Links- of rechtsom: payroller gaat pensioen opbouwen

Om ongelijkheid te voorkomen tussen werknemers en payrollers die dezelfde werkzaamheden uitvoeren, is het wenselijk dat payrollers pensioenaanspraken opbouwen bij de opdrachtgever (inlener) of dat de payrollwerkgever gaat voorzien in een pensioenregeling voor de payrollwerknemer.

Payrollwerknemer neemt deel aan pensioenregeling van inlener
Het meest praktische is dat de payrollwerknemer deelneemt aan de (verplichte) pensioenregeling van de inlener zodat er geen concurrentie op pensioenkosten zijn. In de situatie dat er geen verplichte deelname is, kan onderzocht worden of vrijwillige aansluiting mogelijk is. Hieraan zijn nadere voorwaarden verbonden. Als bovenstaande niet mogelijk is, dan dient de payrollwerkgever zorg te dragen voor een adequate pensioenregeling voor de payrollwerknemer.

Met adequaat wordt bedoeld dat de pensioenregeling minimaal voorziet in de gemiddelde basiselementen van een pensioenregeling zoals een ouderdoms- en partnerpensioen met een directe opname in de regeling. Tevens dient de hoogte van premie te worden gebaseerd op basis van een uniforme pensioengrondslagsom. Deze norm wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de loonsom en de ontwikkeling van de werkgeverspremie zodat de hoogte van de werkgeverspremie niet betekenisvol afwijkt van de gemiddelde werkgeversbijdrage van de basispensioenregelingen in Nederland (2017:13,6%).

Fiscale aspecten
Bovenop deze werkgeverspremie kan sprake zijn van een werknemersbijdrage, hiervoor wordt binnen de fiscale grenzen ruimte gegeven om een beter pensioen op te bouwen.

Als deze basispensioenregeling het karakter heeft van een premie- of kapitaalovereenkomst en de gemiddelde leeftijd van de payrollkrachten relatief laag is, zou er daarnaast sprake kunnen zijn van een fiscaal bovenmatige effect. De totale kosten van de pensioenregeling voor de werkgever komen dan lager uit dan de voorgeschreven werkgeverspremie. In dat geval is de payrollwerkgever niet verplicht om meer premies in te leggen dan fiscaal is gemaximeerd. In plaats daarvan moet de payrollwerkgever het verschil tussen (a) het bedrag dat zou moeten worden betaald als de op grond van dit besluit voorgeschreven werkgeverspremie zou worden betaald en (b) de fiscaal maximale (en daadwerkelijk betaalde) premie, als loon uitbetalen aan de payrollkrachten voor wie de basispensioenregeling geldt. Het bedrag wordt in dit geval evenredig verdeeld over de betreffende payrollkrachten.

Toekomstige sectorindeling van payrollbedrijven
Er verandert overigens nog meer voor ayrollwerkgevers. Payrollbedrijven zullen per 2020 niet meer worden ingedeeld in de uitzendsector 52, omdat vanaf dat jaar het bijzondere arbeidsrechtelijke regime van de uitzendovereenkomst niet meer van toepassing is op payrollovereenkomsten. Payrollbedrijven worden in plaats daarvan ingedeeld in sector 45 (Zakelijke dienstverlening III). Als een werkgever in het kader van uitzenden voor meer dan 15%, maar minder dan 50% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis arbeidskrachten ter beschikking stelt, en verder arbeidskrachten ter beschikking stelt op basis van payrollovereenkomsten, wordt de werkgever gesplitst aangesloten bij respectievelijk de sectoren 52 en 45. Door het met ingang van 2020 niet langer berekenen van WW premie op basis van de sectorindeling is het belang hiervan met name gelegen in de berekening van de gedifferentieerde premie voor de Werkhervattingskas voor kleine en middelgrote werkgevers.

Voor meer informatie:
Frans Appelhof
Touria El Ouardi
BDO Nederland
(076) 562 31 79
(013) 466 62 18
frans.appelhof@bdo.nl  
Touria.El.Ouardi@bdo.nl  
www.bdo.nl 


Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven