Nieuw Interreg-project Horti-BlueC van start:

Werken aan duurzame en circulaire teeltsubstraten voor de glastuinbouw

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) pakt samen met 8 partners uit de buurlanden een belangrijk pijnpunt aan in de gangbare (glas)tuinbouw. In het Interreg-project Horti-BlueC demonstreren ze hoe je door lokale reststromen op te waarderen tot duurzame teeltsubstraten met ziektewerende en plantversterkende werking kunt komen, terwijl het gebruik van kunstmeststoffen, chemische gewasbeschermingsmiddelen en niet-hernieuwbare materialen zoals veen en steenwol kan worden teruggedrongen. Hierdoor kan de (glas)tuinbouw heel wat milieu- en klimaatwinst boeken en belangrijke stappen zetten in het sluiten van zijn kringlopen.



In juli schiet Horti-BlueC uit de startblokken. ILVO speelt een coördinerende rol, en zal zelf focussen op het potentieel van biochar, chitine uit garnaalpellen en plantenvezels in nieuwe mengsels voor teeltsubstraten. De focus van het project ligt niet alleen op het vinden van oplossingen voor knelpunten, maar ook op het toepassen van die oplossingen. Bart Vandecasteele (ILVO), projectcoördinator: “Horti-BlueC moet ons handvaten bieden die bruikbaar zijn voor een succesvolle transitie naar een circulaire tuinbouw in de praktijk”.

Hernieuwbare materialen voor duurzame teeltsubstraten

Vandaag de dag produceert de (glas)tuinbouw veel reststromen die moeilijk te recycleren zijn. Een voorbeeld hiervan zijn gebruikte teeltsubstraten (400m³ per jaar), die een hoge concentratie nutriënten en residuen van gewasbeschermingsmiddelen kunnen bevatten. Bovendien staan de grondstoffen die momenteel in teeltsubstraat gebruikt worden – zoals veen, kokos en steenwol (400m³ per jaar) – ter discussie omwille van hun milieu- en klimaatimpact. Bart Vandecasteele (ILVO): "Veen en steenwol zijn niet hernieuwbaar en de productie van steenwol is energieverslindend. En hoewel het gebruik van veen in potgrond veel voordelen heeft, bedreigt zijn extractie uit ongerepte veengebieden deze gevoelige ecosystemen en koolstofvoorraden. Dit resulteert in een verhoogde uitstoot van broeikasgassen."

Tot slot worden in de (glas)tuinbouw gewasbeschermingsmiddelen en kunstmeststoffen gebruikt, die door hun energie-intensieve productie eveneens een belangrijke CO2-voetafdruk hebben. In totaal stoot de glastuinbouw door dit alles jaarlijks naar schatting 400 kg CO2 per hectare serres uit. Om deze pijnpunten aan te pakken, stelt Horti-BlueC voor om de huidige, niet-hernieuwbare grondstoffen in teeltsubstraten volledig of gedeeltelijk te vervangen door mengsels van lokaal geproduceerde hernieuwbare materialen die een plantversterkende of voedende werking hebben. Dit komt zowel de plantengroei en dus de tuinder als het milieu en het klimaat ten goede.

5 lokale afvalstromen onder de loep
Concreet onderzoekt Horti-BlueC het potentieel van 5 lokale reststromen uit de land- en tuinbouw, agro-voedings- en visserijsector: plantenvezels, gebruikte teeltsubstraten, schaaldierafval, CO2 en warmte uit productie- en verbrandingsprocessen, en de houtige fractie van groenafval voor compost. Deze reststromen zijn overvloedig aanwezig in het 2-Zeeëngebied (België, Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië): elk jaar komt zo’n 70.000 ton schaaldierafval vrij, 1,2 miljoen m³ gebruikt teeltsubstraat, 800.000 ton houtige fractie, 200.000 ton plantenvezels en per hectare serre is er zo’n 400 ton CO2-uitstoot.

Schaaldierafval (bv. garnaalpellen) is een bron van chitine dat als additief aan teeltsubstraat kan worden toegevoegd. Van gebruikt teeltsubstraat en groenafval kan dan weer biochar worden gemaakt, dat rijk is aan koolstof. Zowel chitine als biochar kunnen de vruchtbaarheid van teeltsubstraat bevorderen en de planten weerbaarder maken tegen specifieke blad- en bodemziekten. Daardoor kan het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in de glastuinbouw teruggedrongen worden, en blijven minder residuen achter in de teeltsubstraten waardoor ze na gebruik gerecycleerd kunnen worden. Bij de productie van biochar komt bovendien warmte en CO2 vrij, die in de serres aangewend kunnen worden ter vervanging van zuivere CO2 en verwarming met fossiele brandstoffen. Plantenvezels tot slot kunnen worden gebruikt als bulkmateriaal in teeltsubstraat.

Demo’s, piloottesten en economische analyse
Deze inzichten werden reeds verworven in vroegere projecten. Het nieuwe aan Horti-BlueC is dat ze gecombineerd en gedemonstreerd worden in de praktijk. Er zal een demo zijn van het gebruik van duurzame, lokale teeltsubstraten, van het gebruik van chitine en biochar als additieven in teeltsubstraten en van een operationele installatie (klaar voor commercialisatie) die zowel biochar als groene energie kan produceren. Daarnaast wordt een beslissingsmodel uitgewerkt, een economische haalbaarheidsanalyse uitgevoerd en een kostenmodel opgesteld voor de verwerking van de 5 afvalstromen. Dit alles moet de implementatie van de nieuwe technieken en doorstroming van de verworven inzichten in de praktijk bevorderen.

Stappen richting circulaire glastuinbouw
Horti-BlueC is ambitieus in zijn doelstellingen. Het project streeft naar de adoptie van nieuwe technieken voor een circulaire glastuinbouw waarin 30% minder fossiele brandstoffen worden gebruikt, 30% minder chemische gewasbeschermingsmiddelen, 30% minder veen en steenwol en 20% minder zuivere CO2. Bart Vandecasteele (ILVO): "We richten ons op het oplossen van knelpunten, maar ook op het toepassen van die oplossingen. Door plantversterkende teeltsubstraten op basis van reststromen lokaal te ontwikkelen kan heel wat klimaatwinst worden geboekt, én kan de tuinbouw een stap verder zetten in het sluiten van zijn kringlopen.”

Partners en financiering
Bij Horti-BlueC zijn 9 partners betrokken uit België, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk: Energieonderzoek Centrum Nederland, Université de Lille, RKS ADAS UK Ltd, Greenyard, Cato Engineering, NIAB EMR, University of Portsmouth, Proefcentrum Hoogstraten, en ILVO als projectleider.

Horti-BlueC start zijn activiteiten in juli 2018 en zal eindigen in 2021. Het wordt gefinancierd door het Interreg 2 Zeeën-programma 2014-2020, met cofinanciering door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling onder subsidiecontract nr. 2S03-046. ILVO ontvangt ook cofinanciering van de Provincie Antwerpen en de Provincie Oost-Vlaanderen.

Voor meer informatie:
ILVO
 

Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2018