leuke win-win in Drentse lelieteelt

Meer afrikaantjes, meer bijen, betere lelies

Tholen - Een leuk voorbeeld van een win-win. In Drenthe worden veel en ook steeds meer leliebollen gekweekt. Dat gaat er fantastisch met als aantekening dat er een voortdurende strijd geleverd moet worden met het wortellesieaaltje, een van de grootste vijanden van de leliebol. Nu is gebleken dat op grond waar eerst Afrikaantjes (Tagetes) wordt ingezaaid, dit aaltje effectief bestreden wordt. Dit resulteert in betere lelies, zoveel beter zelfs, dat het de investeringen billijkt. Bovendien blijken bijen verzot te zijn op de Afrikaantjes, waardoor ook weer de interesse van imkers gewekt wordt.

In Drenthe zou momenteel meer dan 450 hectare afrikaantjes zijn ingezaaid. Was het vroeger gebruikelijk dat bollenboeren het land voor één jaar huurden en met chemie schadelijke organismen afdoden, nu wordt het steeds gebruikelijker het land voor te bereiden middels ‘voorteelten’. Zo wordt bijvoorbeeld vaak bladrammenas of Japanse haver ingezaaid, omdat dit verschillende typen aaltjes te grazen neemt. Maar voor het specifieke wortellesieaaltje blijkt het Afrikaantje uiterst effectief. Een biologische bodemontsmetter dus, waarmee de Drentse lelietelers hun teelt verder verduurzamen.

Het KAVB deed gisteren een bericht uitgaan waarin deze ontwikkeling in een paar mooie foto’s gevat wordt. Te zien zijn Imker Linus Bos en lelieteler Gert Veninga, die samen de honingraten van de bijenkasten in een oranje zee van Afrikaantjes in het Drentse Hooghalen bekijken. “Behalve dat de Afrikaantjes voedsel verschaffen aan bijen, hommels, vlinders en andere bestuivers, verhoogt het ook de weerstand van de bijen tegen de varroamijt. Deze mijt is voor 75% verantwoordelijk voor alle bijensterfte.” Fotocredits: KAVB/VidiPhoto

Renderen
Toch is twee jaar huren meer dan een en moet er onder de streep iets overblijven. Dat is nog niet makkelijk, maar het kan. “De winst zit in een betere kwaliteit bollen”, verduidelijkt adjunct-directeur van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) André Hoogendijk. “Tegelijk is de investering fors en daarom kijkt men naar mogelijkheden meer waarde te creëren.”


Die kan, vertelt André, gecreëerd worden op twee manieren: slim zaaien en innovatief omspringen met het restproduct. In de eerst plaats huurt een teler vaak grasland. De Tagetes moet minimaal 100 dagen opstaan om effectief de bodem te ontsmetten, maar met uitzondering van de wintermaanden, is er dus wat speling. Door niet direct in te zaaien, kan de veeboer eerst nog een of twee keer maaien, waardoor het land beter rendeert.

Luteïne
Daarnaast bevat het Afrikaantje een relatief hoog gehalte kwalitatief goede luteïne. Dit stofje is kostbaar en vindt enkele toepassingen in met name de voedselindustrie. Zo wordt het toegevoegd aan kippenvoer om aldus eierdooiers mooi oranje te maken, maar ook wordt het als additief in tal van andere producten gebruikt. Daarnaast zou luteïne geneeskrachtige werking bezitten, bijvoorbeeld door het tegengaan van ouderdomsblindheid. Luteïne wordt nu geïmporteerd, maar zou met de teelt van Tagetes voortaan ook in eigen land kunnen worden geproduceerd.


Cijfers CBS lelieteelt
Het areaal bolgewassen is de afgelopen 4-5 jaren flink gegroeid. In 2013 beleefden de bollen een relatief dieptepunt, waarbij het areaal bijna op hetzelfde niveau uitkwam als in 2000, maar sinds die tijd is het met 18% gestegen tot ruim 26.000 hectare.

Verreweg de meeste bollen worden geteeld in de kop van Noord-Holland. Vervolgens vindt men met 2.692 hectare veel productie in de Noordoostpolder. In Drenthe in het algemeen en in de gemeente Midden-Drenthe in het bijzonder groeit de bollenteelt het hardst. In 2000 was er in Drenthe een kleine 500 hectare bollenteelt, nu is dat 1.900 hectare. Opvallend is verder dat niet tulpen, maar vooral lelies bij Drenthe lijken te horen. Bollenproductie in het eerste jaar van dit millennium bestond bijna uitsluiten uit lelies, en ook nu nog is het voor bijna driekwart lelie. Daarmee is de provincie de belangrijkste regio voor de Nederlandse lelieteelt – een teelt die ook steeds verder verduurzaamt. Staan lelietelers traditioneel te boek als chemische grootverbruikers, inmiddels is meer dan 75 procent van de gebruikte gewasbescherming in de lelieteelt biologisch.


Voor meer informatie kan men contact opnemen met André Hoogendijk, adjunct-directeur KAVB, via de mail of 0252-536950.

Publicatiedatum :



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2018