedifferentieerde aanpak, waarbij fabrikanten de teugels in handen moeten nemen – maar soms, zoals in Nederland, ook shoppers moeten stimuleren om deze verantwoordelijk te delen.

Martin Schlottmann vult aan: “Te midden van hevige marktconcurrentie biedt een gedeelde zorg ten aanzien van plastic afval de mogelijkheid om verder te bouwen aan een duidelijke merkboodschap en hiermee onderscheidend te zijn. Consumenten kiezen in groeiende mate merken die hun waardes weerspiegelen. Bedrijven die dit belangrijke maatschappelijke thema negeren zullen het in het komend decennium steeds lastiger krijgen.”

Bron: GfK


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven