MBO Westland stagiairs vertellen over stage bij Terra Viva in Brazilië

Sinds zeven weken werken Niels Hendriks en Sem van der Knaap vijf dagen in de week bij Terra Viva, een van de grootste sierteeltbedrijven van Brazilië. Het tweetal zit in het tweede jaar van de opleiding Business & Management aan het MBO Westland in Naaldwijk en in dat jaar is een buitenlandse stage van negen weken verplichte kost. "We konden in Europa stagelopen, maar we wilden graag wat verder weg", zegt Sem. Via een neef van Niels, die een aantal jaren geleden stage liep in Brazilië, kwamen ze in dit Zuid-Amerikaanse land terecht.


Niels Hendriks en Sem van der Knaap

Te springen
Volgens Niels en Sem hebben tuinbouwjongeren nogal eens moeite om een stageplek te vinden in het buitenland, maar zitten ze in Brazilië te springen om Nederlandse stagiairs. "Hier loopt de tuinbouw toch zo’n vijftien jaar achter. Ze kunnen hier leren van onze denkwijze", verklaart Sem.

Veel gebeurt op de sierteeltbedrijven in Holambra nog met de hand, ervaren Niels en Sem. Zoals oppotten en uitzetten en het verplaatsen van teelttafels. En dat is ook wel logisch. Arbeid is relatief goedkoop in Brazilië, dus waarom mechaniseren of automatiseren?

De Westlanders merken echter ook dat het Braziliaanse arbeidsethos anders is dan dat in hun geboortestreek. Werken tot 17:00 uur betekent voor de Braziliaan dat hij om 16:30 uur rustig aan gaat doen. Sem kreeg al eens te horen dat hij wat langzamer moest werken. Hij ging te hard. Een opmerking die in Westland ondenkbaar is. Werknemers in Brazilië zijn bovendien al gauw genegen voor een paar reals meer voor een andere werkgever te kiezen als het economisch voor de wind gaat in het land.

Voor Terra Viva is dat reden om toch te willen investeren in mechanisering, vertellen Niels en Sem. Niels heeft daarom de opdracht gekregen om een businessplan te maken voor een oppotmachine voor phalaenopsis en dendrobium. Sem maakt op zijn beurt eenzelfde plan voor een oppotmachine voor anthurium. Niels: „Dit is echt leuk om te doen. We leren er zelf veel van en Terra Viva heeft er ook veel aan.”

Zelfstandig werken
In de eerste week kregen ze inzicht in de logistieke processen van orchidee en anthurium op het bedrijf en kregen ze de opdrachten uitgelegd. Daar zijn ze nu druk mee. „Ze laten ons hier bewust heel zelfstandig werken, zodat we van onze fouten leren. Eens in de week krijgen we feedback van onze stagebegeleider”, leggen Niels en Sem uit. Naast de opdracht voor Terra Viva werken ze aan opdrachten voor school. Uiteindelijk moeten ze een verslag maken van hun bevindingen en een presentatie geven op school.

„Van anderen hoor je wel eens dat ze een echte werkstage doorlopen. Wij leren hier echt wat en zien veel. Terra Viva regelt veel voor ons. Dat is hartstikke leuk”, aldus Sem.

Zo bezochten de stagiairs al de andere locatie van Terra Viva in Araxa waar bolbloemen en aardappelen worden geteeld. Deze week laat Jeffrey Meijler hen de Braziliaanse locatie van Sion Orchids zien. En volgende week gaan ze naar de tuinbouwbeurs Hortitec. „Ze proberen ons echt overal naar toe te nemen”, zegt Niels die verder vertelt dat Terra Viva goed is voor de stagiairs. Onderdak, eten, vervoer naar het werk. „Er wordt goed voor ons gezorgd.”

Gastvrijheid
Niels en Sem prijzen de Braziliaanse gastvrijheid. Eens in de week wordt er gevoetbald en er is veel contact met de Braziliaanse jongeren. „Het is hier normaal om stagiairs thuis uit te nodigen. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.”, zegt Niels.

De jongens hebben nog drie weken te gaan. Een week daarvan wordt besteed aan een vakantie naar Bonito. Eerder ondernamen ze al een trip naar Rio de Janeiro, niet bepaald de meest veilige stad ter wereld. „Op kantoor drukten ze ons op het hart uit te kijken voor schietpartijen en niet ’s nachts over straat te gaan,” vertelt Niels. „Maar we gingen met een touringcar langs toeristische plekken onder begeleiding van een gids die in Rio is geboren. We hebben ons niet onveilig gevoeld.”

Ja, ze komen terug naar Nederland. „Of we moeten een geweldig aanbod krijgen”, houdt Niels de deur naar Brazilië open. „In ieder geval kunnen we straks terugkijken op een unieke ervaring. We leren veel van de opdrachten en over het land zelf. En ik denk ook dat de Braziliaanse bedrijven die willen investeren ook wat aan stagiairs hebben.”

Waarom Terra Viva graag met stagiairs werkt: Win win
Kees Schoenmaker, een van de eigenaren van Terra Viva zegt dat Terra Viva het belangrijk vindt om jonge mensen de kans te geven en om kennis te maken met het bedrijf „En voor ons is het een kans om jonge talentvolle studenten te leren kennen in het werk en vaak in een uitdagende omgeving. Uiteraard is er nog een andere reden. We hopen dat ze later graag bij Terra Viva hun uitdagingen zoeken.”

Alle stagiairs schrijven een rapport met hun bevindingen en er wordt gevraagd om zeer kritisch te zijn en ook niet na te laten om suggesties te doen voor veranderingen.

Schoenmaker realiseert zich dat de kans dat er één later bij Terra Viva komt klein is. Schoenmaker: „De reden waarom we het toch doen is om jonge mensen een kans te geven Brazilië en Holambra te leren kennen, ervaring op te doen en vooral omdat ze anders denken dan wij gewend zijn en daardoor een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de werkprocessen.”

De ervaring van Terra Viva is dat ook de stagiairs erg veel leren onder andere hoe het bedrijf met mensen omgaat, delegeert en van de structuur van het bedrijf. „Iedereen weet precies waar hij/ zij voor staat en wat er gedaan moet worden.”

Een achterliggende reden is volgens Schoenmaker dat de jonge mensen te maken krijgen met Braziliaanse medewerkers die hen heel positief benaderen en dat huidskleur en lengte geen invloed hebben op de werkprestaties en inzet.

„Verder houd je er altijd goede contacten aan over met de stagiaires zelf en/of met de ouders. Terra Viva werkt dus regelmatig met stagiairs en het bevalt goed!”

bron: World Horti Center

Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BPnieuws.nl 2018